In opdracht van de UvA heeft SteenhuisMeurs een contra-expertise uitgevoerd in verband met de voorgenomen sloop van de Tweede Chirurgische Kliniek op het Binnengasthuisterrein in Amsterdam, een Rijksmonument. In plaats van het opstellen van een cultuurhistorisch onderzoek en een nieuwe waardestelling, is een analyse opgemaakt van het proces van de waardestelling van het terrein, de gebouwen en ensembles zoals dat vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw is verlopen. Op basis hiervan is bekeken of behoud van de kliniek gerechtvaardigd is.
Het voornemen de monumentale Tweede Chirurgische Kliniek af te breken, vormt uiteraard een heet hangijzer. Bij de waardestelling en aanwijzing van dit gebouw als rijksmonument is gekeken naar de situatie van de jaren tachtig en zijn de verstoringen in de vorm van wegenaanleg, sloop en nieuwbouw toentertijd niet meegewogen bij het formuleren van die waarde. Er is zodoende een denkbeeldige werkelijkheid gewaardeerd. Inmiddels is de ensemblewaarde van het terrein veranderd en het enclavekarakter goeddeels verdwenen.
Deze afweging voor sloop en transformatie zou bekeken moeten worden in de bredere context van de opgave. Cultuurhistorie is meer dan alleen gericht op het behoud van objecten: het is een aspect van gebiedsontwikkeling, gericht op kwaliteit, vitaliteit en functionaliteit voor de toekomst. De waarde van de Tweede Chirurgische Kliniek weegt dan niet op tegen het belang van de hele gebiedsontwikkeling, waarmee de voorgenomen sloop gerechtvaardigd is.
Het is belangrijk de cultuurhistorische waarde van het Binnengasthuisterrein te waarborgen, waarbij niet gekeken moet worden naar de losse objectwaarden, maar veeleer naar de stedenbouwkundige samenhang, de ensemblewaarden en het karakter. Na vele eeuwen van ontwikkeling op en om het Binnengasthuisterrein, gaat het nu om de functionele continuïteit, de dynamiek van een ensemble en het opnieuw invullen van het contrast tussen een bebouwingsschil en een binnenwerk van het terrein. |