De Christus Koningkerk in Amsterdam-Oost is 1959 gebouwd om een belofte in te lossen: ‘…om, wanneer Amsterdam gespaard blijft van oorlogsgeweld en echte hongersnood voorkomen wordt, alles te doen wat in hun vermogen is, na de oorlog uit dankbaarheid in Amsterdam een votiefkerk te doen bouwen ter ere van Christus Koning.’ Inmiddels is het gebouw een gemeentelijk monument, onder meer vanwege die bijzondere geschiedenis als votiefkerk.
Dertig jaar lang bloeide het katholieke leven rondom de kerk, tot er vanaf midden jaren tachtig steeds minder actieve gelovigen kwamen. In 1996 is de katholieke parochie van de Votiefkerk Christus Koning opgehouden te bestaan. Ymere wil als eigenaar van de kerk het gebouw opnieuw een vitale rol in de buurt geven, maar tegelijkertijd rekening houden met de status van de kerk als gemeentelijk monument.
SteenhuisMeurs werd gevraagd een onderzoek te doen naar het ‘laadvermogen’ van het monument: wat kan de kerk aan eventuele ingrepen verdragen, zonder dat de ziel van het gebouw en daarmee de monumentale waarden in gevaar komen? Met name het raakvlak tussen architectuur en stedenbouw, en de zoektocht naar de ruimte voor verandering stond in deze opdracht centraal. Een onderzoek naar het oorspronkelijke concept van kerk en plein, architectonisch maar ook stedenbouwkundig, hielp als neutraal kader om de ontwerpafweging helder te krijgen.
Met behulp van archiefonderzoek en veldwerk zijn de achtergronden van de bouw van de kerk, de voorgeschiedenis van het ontwerp en het architectonisch en stedenbouwkundig concept van de ontwerpers Tholens en Van Balen geschetst. In fotobladen en in een bewerking van de oorspronkelijke bouwtekeningen zijn de monumentale essenties van het gebouw ontleed en gewaardeerd en waardevolle elementen geïnventariseerd en in beeld gebracht. Vanuit deze kernwaarden zijn aanbevelingen gedaan ten aanzien van de spankrachten van de kerk. |