De Technische Universiteit Eindhoven is in beweging. Bedrijven gaan een steeds grotere rol in het onderwijs spelen en hebben een plek op de campus nodig. Ook ziet de TU zich gesteld voor het uitbreiden van bestaande en het huisvesten van nieuwe faciliteiten voor studenten en docenten, en het (intern) verhuizen van opleidingen die door uitbreiding of krimp een nieuwe locatie nodig hebben.
Het gebouw van N-laag zou niet zozeer een nieuwe bestemming krijgen, maar aangepast worden op de veranderende behoeften van de gebruikers. Bovendien kunnen op het oorspronkelijke ontwerp enige correcties een aanvullingen gepleegd worden, omdat het gebouw toentertijd slechts ten dele volgens plan is uitgevoerd. Zo is er bijvoorbeeld nooit een duidelijk herkenbare entree gekomen omdat de ontwerpers veronderstelden dat N-laag onderdeel zou vormen van de hoogbouw bij N-laag, die uiteindelijk nooit gerealiseerd is.
Welke sprekende eigenschappen en kenmerken van N-laag zouden onaangeroerd moeten blijven bij een eventuele transformatie? De plangeschiedenis en cultuurhistorische beschrijvingen van N-laag zijn hier zoveel mogelijk als een coherent geheel beschreven. Bovendien wordt de samenhang van het gebouw en de karakteristieken van de campus niet uit het oog verloren.
In de waarderingen en aanbevelingen wordt aangegeven wat de belangrijkste karakteristieken van het exterieur en interieur zijn, en worden uitspraken gedaan over de herkenbaarheid van N-laag en welke plaats het gebouw inneemt op de campus. SteenhuisMeurs doet aanbevelingen over welke kenmerken zeker behouden moeten worden, welke correcties gepleegd en welke elementen toegevoegd kunnen worden. Hiermee worden de ontwerpthema’s gedefinieerd die ter zijnde tijd als inspiratiebron en leidraad kunnen werken in het veranderingsproces. |