Stacks Image p757_n21

GEBOUWEN – ruimtelijke transformatie

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Wat kan een gebouw of ensemble van gebouwen hebben? Dat is de hamvraag bij transformaties gericht op functieverandering, verduurzaming of uitbreiding waarbij het de ambitie – en vaak ook de plicht – is om recht te doen aan wat er al is. Wij bepalen de draagkracht en de cultuurhistorische bandbreedte. Daarbij kijken we naar de materiële waarde, de onderliggende ruimtelijke structuur en de gevoelswaarde. We stellen vast wat essentieel is om te behouden, en waarom, en we geven aan wat de speelruimte voor verandering is. Ter inspiratie reiken we ontwerpthema’s, mogelijke interpretaties van waar het erfgoed voor staat en referenties voor oplossingen aan. De leidende ontwerpprincipes en de verhalen bieden vaak prachtige aanknopingspunten. Dat alles leggen we vast in een transformatiekader, afwegingskader, onderlegger of aanbeveling. Een transformatiekader bevat spelregels voor ruimtelijke ingrepen, zodat alle partijen weten waar ze aan toe zijn: duidelijkheid vooraf. Vervolgens kan het als toetsingskader bij de beoordeling worden gebruikt. Een transformatiekader is als het ware een beeldkwaliteitsplan voor een gebouw. Het kan fungeren als afspraak tussen bijvoorbeeld een gemeente en een ontwikkelaar, in situaties waarbij de gemeente niet alles tot in detail wil vastleggen, maar wel de regie wil houden.



CASUS 1
STUDENTENCENTRUM DE BUNKER, EINDHOVEN

Transformatiekader
in opdracht van: Powerhouse Company (2018)




‘Een ontmoetingsplaats van allure’. Zo beschreef architect Huig Maaskant zijn ontwerp van het studentencentrum voor de studenten van de Technische Hogeschool van Eindhoven in 1964. Inmiddels staat het gebouw bekend als ‘de Bunker’, een bijnaam die te verklaren is door zijn opvallende verschijningsvorm en betonnen afwerking. Het gebouw kwam tussen 1963 en 1969 tot stand in nauwe samenwerking met de Eindhovense studenten en de Technische Hogeschool Eindhoven. Het studentencentrum belichaamt het gemeenschapsdenken in de prille jaren van de studentenstad. En het gebouwtype is uniek in zijn soort: de typologie is een combinatie van een sociaal centrum met een mensa en twee sociëteiten voor de hele studentengemeenschap van Eindhoven. De Bunker diende ruim veertig jaar als studentencentrum. Eind 2015 schreef de Technische Universiteit Eindhoven een prijsvraag uit. Het voormalige studentencentrum zal worden gerenoveerd en uitgebreid met een woontoren naar ontwerp van Powerhouse Company. SteenhuisMeurs deed onderzoek naar het concept en het roemruchte gebruik van het gebouw, doorzocht de archieven bij het Eindhovens Studentencorps en maakte een transformatiekader om de balans tussen het bestaande gebouw en de nieuwe toevoeging te borgen.


 
De Bunker, Eindhoven

CASUS 2
QUARANTAINETERREIN, ROTTERDAM


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam (2017)


Op de zuidoever van de Maas ligt, naast tuindorp Heijplaat, een verborgen dorpswildernis: het Quarantaineterrein. Het woord quarantaine is afkomstig uit het Venetiaanse dialect en betekent 40 dagen. Dat was de isolatieperiode die werd ingevoerd als preventie tegen de zwarte dood in 1348. Het gemeentebestuur van havenstad Rotterdam kocht het terrein in 1919 en liet er een dorp voor overzeese scheepspassagiers bouwen. In fraaie rijksmonumenten, gerangschikt volgens strikte hygiënische voorschriften en met een uitgekiende routing ontstond een quarantaine-machine, die echter nooit werd gebruikt. Hygiënische omstandigheden verbeterden en na de uitvinding van de penicilline in 1885 werden behandelmethoden gaandeweg uitgebreid. Het terrein groeide uiteindelijk uit tot een parkachtig gebied. Sinds een paar jaar is het naastliggende RDM-terrein getransformeerd van een havengebied in een campus voor studenten en innovatieve bedrijven. Daarmee is de quarantaine-inrichting opnieuw op de kaart gekomen. Wat is het laadvermogen van dit rijksmonumentale terrein? Onze analyse heeft geleid tot een regiekaart met concrete aanbevelingen voor de toevoeging van nieuwe elementen of herstel van verschraalde elementen en structuren.




Quarantaineterrein, Rotterdam




CASUS 3
SCHIPHOL, HAARLEMMERMEER


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Schiphol Group (2018-2019)



We maken een analyse van de eerste bouwfase van Schiphol-Centrum, zoals dat in de jaren zestig tot stand kwam. Het doel van deze studie is niet om de ambities voor de toekomst in de weg te zitten, maar juist om te inspireren. Aan de hand van een gedegen cultuurhistorische studie maken we een ruimtelijke analyse van het gebouw, zoals dat door het Bouwbureau Stationsgebouw Schiphol (BSS) werd gerealiseerd. Dit was een interdisciplinair samenwerkingsverband, gevormd door N.V. Naco te Den Haag, het Rotterdamse N.V. Architecten- en ingenieursbureau ir. F. C. de Weger en de Amsterdamse hoogleraar M. Duintjer. De binnenhuisarchitectuur werd door Kho Liang Ie voor zijn rekening genomen. De betrokkenen maakten dankbaar gebruik van internationale voorbeelden om grip te krijgen op de complexe materie van de steeds veranderende ideeën over luchthavens. Onder andere geïnspireerd door het vliegveld van Chicago, kwam er midden in de Haarlemmermeer een hypermoderne luchthaven tot stand, met een tangentieel banenstelsel, pieren, aviobruggen, tapis roulants en een glasheldere routing. Hoewel het Schiphol van toen inmiddels voor een groot deel is ingekapseld door latere uitbreidingen, blijkt er nog verrassend veel van zichtbaar en beleefbaar. Aan de hand van dit onderzoek formuleren we kernkwaliteiten die Schiphol kan inzetten om de bestaande kwaliteiten in de toekomst te versterken en knelpunten aan te pakken.


Pier D, Schiphol




GEBOUWEN – ruimtelijke transformatie

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Wat kan een gebouw of ensemble van gebouwen hebben? Dat is de hamvraag bij transformaties gericht op functieverandering, verduurzaming of uitbreiding waarbij het de ambitie – en vaak ook de plicht – is om recht te doen aan wat er al is. Wij bepalen de draagkracht en de cultuurhistorische bandbreedte. Daarbij kijken we naar de materiële waarde, de onderliggende ruimtelijke structuur en de gevoelswaarde. We stellen vast wat essentieel is om te behouden, en waarom, en we geven aan wat de speelruimte voor verandering is. Ter inspiratie reiken we ontwerpthema’s, mogelijke interpretaties van waar het erfgoed voor staat en referenties voor oplossingen aan. De leidende ontwerpprincipes en de verhalen bieden vaak prachtige aanknopingspunten. Dat alles leggen we vast in een transformatiekader, afwegingskader, onderlegger of aanbeveling. Een transformatiekader bevat spelregels voor ruimtelijke ingrepen, zodat alle partijen weten waar ze aan toe zijn: duidelijkheid vooraf. Vervolgens kan het als toetsingskader bij de beoordeling worden gebruikt. Een transformatiekader is als het ware een beeldkwaliteitsplan voor een gebouw. Het kan fungeren als afspraak tussen bijvoorbeeld een gemeente en een ontwikkelaar, in situaties waarbij de gemeente niet alles tot in detail wil vastleggen, maar wel de regie wil houden.




CASUS 1
STUDENTENCENTRUM DE BUNKER, EINDHOVEN

Transformatiekader
in opdracht van: Powerhouse Company (2018)




‘Een ontmoetingsplaats van allure’. Zo beschreef architect Huig Maaskant zijn ontwerp van het studentencentrum voor de studenten van de Technische Hogeschool van Eindhoven in 1964. Inmiddels staat het gebouw bekend als ‘de Bunker’, een bijnaam die te verklaren is door zijn opvallende verschijningsvorm en betonnen afwerking. Het gebouw kwam tussen 1963 en 1969 tot stand in nauwe samenwerking met de Eindhovense studenten en de Technische Hogeschool Eindhoven. Het studentencentrum belichaamt het gemeenschapsdenken in de prille jaren van de studentenstad. En het gebouwtype is uniek in zijn soort: de typologie is een combinatie van een sociaal centrum met een mensa en twee sociëteiten voor de hele studentengemeenschap van Eindhoven. De Bunker diende ruim veertig jaar als studentencentrum. Eind 2015 schreef de Technische Universiteit Eindhoven een prijsvraag uit. Het voormalige studentencentrum zal worden gerenoveerd en uitgebreid met een woontoren naar ontwerp van Powerhouse Company. SteenhuisMeurs deed onderzoek naar het concept en het roemruchte gebruik van het gebouw, doorzocht de archieven bij het Eindhovens Studentencorps en maakte een transformatiekader om de balans tussen het bestaande gebouw en de nieuwe toevoeging te borgen.


 
De Bunker, Eindhoven


CASUS 2
QUARANTAINETERREIN, ROTTERDAM


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam (2017)


Op de zuidoever van de Maas ligt, naast tuindorp Heijplaat, een verborgen dorpswildernis: het Quarantaineterrein. Het woord quarantaine is afkomstig uit het Venetiaanse dialect en betekent 40 dagen. Dat was de isolatieperiode die werd ingevoerd als preventie tegen de zwarte dood in 1348. Het gemeentebestuur van havenstad Rotterdam kocht het terrein in 1919 en liet er een dorp voor overzeese scheepspassagiers bouwen. In fraaie rijksmonumenten, gerangschikt volgens strikte hygiënische voorschriften en met een uitgekiende routing ontstond een quarantaine-machine, die echter nooit werd gebruikt. Hygiënische omstandigheden verbeterden en na de uitvinding van de penicilline in 1885 werden behandelmethoden gaandeweg uitgebreid. Het terrein groeide uiteindelijk uit tot een parkachtig gebied. Sinds een paar jaar is het naastliggende RDM-terrein getransformeerd van een havengebied in een campus voor studenten en innovatieve bedrijven. Daarmee is de quarantaine-inrichting opnieuw op de kaart gekomen. Wat is het laadvermogen van dit rijksmonumentale terrein? Onze analyse heeft geleid tot een regiekaart met concrete aanbevelingen voor de toevoeging van nieuwe elementen of herstel van verschraalde elementen en structuren.




Quarantaineterrein, Rotterdam





CASUS 3
SCHIPHOL, HAARLEMMERMEER


Cultuurhistorisch onderzoek, kernwaarden en aanbevelingen
in opdracht van: Schiphol Group (2018-2019)



We maken een analyse van de eerste bouwfase van Schiphol-Centrum, zoals dat in de jaren zestig tot stand kwam. Het doel van deze studie is niet om de ambities voor de toekomst in de weg te zitten, maar juist om te inspireren. Aan de hand van een gedegen cultuurhistorische studie maken we een ruimtelijke analyse van het gebouw, zoals dat door het Bouwbureau Stationsgebouw Schiphol (BSS) werd gerealiseerd. Dit was een interdisciplinair samenwerkingsverband, gevormd door N.V. Naco te Den Haag, het Rotterdamse N.V. Architecten- en ingenieursbureau ir. F. C. de Weger en de Amsterdamse hoogleraar M. Duintjer. De binnenhuisarchitectuur werd door Kho Liang Ie voor zijn rekening genomen. De betrokkenen maakten dankbaar gebruik van internationale voorbeelden om grip te krijgen op de complexe materie van de steeds veranderende ideeën over luchthavens. Onder andere geïnspireerd door het vliegveld van Chicago, kwam er midden in de Haarlemmermeer een hypermoderne luchthaven tot stand, met een tangentieel banenstelsel, pieren, aviobruggen, tapis roulants en een glasheldere routing. Hoewel het Schiphol van toen inmiddels voor een groot deel is ingekapseld door latere uitbreidingen, blijkt er nog verrassend veel van zichtbaar en beleefbaar. Aan de hand van dit onderzoek formuleren we kernkwaliteiten die Schiphol kan inzetten om de bestaande kwaliteiten in de toekomst te versterken en knelpunten aan te pakken.


Pier D, Schiphol



STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100