Tuinstadwijk is een begin twintigste eeuwse wijk waarvan een groot woningenbestand in bezit is van woningcorporatie De Sleutels. De wijk maakt deel uit van het (toekomstige) beschermde stadsgezicht van de zuidelijke schil van Leiden. De Sleutels wil fysieke ingrepen plegen ten behoeve van verbetering en vernieuwing van deze volkswoningbouwwijk. Een cultuurhistorische verkenning geeft aanwijzingen op welke plekken en op welke wijze deze ingrepen het beste gerealiseerd kunnen worden. Meest concrete vraag van de opdrachtgever was: hoe om te gaan met de beneden-bovenwoningen aan de Seringestraat?
Hoewel niet zuiver volgens de principes van de tuinstad gebouwd, is Tuinstadwijk wel degelijk een tuinwijk. Het groen in de vorm van plantsoenen, tuinen en speeltuinen speelt een grote rol. Maar zoals in zoveel van deze wijken, zijn de groenzones verrommeld, de open ruimtes dichtgeslibd en is de kwaliteit van de architectuur aangetast door onder meer kunststof kozijnen en het plaatsen van dakkapellen.
Ondanks het feit dat de wijk onderdeel is van het beschermde stadsgezicht van Leiden en oorspronkelijk een ruimtelijke eenheid vormt, zou de situatie niet bevroren moeten worden. De uitdaging ligt in het vinden van mogelijkheden voor transformatie op verschillende schalen. Iedere schaal, van stadsdeel en wijk, tot straat en plein, en tot gebouw en woning, draagt bij aan de kwaliteit van het gebied. Deze cultuurhistorische verkenning bevat daarom zowel een plangeschiedenis als een ruimtelijke analyse. Hiermee worden de spankrachten van elke schaal onderzocht, en bekeken waar (letterlijk) ruimte zit voor vernieuwing of waar juist behoud en herontwikkeling perspectief voor de bieden.
In het rapport worden de stedenbouwkundige karakteristieken en ruimtelijke sferen benoemd, architectonische en stedenbouwkundige waarderingen per ensemble gegeven en de kwaliteiten van groenzones en binnen- en randgebieden aangegeven. Op basis hiervan is een weloverwogen advies tot stand gekomen over waar de ruimte voor transformatie gevonden kan worden of noodzaak tot instandhouding bestaat. |