Stacks Image p757_n21

PUBLICATIES EN MEDIA


wat DOET steenhuismeurs?



Alle kennis die we opdoen, delen we graag met anderen. Wij dragen onze passie voor cultuurhistorie, onze projecten en onderzoeksterreinen uit naar de meest uiteenlopende gezelschappen; van professionals tot historische verenigingen en bewonersgroepen. Wij verzorgen presentaties en lezingen, schrijven artikelen, nemen deel aan inspiratie-events, symposia en filmproducties en laten van ons horen via interviews en social media. Regelmatig verschijnen boeken van onze hand, meestal in samenwerking met nai010 uitgevers. Onderzoeken waarover we publiceren, verrichten we in opdracht of initiëren we zelf.



Drentse Erfgoedlijnen

Erfgoedverhalen als strategie voor toerisme (2018)

 
Paul Meurs, Marinke Steenhuis m.m.v. Annet Kampinga
fotografie: Sake Elzinga
ontwerp: Paulien Varkevisser, Nijmegen
in opdracht van: Provincie Drenthe (Marc Kocken, Marko Vuijk en Mauro Smit)


De provincie Drenthe en de Drentse gemeenten vroegen ons om een ‘strategisch narratief’ te ontwikkelen, waarin het verhaal van het erfgoed (het ‘narratief’) strategisch wordt ingezet voor recreatie en toerisme. Drenthe is dé vrijetijdseconomieprovincie van Nederland. Het is de ideale plek om te fietsen, te wandelen, andere sporten te bedrijven en te genieten van een geweldig landschap. Het erfgoed van Drenthe is minder bekend, behalve dan de hunebedden. Dat is eigenlijk merkwaardig, want het prachtige landschap van Drenthe is in de loop van duizenden jaren mede door mensenhand gevormd. Op het zand en in de veengebieden vind je er de sporen van terug, bijvoorbeeld van prehistorische bewoning, middeleeuwse boerengemeenschappen, de pioniers van de veenontginningen en de armoedzaaiers die uit het hele land naar de koloniën van Weldadigheid kwamen om heropgevoed te worden. Iedere gemeente van Drenthe heeft bijzonder erfgoed en bij elkaar biedt dat een historische rijkdom die onvergelijkbaar is met wat je in de rest van het land of zelfs daarbuiten vindt. De Drentse erfgoedlijnen gaan stuk voor stuk over de manier waarop de mens zijn plek in de natuur van Drenthe heeft gemaakt. Daarom is er een inleidend verhaal over de natuur en het landschap van Drenthe, dat de poort naar een andere wereld biedt. Het erfgoed van Drenthe wordt in zes erfgoedlijnen beschreven, van prehistorie tot de naoorlogse tijd. Bij ieder verhaal horen bestemmingen. Maar de erfgoedlijnen zijn nooit af. Aan ieder verhaal kunnen andere verhalen worden toegevoegd of andere bestemmingen worden gekoppeld. De erfgoedlijnen zijn te combineren of uit te werken tot steeds weer andere arrangementen. Zo veranderen de verhalen in bestemmingen.




Het oog van de orkaan

Ontwikkelingen en opgaven voor historisch Delfshaven (2018)

 
Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter,
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Historisch Delfshaven en Schans-Watergeus: er zijn weinig aangrenzende buurten in Rotterdam waartussen de contrasten zo groot lijken als hier. Het uiterlijk van de buurten, de mensen die er wonen, de opgaven die er spelen: het lijkt een verschil van dag en nacht. Samen met wijkpartijen en bewoners wil de gemeente Rotterdam een duidelijke impuls aan beide buurten geven en de problemen en opgaven in samenhang aanpakken. In deze film schetst Marinke Steenhuis de ontwikkeling van historisch Delfshaven en zijn directe omgeving en legt uit hoe dit unieke stukje Rotterdam zichzelf in de loop der tijd steeds opnieuw heeft moeten uitvinden. Bewoners, ondernemers en bezoekers komen aan het woord over de kwaliteiten en verbeterpunten voor dit stukje Rotterdam.


Voorbij de dijken

Hoe Nederland met het water werkt (2017)

  
Marinke Steenhuis en Paul Meurs (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs en Annet Kampinga
fotografie: Tineke Dijkstra, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Jentse Hoekstra en Cees Poot)
ook in het Engels verschenen


Er zijn weinig landen op de wereld waar het water zozeer het landschap en de nationale identiteit bepaalt als in Nederland. De kwetsbare delta ligt telkens weer op de tekentafel om aangepast te worden aan de dreiging van het water. Klimaatverandering zorgt nu voor een volgende ronde van ingrepen. De klassieke strijd tegen het water is daarbij veranderd in een aanpak met het water. Voor het eerst worden de omvang van het Nederlandse waterproject en de resultaten ervan in het kust- en rivierenlandschap zichtbaar; voorbij de dijken. Hoe Nederland met het water werkt brengt deze indrukwekkende operatie in beeld. Dit boek laat dertig ingrepen langs de rivieren en de kust zien – projecten waarin waterbouw, cultuurhistorie, natuur en menselijk gebruik zijn samengebracht in weergaloze waterlandschappen, die verleiden om zelf op expeditie te gaan.



Rotterdam Zuid

van boerenzij tot proeftuin (2017)

 
Marinke Steenhuis
samenstelling en regie: BuroB, Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


In deze film vertelt Marinke Steenhuis het verhaal van Rotterdam Zuid als proeftuin van sociale en ruimtelijke concepten. Een verhaal over de ontstaansgeschiedenis en de historische betekenis in de huidige tijd, en dus ook een vertelling over trots, identiteit en toekomstbestendigheid van dit stadsdeel. De film is gemaakt om de inzichten van onze zes cultuurhistorische verkenningen naar wijken op Rotterdam Zuid te delen met bewoners en een groter publiek. Naast deze koepelfilm zijn er zes aparte wijkfilms. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis en andere wijken waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog: de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen.


Zes films over Rotterdam-Zuid

Bloemhof, Hillesluis, Tarwewijk, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois (2017-2019)

 
SteenhuisMeurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman
samenstelling en regie: BuroB Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


Met veel elan bouwden gemeentelijke volkshuisvesters, havendirecteuren, prille corporaties en particuliere bouwers ruim een eeuw geleden aan een nieuw stadsdeel: Rotterdam Zuid. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog; de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen. In deze zes wijkfilms belichten Johanna van Doorn en Lara Voerman van SteenhuisMeurs steeds een van de zes wijken.


Mathenesserweg

nieuw elan voor een oude stadsstraat (2017)

 
Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Rotterdam heeft stadsmariniers in wijken waar de basisveiligheid niet op orde is en voor hardnekkige, wijkoverstijgende thema’s. De opdracht van de stadsmarinier is helder: zorg ervoor dat de wijk weer veilig wordt en tref hiervoor alle benodigde maatregelen. Veel wordt bereikt door goede samenwerking met alle belangrijke partijen in de wijk. De stadsmarinier organiseert stuurgroepen in de wijk. Tijdens zo’n stuurgroep gaat de burgemeester samen met de politiechef, de hoofdofficier van Justitie, betrokken wethouders en andere partners in gesprek met bewoners en ondernemers over de problemen in hun wijk. Samen maken zij afspraken over verbeteringen, die voor de volgende stuurgroep moeten zijn gerealiseerd. De stadsmarinier ziet toe op de voortgang hiervan en zorgt voor versnelling van de aanpak indien nodig. In deze film maken we kennis met de Mathenesserweg en zijn geschiedenis. En ook met de problemen, uitdagingen en kansen voor de straat. Aan het woord: Danielle van den Heuvel (stadsmarinier gemeente Rotterdam), Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) en natuurlijk bewoners, ondernemers en bezoekers van de Mathenesserweg.


De nieuwe grachtengordel

De realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (2017)

  
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs, Vincent van Rossem, Jeroen Schilt, Minke Walda en Lara Voerman
vormgeving: Beukers Scholma
ontwerp: Thoth, Bussum
in opdracht van: gemeente Amsterdam


Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontwikkeld, omdat Amsterdam hoognodig moest uitbreiden. Een stadsuitbreiding met de allure van de grachtengordel, dat was de ambitie achter het AUP uit 1934. Daar werd geen letterlijke kopie van monumentale straatwanden aan gebogen waterwegen mee bedoeld, maar een nieuwe stad waarin iedereen - sociaal gelijk en omgeven door voldoende ruimte, groen en licht - zichzelf verder kon ontplooien. De oplossing werd gevonden in een reeks van nieuwe tuinsteden. De realisatie van het plan leidde vanaf 1949 tot een verdubbeling van de omvang van de stad. In een verbazingwekkend kort tijdsbestek van tien jaar verrezen rond Amsterdam 50.000 woningen in wijken als Bos en Lommer, Watergraafsmeer, Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp en Buitenveldert.Hoe organiseerde Amsterdam deze megaklus, welke (buitenlandse) steden dienden als voorbeeld? Wat waren de telkens terugkerende thema’s en problemen? De auteurs brachten maanden door in het eindeloze archief van de Dienst Publieke Werken Amsterdam. Deze onuitputtelijke bron van gegevens is de ware hoofdpersoon van dit boek.Het Algemeen Uitbreidingsplan, met L.S.P. Scheffer, Theo van Lohuizen, Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder als belangrijkste grondleggers, is het paradepaardje van de moderne stedenbouw, met prachtige ontwerpvondsten als de Sloterplas, Tuindorp Frankendaal en de parken rond de Nieuwe Meer en de Amstel. Het plan kreeg veel lof, ook uit het buitenland, en speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij de uitbreiding en de verdichting van de stad.



Reuse, Redevelop and Design

How the Dutch Deal With Heritage (2017)

 
Paul Meurs and Marinke Steenhuis 
with contributions of: Paul Meurs, Marinke Steenhuis, Jean-Paul Corten, Sander Gelinck en Frank Strolenberg
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam
commissioned by: Cultural Heritage Agency and the Ministry of Foreign Affairs


Where there are vacancies, there is room for new uses, such as housing and leisure and health-care facilities. This often results in surprising combinations, such as a school or a community centre in a factory complex, a shop in a church or a recreation area in a military zone. Reuse, Redevelop and Design presents 20 inspiring redevelopment projects. The book addresses the story behind the success of redevelopment in essays on heritage policy, public-private partnerships, financing and design.The creative way Dutch architecture offices deal with heritage is also catching on abroad, as evidenced by OMA’s projects in Italy and Germany, West 8’s in Russia, Mecanoo’s in the United States and Maurer’s in China.


De Deltawerken (2016)

  
Marinke Steenhuis en Lara Voerman
ontwerp: Beukers Scholma
fotografie: Siebe Swart 
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Programma Erfgoed en Ruimte (Ellen Vreenegoor)


Ontworpen als bescherming tegen het water na de watersnoodramp van 1953 behoren de Deltawerken tot de iconische monumenten van Nederland, met technische hoogstandjes als de Oosterscheldekering, de Brouwersdam en de Maeslantkering. De kracht van de Deltawerken is de unieke combinatie van civiele techniek, architectuur en landschappelijk ontwerp in een systematisch bouwwerk met een weergaloze samenhang.

Klimaatverandering maakt de wateropgave opnieuw urgent. Het boek toont de unieke kwaliteiten en innovaties van de veertien onderdelen van de Deltawerken, en belicht de daadkracht van de speciaal opgerichte Deltadienst, die de delta integraal op de tekentafel legde. In interviews verkennen experts de alternatieven en opties voor het waterverdedigingssysteem. Dit boek biedt de ontstaansgeschiedenis van de Deltawerken, een actueel overzicht ervan én de uitdaging voor de toekomst.



Heritage-based design (2016)

 
Paul Meurs, TU Delft
design: Sirene Ontwerpers, Rotterdam
Commissioned by: Technical University, Delft, in collaboration with Rondeltappe Bernoster Kemmers Foundation


Paul’s lectures on design with cultural value were put together in this publication in the series on design didactics of Heritage & Architecture (TU Delft). The book addresses the question of how to design in a historical context. How to get a grip on a site? How can a designer incorporate actual qualities of the heritage in the design? In three chapters, it is described how the conservation of heritage has increasingly become an issue of planning and intervention, with the specific cultural heritage qualities of a site as the starting point for transformation.The design on or around heritage is all about open-mindedness, doing justice to the cultural heritage value, daring to opt for a radical intervention if necessary, making history visible in the innovative city, and responding to the poetry of the site – and all this in appropriate measures. The architectural style (modern or traditional, contrast or symbiosis) does not really matter all that much, as long as the attitude is to design on the basis of the existing qualities and to carefully develop the detailed design. 

Free download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/484




Haven van Rotterdam

Wereld tussen stad en zee (2015)

  
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Peter de Langen, Frank de Kruif, Marinke Steenhuis, Lara Voerman, Isabelle Vries, Peter Paul Witsen
fotografie: Jannes Linders, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam 
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam
ook verschenen in het Engels


De haven van Rotterdam biedt het actuele overzicht, de ontstaansgeschiedenis én een blik in de toekomst van de haven; voor velen onbekend terrein. Het werk aan de haven is nooit klaar. Vanuit het oogpunt van economie, landschap en logistiek wordt de haven in al zijn diversiteit beschreven en getoond. Het boek navigeert langs de plekken waar indrukwekkende haventechniek wordt ontworpen, waar trends zichtbaar worden en waar nieuw landschap gestalte krijgt. Een internationale vergelijking plaatst Rotterdam naast acht andere wereldhavens. Daarnaast toont het boek hoe het stoere Rotterdamse imago zorgvuldig werd opgebouwd. Van Maasvlakte II tot de Fruithavens, van het Vogel-eiland in de Slufter tot RDM, en van de Botlek tot de Kop van Zuid: portretten van 36 bijzondere plekken, infographics, havenverhalen en fotografie van Jannes Linders en Siebe Swart tonen de unieke en vaak betoverende facetten van het havenlandschap.



Healing Modernity

Essay in ON THE MOVE – Landscape Architecture Europe 4 (2015)

  
Marinke Steenhuis
publisher: Blauwdruk, Wageningen


‘Le site n’est pas vierge’ – ‘the site is not empty’ – was how landscape architect Yves Brunier began his description of the design for Museumpark in Rotterdam in the April 1989 issue of l’Architecture d’Aujourd’hui. The renewal plan Brunier made with OMA for the dilapidated nineteenth-century landscape garden, which nestles under Rotterdam’s primary flood defence, illustrates a new phase in the history of European landscape architecture. The main layout of the old garden has been retained, but within this framework the designers have created a spectacular route lined with new ‘un-park-like’ materials, such as chunks of glass and reflective plastic walls, whitewashed tree stems, an event site paved with black asphalt, and a bridge over a river of stones. The design has been lovingly maintained in its original state, except for the disappearance of the chunks of glass in the stone river, originally placed to represent water, which have been removed over the years by admirers and collectors. Museumpark was a statement, a cult park in which the European vocabulary of the landscape style was reworked in a humorous and, to some people, shocking or alienating manner to give it new significance in the here and now. Landscape architecture, it transpired, could also be a cocktail of humour, sensuality, ‘time depth’, alienation and subversiveness.In this essay, Marinke Steenhuis explores the legacy of landscape design in the last decades and defines the different design approaches of nowadays design practice: the international style, the single gesture with a big impact, the hyperbole and the revealing of what has been hidden.



51°55’11.6”N 4°29’19

the Binnenrotte (Rotterdam) and the reptilian brain

Essay in prix de rome 2014 architecture (2015)

  
Marinke Steenhuis
publisher: nai010 publishers, Rotterdam


Close your eyes, this place requires a different use of your brain. The space where you are standing is a structure that has been modified, filled in, demolished and rebuilt, layer upon layer, for seven centuries; its time depth is virtually unfathomable. Binnenrotte and Hoogstraat went from centre to periphery, a typical Rotterdam phenomenon unknown to most old Dutch cities. It’s possible to take a time trip through those seven centuries: the library houses the Erasmus Collection, the cube dwellings can be construed as a bridge between a river of cars and the public space, and the Markthal stands precisely on the site of the former Grote Markt. The monument to Rotterdam’s naval hero, Witte de With, is in the Laurenskerk. Blaak Station stands on the site of the old 1877 Beurs Station, which gave access to trains that ran on an elevated track, a rail viaduct along the route of the filled-in Binnenrotte. The Prix de Rome assignment is to make time legible in the public space and to inject new vitality into a now-peripheral city street. The assignment is based, contrary to the tradition of this place, on continuities rather than disruptions – and that alone makes one curious to see the design proposals. 

The various episodes in Rotterdam’s urban development are well known, and clearly visible on historical maps. But what the maps fail to evoke is the perception of the urban space, its effect on generations of Rotterdammers, in other words on the genre de vie of the city. It could be said that every Rotterdammer carries fragments of this in their subconscious. How do you describe the emotional effect, the lyricism of an urban space?



EEN GROEN HEELAL

RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN

ESSAY IN LANDSCHAPSBIOGRAFIE VAN DE DRENTSE AA (2015)

  
Marinke Steenhuis
uitgever: Koninklijke Van Gorcum, Assen


Waar na 1950 in heel Nederland beekdalen werden ‘genormaliseerd’ door de Cultuurtechnische Dienst, uitvoerder van de ruilverkavelingen, lukte het in het Drentse Aa-gebied om een synthese van belangen te vinden. In het ‘Gedachtenplan voor het Stroomdallandschap Drentsche Aa' legden drie medewerkers van Staatsbosbeheer, landschapsconsulent Harry de Vroome (1920-2001), onderzoeker amateur-archeoloog Freek Modderkolk (1934-2006) en natuurconsulent en ecoloog ir. Edgar Stapelveld (1927) in 1965 de basis voor het Nationaal Park Drentsche Aa, volgens een aanpak die we nu de ‘mutual gains’ benadering zouden noemen. Het geniale van het Drentse Aa-gebied is dat rond 1965 de belangen van landbouw, woningbouw en natuur in één gevoelige en toch radicale planningsstrategie samen werden gebracht. De mens is de bewuste ontwerper van dat landschap; niet alleen in beleidsnota’s of op de tekentafel, maar ook daadwerkelijk, kavel voor kavel, buiten waar het landschap ervaren wordt. Het uiterlijk van elke hectare in het Drentse Aa-gebied is het resultaat van naoorlogs beleid. In deze storm van maakbaarheid ging het hele gebied in feite op de schop; niet om het te vernietigen, maar om het te herscheppen in een landschap met een biodiversiteit die tot dan niet bestond.



JOOP VAN STIGT ARCHITECT

WERKEN VANUIT EEN FLEXIBELE STRUCTUUR 1960-1985 (2014)

 
Marinke Steenhuis
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Jurriaan van Stigt, Minke Walda en Marcel van der Burg 
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: SDO, Amsterdam


Architect Joop van Stigt (1934-2011) heeft een onconventioneel en oorspronkelijk oeuvre nagelaten, dat gekenmerkt wordt door drie fasen die elkaar onderling beïnvloedden en versterkten. In de eerste vijfentwintig jaar van zijn werk ontwierp hij gebouwen en woonbuurten die zijn bijgezet als producten uit de architectuurstroming van het structuralisme. Vanaf 1980 legde hij zich samen met zijn zoon André van Stigt toe op herbestemming en transformatie van bestaande gebouwen. Zijn grote specialisme op dit vlak leidde in 1987 tot zijn benoeming als hoogleraar Renovatie en Onderhoudstechnieken aan de Technische Universiteit Delft. Na zijn afscheid in 1999 begon hij aan zijn derde loopbaan in Mali, Afrika. Daar leidde Van Stigt metselaars op en bouwde scholen en een provinciehuis. In alle drie fasen was hij vernieuwend en succesvol; de drie ‘carrières’ zijn niet als breuk op te vatten, waarin hij zichzelf steeds opnieuw uitvond, maar als de drie pijlers van zijn oeuvre die elkaar continu afwisselden en beïnvloedden. In dit boek staat de eerste fase van zijn loopbaan centraal – zijn ontwikkeling tot architect en zijn oeuvre tot aan het begin van de jaren tachtig. Zijn constructieve bijdrage aan hét thema van de structuralisten, de ontwikkeling van een driedimensionaal modulair bouwsysteem, is als ontwerpmethodiek van grote betekenis. Met zijn oeuvre liet hij zien hoe zijn systeem telkens weer aanleiding gaf tot nieuwe configuraties, materiaalkeuze en schikking van ruimtes, maar in zijn proportionaliteit constant bleef.



HERITAGE AS AN ASSET FOR INNER CITY DEVELOPMENT

AN URBAN MANAGER’S GUIDE BOOK (2014)

 
Paul Meurs with Jean-Paul Corten, Ellen Geurts en Remco Vermeulen (ed.)
with contributions of: Jean-Paul Corten, Ellen Geurts, Paul Meurs, Donovan Rypkema en Ronald Wall
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam 
commissioned by: Cultural Heritage Agency


Heritage is playing an increasingly emphatic role in the development of the contemporary city. It is an important location-determining factor for a new generation of city dwellers, newly developing companies in the service sector and creative industries and also for recreation and tourism. At the same time, unrestrained urban growth is putting historic inner cities under increasingly greater pressure. Accordingly, it is time for a new orientation toward the historic city.How do we utilize a city’s existing qualities for a vital future? How do we reverse the increasing threats that can be felt in all historical inner cities? What is the economic significance of heritage for a city that wants progress? What possibilities and limitations does heritage offer for the challenges we continually face in our design assignments? These are the central questions of this book. Heritage As an Asset for Inner-City Development draws on the broad experience of teachers and participants in the Urban Heritage Strategies course. A variety of cities pass in review: Paramaribo, Recife, Accra, Pretoria, Moscow, Pulicat, Jaffna and Surabaya. Each in their own way, these cities all have historical tie with the Netherlands.



Overbodig zondebesef

De emancipatie van de naoorlogse landschapsarchitectuur

Tekst van de Bijhouwerlezing (2014)

  
Marinke Steenhuis
uitgever: Blauwdruk, Wageningen


‘Boeren is voor mij ook groen’, zei de taxichauffeur toen ik hem vroeg of hij veel merkte van de aanleg van Park Lingezegen, het regionale parklandschap waar we nu zijn. Vandaag ontvangt Meto Vroom de Bijhouwerprijs vanwege zijn verdiensten voor de landschapsarchitectuur. Meto was van 1966 tot 1994 hoogleraar in Wageningen. In deze ongelofelijke dynamische periode werkte hij ruim 25 jaar lang aan de professionalisering van het onderwijs. Er waren geen dictaten, er was geen methodiek om de opgave of het ontwerp scherp te stellen. Zijn voorganger Bijhouwer had weliswaar een aanpak overgebracht, maar die bestond uit ‘tacit knowledge’, impliciete kennis, een begrip van de Amerikaanse denker Donald Schön uit het in Wageningen veelgebruikte boek ‘The reflective practitioner’ (1983). Meto, zelf opgeleid door Bijhouwer, hielp de discipline enorm vooruit. Niet alleen door zijn universitaire werk, de methodische onderbouwing van landschapsanalyse, landschapswaardering en landschapsontwerp, maar ook door zijn zichtbaarheid in vele adviescolleges, waarin hij als een bruggenbouwer de kwaliteit van het nieuwe landschap keer op keer agendeerde. 

Kijkend naar de opgaven van nu en naar de positiebepaling van de rijksoverheid voelen we, zonder beklagenswaardig te willen zijn, dat het schuurt. Om de teneur van de tijd te begrijpen zijn er op allerlei plekken debatten waarin we zoeken naar andere aanpakken en elkaar moed inspreken – ook de Landschapstriënnale 2014 hier in Park Lingezegen agendeert en bediscussieert dit onderwerp volop. We komen uit de genereuze periode van de welvaartsstaat, waarin diezelfde rijksoverheid op elke denkbare behoefte of hobbel in ons leven anticipeerde. Welk denkraam was er in de afgelopen decennia over landschap en ontwerp, wie waren de partijen en hoe zijn de lange lijnen te herleiden tot eerder in de twintigste eeuw, toen de planningsmachine nog moest worden ontworpen?



Casa de la Cultura de Velasco, Cuba (2014)

  
Paul Meurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman (red.)
eerder gepubliceerd in: Forum annual XLVI nr. Febr. 2012 
met bijdragen van Paul Meurs, John Loomis, Johanna van Doorn, Lara Voerman en Flora Labrada
voorwoord: Henk Döll en Mechtild Linssen
in opdracht van: Architectura en Amicitia, Amsterdam


Een excursie van Architectura en Amicitia (AetA) naar Cuba leidde tot de vraag aan SteenhuisMeurs om het cultuurgebouw in het afgelegen dorp Velasco te onderzoeken. De Nederlandse architecten waren enthousiast over de bijzondere architectuur, wilden het hele verhaal achter dit gebouw kennen en hoopten op de een of andere manier te kunnen bijdragen aan het behoud. Het onderzoek op Cuba leverde veel materiaal op over architect Betancourt en de bouw van cultuurhuizen in de jaren na de revolutie. Ook is het Casa de Cultura nauwkeurig in beeld gebracht. Het onderzoek is in een speciaal nummer van Forum verschenen en werd later in eigen beheer door SteenhuisMeurs uitgegeven.



Rijksmuseum Amsterdam

Restauratie en transformatie van een Nationaal monument (2013)

 
Paul Meurs en Marie-Therèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Aart Oxenaar, Ivan Nevzgodin, Everhard Korthals Altes, Cor Wagenaar en Hans Ibelings
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Deze monumentale monografie vormt het ultieme naslagwerk over de geschiedenis, restauratie en vernieuwing van het beroemdste museum van Nederland. Uitvoerig onderzoek en uitgebreide documentatie tonen hoe de restauratie van het negentiende-eeuwse monument van architect Pierre Cuypers werd verenigd met de eisen van een modern topmuseum in de eenentwintigste eeuw.

Gratis download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/isbn.9789462080935




Vijftig jaar Zaanse Schans

Een monumentenreservaat dat geen openluchtmuseum mocht worden 

Essay in: Bulletin KNOB 112 (4) (2013)


 
Paul Meurs


Voor de Zaanse Schans stelde SteenhuisMeurs een beeldkwaliteitsplan en een stedenbouwkundige visie op (2010). Verder ontwierpen we samen met Daf-architecten de entreepleinen (2013) en maakten we een plan om het Molenmuseum onder te brengen in een te reconstrueren molenmakerswerkplaats (2012). Het cultuurhistorisch onderzoek dat hierbij werd uitgevoerd, is bewerkt tot een artikel in het bulletin van het Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. Hierin wordt het bijzondere verhaal over de totstandkoming en ontwikkeling van dit ‘houtbouw reservaat’ verteld. Anders dan bij andere openluchtmusea zijn de verplaatste monumenten niet als objecten uitgestald op een afgesloten terrein. De Zaanse Schans is bedacht als een nieuw dorpje aan de Zaan, dat is opgebouwd met oude monumenten en openbaar toegankelijk is. Het is echter wel een tijdmachine, waarin de bezoeker zich in het jaar 1850 waant. Vanaf het allereerste begin was het de bedoeling om de huizen op de Zaanse Schans gewoon te bewonen en voorzieningen voor toeristen te realiseren. In de loop van vijftig jaar is de spanning tussen de ‘gewone‘ Zaanse woonbuurt en de bijzondere toeristische bestemming geleidelijk opgelopen. Inmiddels schuifelen elk jaar miljoenen toeristen in colonne door het dorpje en verdringt het toerisme het gewone leven.




Herbestemming in Nederland

Nieuw gebruik van stad en land (2011)

  
Marinke Steenhuis en Paul Meurs
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam 
in samenwerking met: Nationaal Programma Herbestemming


Waar leegstand is, is ruimte voor nieuw gebruik, zoals woningbouw, vrijetijdsvoorzieningen en zorginstellingen. Dat levert vaak verrassende combinaties op, zoals een school of een woning in een fabriekscomplex, een winkel in een kerk of een recreatiegebied in een militaire linie. Herbestemming in Nederland toont 25 inspirerende projecten van herbestemming waarbij ontwerpers tot bijzondere oplossingen zijn gekomen. Transformatie en herbestemming van gebouwen en gebieden is de belangrijkste nationale opgave voor de komende jaren. Zeven miljoen vierkante meter kantoorruimte staat leeg, kerkbesturen worstelen met hun verlaten gebouwen en de landbouw dreigt uit het landschap te verdwijnen. Voeg daarbij de bevolkingskrimp in gebieden aan de rand van Nederland en het is duidelijk dat de bouwopgave is veranderd in een ombouwopgave. De visies van de ontwerpers in Herbestemming in Nederland maken de meerwaarde duidelijk van de herbestemming van een gebouw, complex of landschap en vormen het debat over herbestemming in Nederland en daarbuiten.



Toekomst beschermd gezicht? 

Stads- en dorpsgezichten, archeologie en Landschap (2011)

 
Paul Meurs, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Paul Meurs, Eric Luiten, Catherine Visser en Wim Eggenkamp
ontwerp: Studio Sander Boon, Amsterdam 
uitgever: Atelier Rijksbouwmeester
in opdracht van: Nationaal Restauratiefonds en Rijksadviseur Cultureel Erfgoed 


Nederland telt honderden beschermde stads- en dorpsgezichten. Meer dan vijftig jaar geleden was dit instrument een baanbrekende manier van monumentenzorg. Het vooruitstrevende zat hem in de samenhangende benadering van objecten, buitenruimte en structuren, alsmede in de ontwikkelingsgerichtheid van de aanwijzing. Voor elk gezicht moest verplicht een conserverend bestemmingsplan worden opgesteld. Zo werd Monumentenzorg aan de Ruimtelijke Ordening gekoppeld. Tegenwoordig is ‘Erfgoed en Ruimte’ een even vanzelfsprekende als belangrijke pijler geworden van het erfgoedbeleid en worden voor elk bestemmingplan de cultuurhistorische waarden verplicht meegewogen. In feite zijn de beschermde stads- of dorpsgezicht daarmee overbodig geworden – er worden dan ook geen nieuwe gezichten aangewezen. In deze publicatie wordt onderzocht hoe het instrument van het beschermde gezicht in de loop van de tijd is geëvolueerd en wordt de vraag opgeworpen of er nog een toekomst voor de gezichten is. De conclusie is dat het borgen van cultuurhistorische waarden tegenwoordig heel goed is geregeld. Het ontbreekt echter aan de mogelijkheid om uitzonderlijke plekken een bijzondere status te geven, die afstraalt op het gebied en een vanzelfsprekende zorgvuldigheid van ingrepen bevordert.



Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur

Een collectief talent 1977-2010 (2010)

   
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Esther Darley, Noel Van Dooren, Lilli Licka, Lara Voerman en Lodewijk Wiegersma
ontwerp: Sander Boon
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam
uitgave Nederlands/Engels


Sinds de oprichting in 1977 door Riek Bakker en Ank Bleeker fungeert bureau Bakker en Bleeker (sinds 1990 Bureau B+B) als laboratorium voor de vakgemeenschap. Ontwerpers als Adriaan Geuze, Alle Hosper en Michael van Gessel werkten er, en het bureau vormde een broedplaats voor ontwerpbureaus als Karres en Brands en Rietveld Landscape. Dit overzichtswerk biedt een ruime selectie uit B+B’s 1500 projecten, waaronder het Nederlands Paviljoen Wereldexpo Hannover 2000 en het Waldpark in Potsdam.



Sanatorium Zonnestraal

Geschiedenis en restauratie van een modern monument (2010)

  
Paul Meurs en Marie-Thérèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Paul Meurs, Marie-Therese van Thoor, Wessel de Jonge, Hubert-Jan Henket, Barry Bergdoll, Ton Idsinga, Jan Molema, Annette Koenders, Herman van Bergeijk, Charlotte van Emstede, Marjan Vrolijk, Fons Asselbergs, Arie den Dikken, Wim Eggenkamp, Peter de Ruyter, Mariël Polman, Matthijs de Keijzer, Marieke Kuipers en Bruno Reichlin
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Sanatorium Zonnestraal is een wereldwijd icoon van het Nieuwe Bouwen. Het door de architecten Jan Duiker en Bernard Bijvoet ontworpen gebouw is een rijksmonument dat internationaal wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de architectuur van de twintigste eeuw. De restauratie van Zonnestraal is uitgevoerd naar ontwerp van de architecten Hubert-Jan Henket en Wessel de Jonge. De strijd om erkenning van de onvergankelijke waarde van Zonnestraal en de complexe restauratie leest als een spannend boek, maar vormt ook een cruciaal dossier voor de omgang met jonge monumenten. In deze monografie analyseren gerenommeerde (inter)nationale deskundigen de ontstaansgeschiedenis van het Zonnestraalcomplex en de architectonische, technische, landschappelijke en bestuurlijke aspecten van het restauratieproces. Het boek is rijk geïllustreerd met historisch beeldmateriaal, tekeningen, schetsen en foto’s die heden en verleden van Zonnestraal prachtig in beeld brengen.



Maakbaar landschap

Nederlandse landschapsarchitectuur 1945-1970 (2009)

 
Marinke Steenhuis en Fransje Hooimeijer (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Fransje Hooimeijer, Wijnand Galema, Dorine van Hoogstraten, Mariette Kamphuis, Anne Luijten en Rob van Leeuwen. 
fotografie: Jannes Linders
ontwerp Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam


Het Nederlandse landschap geldt misschien wel als het meest maakbare van de wereld. Niet toevallig zijn Nederlandse landschapsarchitecten internationaal werkzaam. Het fundament voor hun gezaghebbende positie werd gelegd tijdens de wederopbouw, de periode waarin het land met een ongekende energie gereed werd gemaakt voor een nieuwe samenleving. De bouw van 1 miljoen woningen, grootschalige ruilverkavelingen in het landelijk gebied, de aanleg van een systeem van snelwegen en speciaal ontworpen recreatiegebieden – in al deze opgaven had de landschapsarchitect een prominente rol. Maakbaar Landschap vertelt hoe een kleine groep legendarische tuin- en landschapsarchitecten deze ruimtelijke opgaven gestalte gaf en daarmee de Nederlandse positie van het grootschalige landschapsontwerp vestigde. Een nieuwe generatie ontwerpers trad naar voren, met mensen als Hans Warnau, Pieter Buys, Wim Boer, Bram Galjaard, Mien Ruys, Ellen Brandes, Harry de Vroome en Nico de Jonge. Zij waren in dienst van Staatsbosbeheer, gemeenten of hadden een eigen bureau. Dit boek is een gids door het naoorlogse landschap, aan de hand van de grote naoorlogse thema’s landbouw, stadsgroen, recreatie, verkeer, natuur en de (bedrijfs)tuin. Het bevat veel nieuw archiefmateriaal. Eén generatie ontwerpers vormde het aanzicht van Nederland tot op de dag van vandaag – het landschap dat nu in veel gevallen opnieuw op de tekentafel ligt voor opgaven als waterberging, herstructurering en nieuwe natuur.



De clubgedachte 

Essay in DASH The Luxury Apartment (2009)

  
Paul Meurs


Geleidelijk aan ontdekken Nederlandse welgestelden het comfort van luxe appartementen in woontorens vol voorzieningen. Voor Brazilië is de gestapelde luxe al honderd jaar gewoon. Door de gebrekkige publieke voorzieningen en het grote contrast tussen rijk en arm, heeft de markt de bouw van luxe woongebieden en zelfs hele stadsdelen op zich genomen. Ze worden ‘condomínios fechados‘ (gated communities) genoemd en bevatten naast zeer grote en goed geoutilleerde woningen, ook collectieve voorzieningen zoals een feestzaal, zwembad of fitnesszaal. Achter de hoge hekken en muren zijn interessante variaties op collectieve stedenbouw ontstaan, waarin allerlei idealen uit de architectuurgeschiedenis herkenbaar zijn, zoals de Russische dom-kummuna, de Engelse neighbourhood units en onze eigen wijkgedachte. Het enige verschil is dat de voorzieningen niet openbaar maar collectief zijn. De gebouwen worden in de markt gezet als exclusieve clubs, waar je behalve je woning ook een lifestyle en een identiteit koopt.



De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland (2009)

 
Paul Meurs en Wouter van Stiphout (red.)
ontwerp: Piet Gerards Ontwerpers
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam


Spoorbouwmeester Nathalie de Vries gaf de aanzet voor De Collectie, een selectie van vijftig stations in Nederland waarin de rijke geschiedenis van de spoorwegen en de architectonische hoogtepunten van stationsarchitectuur zijn verenigd. Het vooroorlogse deel van De Collectie werd door SteenhuisMeurs samengesteld. Crimson Architectural Historians maakte een voorstel voor de naoorlogse stations. NS en Prorail hebben De Collectie vastgesteld en onderdeel gemaakt van hun ruimtelijk beleid (spoorbeeld). In de hectiek van permanente verbouwing, wil de spoorsector goed omgaan met het eigen erfgoed. Deze publicatie is bedoeld om de Collectie te introduceren en met korte teksten en prachtige fotografie van Rob ’t Hart te laten zien wat een geweldige stationsgebouwen er langs het spoor staan. Later is voor elk station van De Collectie een waardestelling gemaakt. De aanpak om zorgvuldig met het spoorse erfgoed om te gaan, is aangeslagen. Voor veel stations buiten De Collectie zijn inmiddels ook waardestellingen opgesteld en wordt goed nagedacht hoe veranderingen kunnen aansluiten op het bestaande.



Pieter Buys tuin- en landschapsarchitect

Maken en laten (2008)

 
Marinke Steenhuis
met een bijdrage van: Jeroen Hoefsloot
ontwerp Bart Smit, de Twee Snoeken
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam


Pieter Buys (1923-2018) wordt door tuin- en landschapsarchitecten beschouwd als een van hun voormannen. Samen met ontwerpers als Wim Boer, Carl van Empelen, Hein Otto, Mien Ruys en Hans Warnau, is hij verantwoordelijk voor de naoorlogse emancipatie en professionalisering van de discipline. Sinds de oprichting van zijn bureau in Den Bosch in 1949, is hij onafgebroken als tuin- en landschapsarchitect en ontwerpdocent werkzaam geweest. Buys’ werkenlijst telt zo’n 2000 nummers. In het werk van Pieter Buys zijn twee bepalende lijnen te ontdekken: de invloed van de Deense tuinarchitectuur en de architectuur van de zogenaamde Bossche School. Naar voorbeeld van de Deense tuin- en landschapsarchitect C.Th. Sørensen werkt Buys intensief samen met verschillende architecten. Daarmee wordt zijn tuin- en landschapsontwerp gelijkwaardig aan de architectuur, en zijn gebouw en tuin met elkaar in dialoog. Hier ligt de kracht van Buys’ ontwerpen. In deze rijk geïllustreerde publicatie wordt Buys’ oeuvre voor het eerst gedocumenteerd en in tijd en context geplaatst.



Bouwen aan een weerbarstige stad (2008)

  
Paul Meurs, TU Delft
ontwerp: CO3, Woltera Niemeijer
uitgave: VSSD, Delft
uitgave Nederlands/Engels


Van 2006 tot 2016 bekleedde Paul Meurs de leerstoel ‘Restauratie en Transformatie’ van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Zijn oratie ‘Bouwen aan een weerbarstige stad’ is een pleidooi om studenten in het ontwerponderwijs vanuit bestaande kwaliteiten van een plek naar de toekomst te leren kijken. De verschuiving van de bouwopgave van de stadsuitbreiding naar bestaand stedelijk gebied drukt ontwerpers immers met hun neus op het verleden en dwingt hen om een positie ten opzichte van de geschiedenis in te nemen. Het begrip cultuurhistorie heeft een brede betekenis. Het potentiële werkterrein van de monumentenzorg bestaat uit ongeveer alles wat ooit is gebouwd. Concreet gevolg is dat in Nederland een ontwerpopgave zonder cultuurhistorische component bijna ondenkbaar is. 

Door de stad niet radicaal te vernieuwen maar te transformeren ontstaat een positief te waarderen historische gelaagdheid. Ontwerpers zoeken in elke opgave opnieuw een balans tussen de bestaande en de nieuw toe te voegen kwaliteiten. De creatieve opgave om cultuurhistorie op te nemen in integrale planvorming staat centraal in de oratie ‘bouwen aan een weerbarstige stad’. Hoe cultuurhistorie heldere kaders aan transformatieprocessen kan geven, komt aan de orde in een tweede essay over interventie en restauratie: ‘restaureren zonder dogma’.



Stedenbouw in het landschap

Pieter Verhagen (1882-1950) (2007)

  
Marinke Steenhuis
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam
with extensive summary in English

ook verschenen als proefschrift (Rijksuniversiteit Groningen)


De stedenbouwkundige Pieter Verhagen (1882–1950) was een hartstochtelijk wandelaar, iemand voor wie de natuur een eerste levensbehoefte was. In zijn jeugd correspondeerde hij met Jac.P. Thijsse over botaniseren, aan het eind van zijn leven schreef hij een boek over tuinieren. De expansie van steden en dorpen die hij tijdens zijn wandeltochten registreerde, deed hem na zijn opleiding tot bouwkundig ingenieur besluiten zich te bekwamen in de stedenbouw. Verhagens passie als wandelaar werd zijn missie als stedenbouwkundige: het ontwerpen van de ontmoeting tussen stad en land, tussen landschap en bebouwing. Dat lijkt een tegenspraak, iemand die het landschap liefheeft en het vervolgens volbouwt. Verhagen aanvaardde de verstedelijking als een realiteit – in de spanning met het landschap lag voor hem de opgave. In 1916 richtte Verhagen samen met architect M.J. Granpré Molière in Rotterdam een bureau op, dat al snel toonaangevend werd op het gebied van de stedenbouw. In de periode tot 1950 werden er meer dan honderd uitbreidingsplannen ontworpen. Een groot deel van Verhagens wijken behoort tot de nu zo geliefde jaren-dertig-woonmilieus. Verhagen onderkende al vroeg de noodzaak van regionale planning en ontwierp belangrijke streekplannen voor onder meer de Utrechtse Heuvelrug (1934) en Walcheren (1945). Tijdens de bezetting ontwierp hij het wederopbouwplan voor Middelburg, na de bevrijding begeleidde hij als stedenbouwkundig supervisor van het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting 150 wederopbouwplannen van getroffen gemeenten. De ontwerptraditie die het oeuvre van Verhagen vertegenwoordigt, is in de geschiedenisboeken tot nu toe onbelicht gebleven. Verhagens oplossingen voor de verweving van stad en landschap getuigen van een culturele visie die vooruitloopt op de huidige discussie over de verrommeling van het landschap.



De groene uitleg

Fietsen door naoorlogs Utrecht,1950-1970 (2005)

 
Marinke Steenhuis en Paul Meurs
ontwerp: Beukers Scholma
uitgave: Urban Fabric en Steenhuis stedenbouw/landschap, Schiedam


In 2004 onderzocht (de voorloper van) SteenhuisMeurs tien naoorlogse wijken in Utrecht, als onderdeel van de stedelijke vernieuwing. Daarbij kwamen bekende stadsdelen aan bod, zoals Hoograven, Kanaleneiland en Overvecht. Het onderzoek richtte zich ook op minder bekende naoorlogse wijkjes, bijvoorbeeld Majellapark, Pijlsweerd, Lauwerecht en Kromme Rijn. De grote rijkdom en diversiteit van naoorlogs Utrecht verdient het om ook door een breder publiek te worden ontdekt. Vandaar het initiatief om ‘toeristische’ fietsroutes door deze wijken te bedenken en in een gids te voorzien van bondige informatie en een overzicht van de bijzondere projecten.



In Transit

mobiliteit, stedelijke ontwikkeling en stadscultuur in Rotterdam (2003)

 
Paul Meurs en Marc Verheyen (ed.) 
met bijdragen van: Luuk Boelens, Frans Botma, Florian Boer, Dolf Broekhuizen, Martin Guit, Jannes Linders, Paul Meurs, Henk Oosterling, Arnold Reijndorp, Pieter Schrijnen, Harko Stolte, Minke Themans, Bas van Toledo en Marc Verheijen
ontwerp: Minke Theemans
uitgave: NAi Uitgevers, Rotterdam 
ook verschenen in het Engels


Mobiliteit heeft een grote invloed op stadscultuur en stedelijke ontwikkeling. Steden worden voornamelijk ervaren vanuit een bewegend perspectief, terwijl het stadsbeeld mede wordt bepaald door infrastructuur en verkeersstromen. Mobiliteit is in de hedendaagse stad niet alleen een logistieke en technocratische opgave, maar ook een conditionerende factor voor stedelijke ontwikkeling. Rotterdam is door zijn geschiedenis in hoge mate bepaald door beweging en verplaatsing. Voor 1940 werd al begonnen met de opbouw van de moderne verkeersmachine, tijdens en na de wederopbouw kreeg dit een daadkrachtig vervolg. De waterwegen, bruggen, straten, singels, lanen en de wegen rondom Rotterdam, domineren het stadsbeeld en zijn dragers van de stadsstructuur. Rotterdam omarmt mobiliteit en ontleent er zijn kracht aan. De stad leent zich als goed voorbeeld om de relatie tussen mobiliteit en stedelijke ontwikkeling te onderzoeken en in beeld te brengen. In tekst- en beeldessays stelt dit boek mobiliteit aan de orde als een belangrijk maatschappelijk onderwerp. De verbanden tussen mobiliteit en stedelijke ontwikkeling worden zichtbaar gemaakt aan de hand van Rotterdamse voorbeelden.



De moderne historische stad

ontwerpen voor vernieuwing en behoud 1883-1940 (2000)

  
Paul Meurs
ontwerp Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam 
ook verschenen als proefschrift (Vrije Universiteit Amsterdam)


Door de stadsuitbreidingen, de komst van nieuwe vervoersmiddelen en de concentratie van centrumfuncties veranderden de oude steden in Nederland vanaf het einde van de negentiende eeuw in moderne historische binnensteden, zonder op deze taak berekend te zijn. Tal van aanpassingen en ingrepen waren het gevolg, zoals schaalvergroting, nieuwbouw, kaalslag, verkeersdoorbraken, demping van grachten, de herinrichting van openbare ruimte en het ontstaan van kantoorboulevards, vermaakspleinen en winkelstraten. In De moderne historische stad onderzoekt Paul Meurs de wijze waarop de oude steden vanaf het einde van de negentiende eeuw transformeerden in eigentijdse centra en de plaats die daarbij voor het historisch erfgoed werd ingeruimd. Hij concentreert zich daarbij op het openbaar debat over de kwaliteit van het toekomstig stadsbeeld dat rond 1900 begon. Het boek is gericht op de ideeën, concepten en intenties van architecten en stedenbouwkundigen met betrekking tot monumenten en historische stadsdelen. De binnenstad wordt, met terugwerkende kracht, voorgesteld als een ontwerpopgave: van de rol van de stadscentra in de stadsgewesten (stad en regio), via de verkeersaanpassingen (centrum en uitbreidingsgebieden) en de cityvorming (stadskern) tot de esthetische verzorging van het stadsbeeld (gebouw en bouwblok). Het boek brengt een interessante periode in beeld, die vooruitloopt op de tendens in de actuele architectuur om de geschiedenis van de genius loci te laten spreken.





Brazilië

laboratorium van architectuur en stedenbouw (1998)

 
Paul Meurs en Esther Agricola (red.)
met bijdragen van: Esther Agricola, Jef Apers, Lodewijk Baljon, Felix Claus, Jo Coenen, Hans van Dijk, Martin van Dort, Marc Dubois, Aldo van Eyck, Heitor Frúgoli jr, Dick van Gameren, Frans de Haas, Hubert-Jan Henket, Jacques van der Jagt, Wessel de Jonge, Simon Jonker, James Holston, Sybille Kalfsbeek-Bandel, Hans Köhne, Teun Koolhaas, Adriaan Kuyvenhoven, Hans van der Laan, Oscar Martijn, Tracy Metz, Paul Meurs, Jaap Modder, Bas Molenaar, Margareth da Silva Pereira, Gerard Peters, Hans Putter, Esther Sassenburg, Hugo Segawa, Frans van der Seyp, Ria Smit, Max van Son, Roelf Steenhuis, Hein Struben, Peter Thole, Machiel van der Torre, Marc Verheijen, Ronald Volk, Marjolein van der Waals
ontwerp Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers. Rotterdam


In de jaren negentig organiseerde Paul Meurs voor het NIROV zeven studiereizen naar Brazilië. De Braziliaanse steden werden als laboratoria voorgesteld, waarin over de toekomst van de Nederlandse steden nagedacht en gediscussieerd kon worden. Tendensen die in het Nederlandse debat over stedelijke ontwikkeling sporadisch of slechts theoretisch naar voren komen, tekenen zich in Brazilië haarscherp af. Zo is Rio de Janeiro op te vatten als het gedroomde stadslandschap van de modernen en Brasília als een gerealiseerde utopie, de enige ville radieuse ter wereld. Ook Curitiba geldt tegenwoordig als een modelstad, van het duurzaam bouwen. De multiculturele stad Salvador heeft de begrippen ‘traditie’ en ‘behoud’ een nieuwe betekenis gegeven. São Paulo ten slotte is een van de snelst gegroeide metropolen ter wereld. Hier wordt de inrichting van de stad tot in de details door de markt bepaald. In essays, projectbeschrijvingen en impressies van zowel Braziliaanse als Nederlandse auteurs wordt een veelzijdig beeld gegeven van deze vijf steden. Vanuit verschillende invalshoeken wordt aandacht besteed aan de openbare ruimte, landschapsinrichting, infrastructuur, ecologie, de rol van de markt, monumentenzorg en het werk van architecten als Oscar Niemeyer, Lina Bo Bardi en Lelé.



Nieuw Amsterdam op Manhattan 1625-1660

Essay in Vestingbouw overzee

Militaire architectuur van Manhattan tot Korea (1996)

 
Paul Meurs
uitgave: Walburg Pers, Zutphen


Nieuw-Amsterdam werd in 1625 gesticht op de maagdelijke zuidpunt van het eiland Manhattan. De WIC stuurde een landmeter, Cryn Fredericxsz, met de eerste kolonisten mee en gaf hem gedetailleerde instructies voor de aanleg van een ideale stad. Een blik op de kaart van Nieuw-Amsterdam uit 1660 maakt meteen duidelijk dat deze intentie mislukte. Het stadsplan ziet er rommelig uit, met gekromde straten en scheve erven. Waar New York later het prototype van de perfecte gridstad zou worden, bleef de zuidpunt van het eiland onregelmatig. Aan de hand van de chronologie van de uitgifte van erven aan kolonisten, wordt in dit artikel onderzocht hoe het zo kwam. Het blijkt dat de instructies voor de landmeter erg rigide waren en uitgingen van de bouw van een groot fort op de rivieroever, met daarin de hele stad. Na een jaar besloten de kolonisten om deze opzet te verlaten. Op de punt van Manhattan was een veel simpeler verdediging mogelijk, met een klein fort en het opwerpen van een aarden wal met pallisade (Wallstreet). De bouwput van het grote fort, lag jaren lang de stadsuitbreiding in de weg – met als resultaat een zeer onregelmatige stadsplattegrond.



Zeven artikelen over Brazilië (1992-1994)

 
Paul Meurs
‘Modernisme en traditie, monumentenzorg in Brazilië’, Archis 1994-6, 70-80;
‘De Braziliaanse identiteit en het Moderne; het werk van Lina Bo Bardi’, De Architect 1994-5, 62-77; 
‘Curitiba, een ecologische metropool’, De Architect 1994-2, 51-59;
‘Democratische ruimte in São Paulo en Rio de Janeiro onder druk’, De Architect 1993-11, 100-109;
‘Architectuur van macht en muzen, het fenomeen Oscar Niemeyer’, De Architect 1993-9, 63-71;
‘Bouwen aan een ongelijke wereld, ommuurde woonwijken in São Paulo en Rio de Janeiro’, De Architect 1993-9, 50-61
‘Rio de Janeiro, proeftuin voor modernistische stedebouw’, Archis 1992-5 36-43.

Met een startstipendium (1989) en een werkbeurs (1991) van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst werkte Paul Meurs in Brazilië (FAU USP) en deed hij onderzoek naar de Braziliaanse architectuur. Centraal thema hierbij was het verband tussen de moderne beweging en de monumentenzorg, vanaf de jaren dertig. Maar gaandeweg dienden zich tal van andere onderwerpen aan, mede door het contact met architecten als Lúcio Costa, Oscar Niemeyer, Lelé en Jaime Lerner. Ook het thema van de sociale segregatie in steden als São Paulo en Rio de Janeiro werd verkend met antropologen, bestuurders, stedenbouwers en projectontwikkelaars. De onderzoeken werden uitgewerkt in zeven artikelen voor de Nederlandse vakbladen De Architect en Archis, die deels later ook in Brazilië verschenen.



Nederland als utopie

Holland Village in Japan 

essay in de architect 7/8 (1992)

  
Paul Meurs
ook verschenen in het Engels en het Japans


In de buurt van Nagasaki, in Japan, is een pretpark dat Nederland als thema heeft. Op de luchtfoto van deze vakantiestad zijn allerlei beroemde Nederlandse monumenten te herkennen: paleis Huis ten Bosch in Den Haag, de stadspoorten van Delft en Sneek, het stadhuis van Gouda, Hotel l’Europe uit Amsterdam, kasteel Nijenrode en de Accijnstoren van Alkmaar. Anders dan in openluchtmusea zijn de monumenten ingebed in een geloofwaardige stedelijke context. Het themapark Huis ten Bosch oogt als een geleidelijk gegroeide Hollandse stad, met een plein als in Gouda en grachten als in Utrecht. Stedenbouwkundige Jan Heeling ontwierp dit stadsplan, waarin acht eeuwen stedelijke ontwikkeling is gesimuleerd. Voor de architectuur werd soms teruggegrepen op reconstructie van bestaande monumenten. Meestal gaat het echter om stadsblokken, die volgens de logica van de Nederlandse binnensteden zijn ontworpen. De bouwblokken lijken van binnen niet op wat ze van buiten suggereren en zijn gebouwd om aardbevingen te weerstaan, met stalen constructies. De verschillen met Nederland zijn gemakkelijk gevonden, maar de overeenkomsten met de oude Nederlandse binnensteden zijn misschien veel opmerkelijker. Dit artikel in De Architect onderzoekt hoe Huis Ten Bosch ons een spiegel voorhoudt over hoe wij met ons erfgoed en het fenomeen authenticiteit omgaan.



Vormgeven aan de herinnering

restauratie en bewaarzucht 

ESSAY IN DE ARCHITECT 5 (1992)

 
Paul Meurs


Wat is de inzet van behoud en herstel van onze monumenten? Welk gevoel of welke beleving wordt ermee opgeroepen en in hoeverre heeft de ruimtelijke en maatschappelijke context invloed op wat we ‘authentiek’ ervaren? In een reeks ‘onmogelijke restauraties’ onderzocht Paul Meurs de uitgangspunten van restauraties: het tsaar-Peter-op-de-halve-grootte-huisje, de straat op een sokkel, Zonnestraal in (je) terminale fase, de ruïne in de krottenwijk, de (toen net gevallen) muur in Berlijn, de herbouwde molen op een houtvlot, de Kiefhoek booby trap (behoud van de tijdelijke houdbaarheid), het zeven Schröderhuizen project en de restauratie van het ongebouwde stadhuis van OMA in Den Haag. Dit artikel is een samenvatting van het vrolijke verslag van een stipendiumjaar in São Paulo.





PUBLICATIES EN MEDIA


wat DOET steenhuismeurs?



Alle kennis die we opdoen, delen we graag met anderen. Wij dragen onze passie voor cultuurhistorie, onze projecten en onderzoeksterreinen uit naar de meest uiteenlopende gezelschappen; van professionals tot historische verenigingen en bewonersgroepen. Wij verzorgen presentaties en lezingen, schrijven artikelen, nemen deel aan inspiratie-events, symposia en filmproducties en laten van ons horen via interviews en social media. Regelmatig verschijnen boeken van onze hand, meestal in samenwerking met nai010 uitgevers. Onderzoeken waarover we publiceren, verrichten we in opdracht of initiëren we zelf.




Drentse Erfgoedlijnen

Erfgoedverhalen als strategie voor toerisme (2018)

 
Paul Meurs, Marinke Steenhuis m.m.v. Annet Kampinga
fotografie: Sake Elzinga
ontwerp: Paulien Varkevisser, Nijmegen
in opdracht van: Provincie Drenthe (Marc Kocken, Marko Vuijk en Mauro Smit)


De provincie Drenthe en de Drentse gemeenten vroegen ons om een ‘strategisch narratief’ te ontwikkelen, waarin het verhaal van het erfgoed (het ‘narratief’) strategisch wordt ingezet voor recreatie en toerisme. Drenthe is dé vrijetijdseconomieprovincie van Nederland. Het is de ideale plek om te fietsen, te wandelen, andere sporten te bedrijven en te genieten van een geweldig landschap. Het erfgoed van Drenthe is minder bekend, behalve dan de hunebedden. Dat is eigenlijk merkwaardig, want het prachtige landschap van Drenthe is in de loop van duizenden jaren mede door mensenhand gevormd. Op het zand en in de veengebieden vind je er de sporen van terug, bijvoorbeeld van prehistorische bewoning, middeleeuwse boerengemeenschappen, de pioniers van de veenontginningen en de armoedzaaiers die uit het hele land naar de koloniën van Weldadigheid kwamen om heropgevoed te worden. Iedere gemeente van Drenthe heeft bijzonder erfgoed en bij elkaar biedt dat een historische rijkdom die onvergelijkbaar is met wat je in de rest van het land of zelfs daarbuiten vindt. De Drentse erfgoedlijnen gaan stuk voor stuk over de manier waarop de mens zijn plek in de natuur van Drenthe heeft gemaakt. Daarom is er een inleidend verhaal over de natuur en het landschap van Drenthe, dat de poort naar een andere wereld biedt. Het erfgoed van Drenthe wordt in zes erfgoedlijnen beschreven, van prehistorie tot de naoorlogse tijd. Bij ieder verhaal horen bestemmingen. Maar de erfgoedlijnen zijn nooit af. Aan ieder verhaal kunnen andere verhalen worden toegevoegd of andere bestemmingen worden gekoppeld. De erfgoedlijnen zijn te combineren of uit te werken tot steeds weer andere arrangementen. Zo veranderen de verhalen in bestemmingen.





Het oog van de orkaan

Ontwikkelingen en opgaven voor historisch Delfshaven (2018)

 
Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter,
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Historisch Delfshaven en Schans-Watergeus: er zijn weinig aangrenzende buurten in Rotterdam waartussen de contrasten zo groot lijken als hier. Het uiterlijk van de buurten, de mensen die er wonen, de opgaven die er spelen: het lijkt een verschil van dag en nacht. Samen met wijkpartijen en bewoners wil de gemeente Rotterdam een duidelijke impuls aan beide buurten geven en de problemen en opgaven in samenhang aanpakken. In deze film schetst Marinke Steenhuis de ontwikkeling van historisch Delfshaven en zijn directe omgeving en legt uit hoe dit unieke stukje Rotterdam zichzelf in de loop der tijd steeds opnieuw heeft moeten uitvinden. Bewoners, ondernemers en bezoekers komen aan het woord over de kwaliteiten en verbeterpunten voor dit stukje Rotterdam.



Voorbij de dijken

Hoe Nederland met het water werkt (2017)

  
Marinke Steenhuis en Paul Meurs (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs en Annet Kampinga
fotografie: Tineke Dijkstra, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Jentse Hoekstra en Cees Poot)
ook in het Engels verschenen


Er zijn weinig landen op de wereld waar het water zozeer het landschap en de nationale identiteit bepaalt als in Nederland. De kwetsbare delta ligt telkens weer op de tekentafel om aangepast te worden aan de dreiging van het water. Klimaatverandering zorgt nu voor een volgende ronde van ingrepen. De klassieke strijd tegen het water is daarbij veranderd in een aanpak met het water. Voor het eerst worden de omvang van het Nederlandse waterproject en de resultaten ervan in het kust- en rivierenlandschap zichtbaar; voorbij de dijken. Hoe Nederland met het water werkt brengt deze indrukwekkende operatie in beeld. Dit boek laat dertig ingrepen langs de rivieren en de kust zien – projecten waarin waterbouw, cultuurhistorie, natuur en menselijk gebruik zijn samengebracht in weergaloze waterlandschappen, die verleiden om zelf op expeditie te gaan.




Rotterdam Zuid

van boerenzij tot proeftuin (2017)

 
Marinke Steenhuis
samenstelling en regie: BuroB, Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


In deze film vertelt Marinke Steenhuis het verhaal van Rotterdam Zuid als proeftuin van sociale en ruimtelijke concepten. Een verhaal over de ontstaansgeschiedenis en de historische betekenis in de huidige tijd, en dus ook een vertelling over trots, identiteit en toekomstbestendigheid van dit stadsdeel. De film is gemaakt om de inzichten van onze zes cultuurhistorische verkenningen naar wijken op Rotterdam Zuid te delen met bewoners en een groter publiek. Naast deze koepelfilm zijn er zes aparte wijkfilms. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis en andere wijken waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog: de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen.



Zes films over Rotterdam-Zuid

Bloemhof, Hillesluis, Tarwewijk, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois (2017-2019)

 
SteenhuisMeurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman
samenstelling en regie: BuroB Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


Met veel elan bouwden gemeentelijke volkshuisvesters, havendirecteuren, prille corporaties en particuliere bouwers ruim een eeuw geleden aan een nieuw stadsdeel: Rotterdam Zuid. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog; de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen. In deze zes wijkfilms belichten Johanna van Doorn en Lara Voerman van SteenhuisMeurs steeds een van de zes wijken.



Mathenesserweg

nieuw elan voor een oude stadsstraat (2017)

 
Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Rotterdam heeft stadsmariniers in wijken waar de basisveiligheid niet op orde is en voor hardnekkige, wijkoverstijgende thema’s. De opdracht van de stadsmarinier is helder: zorg ervoor dat de wijk weer veilig wordt en tref hiervoor alle benodigde maatregelen. Veel wordt bereikt door goede samenwerking met alle belangrijke partijen in de wijk. De stadsmarinier organiseert stuurgroepen in de wijk. Tijdens zo’n stuurgroep gaat de burgemeester samen met de politiechef, de hoofdofficier van Justitie, betrokken wethouders en andere partners in gesprek met bewoners en ondernemers over de problemen in hun wijk. Samen maken zij afspraken over verbeteringen, die voor de volgende stuurgroep moeten zijn gerealiseerd. De stadsmarinier ziet toe op de voortgang hiervan en zorgt voor versnelling van de aanpak indien nodig. In deze film maken we kennis met de Mathenesserweg en zijn geschiedenis. En ook met de problemen, uitdagingen en kansen voor de straat. Aan het woord: Danielle van den Heuvel (stadsmarinier gemeente Rotterdam), Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) en natuurlijk bewoners, ondernemers en bezoekers van de Mathenesserweg.



De nieuwe grachtengordel

De realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (2017)

  
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs, Vincent van Rossem, Jeroen Schilt, Minke Walda en Lara Voerman
vormgeving: Beukers Scholma
ontwerp: Thoth, Bussum
in opdracht van: gemeente Amsterdam


Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontwikkeld, omdat Amsterdam hoognodig moest uitbreiden. Een stadsuitbreiding met de allure van de grachtengordel, dat was de ambitie achter het AUP uit 1934. Daar werd geen letterlijke kopie van monumentale straatwanden aan gebogen waterwegen mee bedoeld, maar een nieuwe stad waarin iedereen - sociaal gelijk en omgeven door voldoende ruimte, groen en licht - zichzelf verder kon ontplooien. De oplossing werd gevonden in een reeks van nieuwe tuinsteden. De realisatie van het plan leidde vanaf 1949 tot een verdubbeling van de omvang van de stad. In een verbazingwekkend kort tijdsbestek van tien jaar verrezen rond Amsterdam 50.000 woningen in wijken als Bos en Lommer, Watergraafsmeer, Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp en Buitenveldert.Hoe organiseerde Amsterdam deze megaklus, welke (buitenlandse) steden dienden als voorbeeld? Wat waren de telkens terugkerende thema’s en problemen? De auteurs brachten maanden door in het eindeloze archief van de Dienst Publieke Werken Amsterdam. Deze onuitputtelijke bron van gegevens is de ware hoofdpersoon van dit boek.Het Algemeen Uitbreidingsplan, met L.S.P. Scheffer, Theo van Lohuizen, Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder als belangrijkste grondleggers, is het paradepaardje van de moderne stedenbouw, met prachtige ontwerpvondsten als de Sloterplas, Tuindorp Frankendaal en de parken rond de Nieuwe Meer en de Amstel. Het plan kreeg veel lof, ook uit het buitenland, en speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij de uitbreiding en de verdichting van de stad.




Reuse, Redevelop and Design

How the Dutch Deal With Heritage (2017)

 
Paul Meurs and Marinke Steenhuis 
with contributions of: Paul Meurs, Marinke Steenhuis, Jean-Paul Corten, Sander Gelinck en Frank Strolenberg
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam
commissioned by: Cultural Heritage Agency and the Ministry of Foreign Affairs


Where there are vacancies, there is room for new uses, such as housing and leisure and health-care facilities. This often results in surprising combinations, such as a school or a community centre in a factory complex, a shop in a church or a recreation area in a military zone. Reuse, Redevelop and Design presents 20 inspiring redevelopment projects. The book addresses the story behind the success of redevelopment in essays on heritage policy, public-private partnerships, financing and design.The creative way Dutch architecture offices deal with heritage is also catching on abroad, as evidenced by OMA’s projects in Italy and Germany, West 8’s in Russia, Mecanoo’s in the United States and Maurer’s in China.



De Deltawerken (2016)

  
Marinke Steenhuis en Lara Voerman
ontwerp: Beukers Scholma
fotografie: Siebe Swart 
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Programma Erfgoed en Ruimte (Ellen Vreenegoor)


Ontworpen als bescherming tegen het water na de watersnoodramp van 1953 behoren de Deltawerken tot de iconische monumenten van Nederland, met technische hoogstandjes als de Oosterscheldekering, de Brouwersdam en de Maeslantkering. De kracht van de Deltawerken is de unieke combinatie van civiele techniek, architectuur en landschappelijk ontwerp in een systematisch bouwwerk met een weergaloze samenhang.

Klimaatverandering maakt de wateropgave opnieuw urgent. Het boek toont de unieke kwaliteiten en innovaties van de veertien onderdelen van de Deltawerken, en belicht de daadkracht van de speciaal opgerichte Deltadienst, die de delta integraal op de tekentafel legde. In interviews verkennen experts de alternatieven en opties voor het waterverdedigingssysteem. Dit boek biedt de ontstaansgeschiedenis van de Deltawerken, een actueel overzicht ervan én de uitdaging voor de toekomst.




Heritage-based design (2016)

 
Paul Meurs, TU Delft
design: Sirene Ontwerpers, Rotterdam
Commissioned by: Technical University, Delft, in collaboration with Rondeltappe Bernoster Kemmers Foundation


Paul’s lectures on design with cultural value were put together in this publication in the series on design didactics of Heritage & Architecture (TU Delft). The book addresses the question of how to design in a historical context. How to get a grip on a site? How can a designer incorporate actual qualities of the heritage in the design? In three chapters, it is described how the conservation of heritage has increasingly become an issue of planning and intervention, with the specific cultural heritage qualities of a site as the starting point for transformation.The design on or around heritage is all about open-mindedness, doing justice to the cultural heritage value, daring to opt for a radical intervention if necessary, making history visible in the innovative city, and responding to the poetry of the site – and all this in appropriate measures. The architectural style (modern or traditional, contrast or symbiosis) does not really matter all that much, as long as the attitude is to design on the basis of the existing qualities and to carefully develop the detailed design. 

Free download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/484





Haven van Rotterdam

Wereld tussen stad en zee (2015)

  
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Peter de Langen, Frank de Kruif, Marinke Steenhuis, Lara Voerman, Isabelle Vries, Peter Paul Witsen
fotografie: Jannes Linders, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam 
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam
ook verschenen in het Engels


De haven van Rotterdam biedt het actuele overzicht, de ontstaansgeschiedenis én een blik in de toekomst van de haven; voor velen onbekend terrein. Het werk aan de haven is nooit klaar. Vanuit het oogpunt van economie, landschap en logistiek wordt de haven in al zijn diversiteit beschreven en getoond. Het boek navigeert langs de plekken waar indrukwekkende haventechniek wordt ontworpen, waar trends zichtbaar worden en waar nieuw landschap gestalte krijgt. Een internationale vergelijking plaatst Rotterdam naast acht andere wereldhavens. Daarnaast toont het boek hoe het stoere Rotterdamse imago zorgvuldig werd opgebouwd. Van Maasvlakte II tot de Fruithavens, van het Vogel-eiland in de Slufter tot RDM, en van de Botlek tot de Kop van Zuid: portretten van 36 bijzondere plekken, infographics, havenverhalen en fotografie van Jannes Linders en Siebe Swart tonen de unieke en vaak betoverende facetten van het havenlandschap.




Healing Modernity

Essay in ON THE MOVE – Landscape Architecture Europe 4 (2015)

  
Marinke Steenhuis
publisher: Blauwdruk, Wageningen


‘Le site n’est pas vierge’ – ‘the site is not empty’ – was how landscape architect Yves Brunier began his description of the design for Museumpark in Rotterdam in the April 1989 issue of l’Architecture d’Aujourd’hui. The renewal plan Brunier made with OMA for the dilapidated nineteenth-century landscape garden, which nestles under Rotterdam’s primary flood defence, illustrates a new phase in the history of European landscape architecture. The main layout of the old garden has been retained, but within this framework the designers have created a spectacular route lined with new ‘un-park-like’ materials, such as chunks of glass and reflective plastic walls, whitewashed tree stems, an event site paved with black asphalt, and a bridge over a river of stones. The design has been lovingly maintained in its original state, except for the disappearance of the chunks of glass in the stone river, originally placed to represent water, which have been removed over the years by admirers and collectors. Museumpark was a statement, a cult park in which the European vocabulary of the landscape style was reworked in a humorous and, to some people, shocking or alienating manner to give it new significance in the here and now. Landscape architecture, it transpired, could also be a cocktail of humour, sensuality, ‘time depth’, alienation and subversiveness.In this essay, Marinke Steenhuis explores the legacy of landscape design in the last decades and defines the different design approaches of nowadays design practice: the international style, the single gesture with a big impact, the hyperbole and the revealing of what has been hidden.




51°55’11.6”N 4°29’19

the Binnenrotte (Rotterdam) and the reptilian brain

Essay in prix de rome 2014 architecture (2015)

  
Marinke Steenhuis
publisher: nai010 publishers, Rotterdam


Close your eyes, this place requires a different use of your brain. The space where you are standing is a structure that has been modified, filled in, demolished and rebuilt, layer upon layer, for seven centuries; its time depth is virtually unfathomable. Binnenrotte and Hoogstraat went from centre to periphery, a typical Rotterdam phenomenon unknown to most old Dutch cities. It’s possible to take a time trip through those seven centuries: the library houses the Erasmus Collection, the cube dwellings can be construed as a bridge between a river of cars and the public space, and the Markthal stands precisely on the site of the former Grote Markt. The monument to Rotterdam’s naval hero, Witte de With, is in the Laurenskerk. Blaak Station stands on the site of the old 1877 Beurs Station, which gave access to trains that ran on an elevated track, a rail viaduct along the route of the filled-in Binnenrotte. The Prix de Rome assignment is to make time legible in the public space and to inject new vitality into a now-peripheral city street. The assignment is based, contrary to the tradition of this place, on continuities rather than disruptions – and that alone makes one curious to see the design proposals. 

The various episodes in Rotterdam’s urban development are well known, and clearly visible on historical maps. But what the maps fail to evoke is the perception of the urban space, its effect on generations of Rotterdammers, in other words on the genre de vie of the city. It could be said that every Rotterdammer carries fragments of this in their subconscious. How do you describe the emotional effect, the lyricism of an urban space?




EEN GROEN HEELAL

RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN

ESSAY IN LANDSCHAPSBIOGRAFIE VAN DE DRENTSE AA (2015)

  
Marinke Steenhuis
uitgever: Koninklijke Van Gorcum, Assen


Waar na 1950 in heel Nederland beekdalen werden ‘genormaliseerd’ door de Cultuurtechnische Dienst, uitvoerder van de ruilverkavelingen, lukte het in het Drentse Aa-gebied om een synthese van belangen te vinden. In het ‘Gedachtenplan voor het Stroomdallandschap Drentsche Aa' legden drie medewerkers van Staatsbosbeheer, landschapsconsulent Harry de Vroome (1920-2001), onderzoeker amateur-archeoloog Freek Modderkolk (1934-2006) en natuurconsulent en ecoloog ir. Edgar Stapelveld (1927) in 1965 de basis voor het Nationaal Park Drentsche Aa, volgens een aanpak die we nu de ‘mutual gains’ benadering zouden noemen. Het geniale van het Drentse Aa-gebied is dat rond 1965 de belangen van landbouw, woningbouw en natuur in één gevoelige en toch radicale planningsstrategie samen werden gebracht. De mens is de bewuste ontwerper van dat landschap; niet alleen in beleidsnota’s of op de tekentafel, maar ook daadwerkelijk, kavel voor kavel, buiten waar het landschap ervaren wordt. Het uiterlijk van elke hectare in het Drentse Aa-gebied is het resultaat van naoorlogs beleid. In deze storm van maakbaarheid ging het hele gebied in feite op de schop; niet om het te vernietigen, maar om het te herscheppen in een landschap met een biodiversiteit die tot dan niet bestond.




JOOP VAN STIGT ARCHITECT

WERKEN VANUIT EEN FLEXIBELE STRUCTUUR 1960-1985 (2014)

 
Marinke Steenhuis
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Jurriaan van Stigt, Minke Walda en Marcel van der Burg 
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: SDO, Amsterdam


Architect Joop van Stigt (1934-2011) heeft een onconventioneel en oorspronkelijk oeuvre nagelaten, dat gekenmerkt wordt door drie fasen die elkaar onderling beïnvloedden en versterkten. In de eerste vijfentwintig jaar van zijn werk ontwierp hij gebouwen en woonbuurten die zijn bijgezet als producten uit de architectuurstroming van het structuralisme. Vanaf 1980 legde hij zich samen met zijn zoon André van Stigt toe op herbestemming en transformatie van bestaande gebouwen. Zijn grote specialisme op dit vlak leidde in 1987 tot zijn benoeming als hoogleraar Renovatie en Onderhoudstechnieken aan de Technische Universiteit Delft. Na zijn afscheid in 1999 begon hij aan zijn derde loopbaan in Mali, Afrika. Daar leidde Van Stigt metselaars op en bouwde scholen en een provinciehuis. In alle drie fasen was hij vernieuwend en succesvol; de drie ‘carrières’ zijn niet als breuk op te vatten, waarin hij zichzelf steeds opnieuw uitvond, maar als de drie pijlers van zijn oeuvre die elkaar continu afwisselden en beïnvloedden. In dit boek staat de eerste fase van zijn loopbaan centraal – zijn ontwikkeling tot architect en zijn oeuvre tot aan het begin van de jaren tachtig. Zijn constructieve bijdrage aan hét thema van de structuralisten, de ontwikkeling van een driedimensionaal modulair bouwsysteem, is als ontwerpmethodiek van grote betekenis. Met zijn oeuvre liet hij zien hoe zijn systeem telkens weer aanleiding gaf tot nieuwe configuraties, materiaalkeuze en schikking van ruimtes, maar in zijn proportionaliteit constant bleef.




HERITAGE AS AN ASSET FOR INNER CITY DEVELOPMENT

AN URBAN MANAGER’S GUIDE BOOK (2014)

 
Paul Meurs with Jean-Paul Corten, Ellen Geurts en Remco Vermeulen (ed.)
with contributions of: Jean-Paul Corten, Ellen Geurts, Paul Meurs, Donovan Rypkema en Ronald Wall
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam 
commissioned by: Cultural Heritage Agency


Heritage is playing an increasingly emphatic role in the development of the contemporary city. It is an important location-determining factor for a new generation of city dwellers, newly developing companies in the service sector and creative industries and also for recreation and tourism. At the same time, unrestrained urban growth is putting historic inner cities under increasingly greater pressure. Accordingly, it is time for a new orientation toward the historic city.How do we utilize a city’s existing qualities for a vital future? How do we reverse the increasing threats that can be felt in all historical inner cities? What is the economic significance of heritage for a city that wants progress? What possibilities and limitations does heritage offer for the challenges we continually face in our design assignments? These are the central questions of this book. Heritage As an Asset for Inner-City Development draws on the broad experience of teachers and participants in the Urban Heritage Strategies course. A variety of cities pass in review: Paramaribo, Recife, Accra, Pretoria, Moscow, Pulicat, Jaffna and Surabaya. Each in their own way, these cities all have historical tie with the Netherlands.




Overbodig zondebesef

De emancipatie van de naoorlogse landschapsarchitectuur

Tekst van de Bijhouwerlezing (2014)

  
Marinke Steenhuis
uitgever: Blauwdruk, Wageningen


‘Boeren is voor mij ook groen’, zei de taxichauffeur toen ik hem vroeg of hij veel merkte van de aanleg van Park Lingezegen, het regionale parklandschap waar we nu zijn. Vandaag ontvangt Meto Vroom de Bijhouwerprijs vanwege zijn verdiensten voor de landschapsarchitectuur. Meto was van 1966 tot 1994 hoogleraar in Wageningen. In deze ongelofelijke dynamische periode werkte hij ruim 25 jaar lang aan de professionalisering van het onderwijs. Er waren geen dictaten, er was geen methodiek om de opgave of het ontwerp scherp te stellen. Zijn voorganger Bijhouwer had weliswaar een aanpak overgebracht, maar die bestond uit ‘tacit knowledge’, impliciete kennis, een begrip van de Amerikaanse denker Donald Schön uit het in Wageningen veelgebruikte boek ‘The reflective practitioner’ (1983). Meto, zelf opgeleid door Bijhouwer, hielp de discipline enorm vooruit. Niet alleen door zijn universitaire werk, de methodische onderbouwing van landschapsanalyse, landschapswaardering en landschapsontwerp, maar ook door zijn zichtbaarheid in vele adviescolleges, waarin hij als een bruggenbouwer de kwaliteit van het nieuwe landschap keer op keer agendeerde. 

Kijkend naar de opgaven van nu en naar de positiebepaling van de rijksoverheid voelen we, zonder beklagenswaardig te willen zijn, dat het schuurt. Om de teneur van de tijd te begrijpen zijn er op allerlei plekken debatten waarin we zoeken naar andere aanpakken en elkaar moed inspreken – ook de Landschapstriënnale 2014 hier in Park Lingezegen agendeert en bediscussieert dit onderwerp volop. We komen uit de genereuze periode van de welvaartsstaat, waarin diezelfde rijksoverheid op elke denkbare behoefte of hobbel in ons leven anticipeerde. Welk denkraam was er in de afgelopen decennia over landschap en ontwerp, wie waren de partijen en hoe zijn de lange lijnen te herleiden tot eerder in de twintigste eeuw, toen de planningsmachine nog moest worden ontworpen?




Casa de la Cultura de Velasco, Cuba (2014)

  
Paul Meurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman (red.)
eerder gepubliceerd in: Forum annual XLVI nr. Febr. 2012 
met bijdragen van Paul Meurs, John Loomis, Johanna van Doorn, Lara Voerman en Flora Labrada
voorwoord: Henk Döll en Mechtild Linssen
in opdracht van: Architectura en Amicitia, Amsterdam


Een excursie van Architectura en Amicitia (AetA) naar Cuba leidde tot de vraag aan SteenhuisMeurs om het cultuurgebouw in het afgelegen dorp Velasco te onderzoeken. De Nederlandse architecten waren enthousiast over de bijzondere architectuur, wilden het hele verhaal achter dit gebouw kennen en hoopten op de een of andere manier te kunnen bijdragen aan het behoud. Het onderzoek op Cuba leverde veel materiaal op over architect Betancourt en de bouw van cultuurhuizen in de jaren na de revolutie. Ook is het Casa de Cultura nauwkeurig in beeld gebracht. Het onderzoek is in een speciaal nummer van Forum verschenen en werd later in eigen beheer door SteenhuisMeurs uitgegeven.




Rijksmuseum Amsterdam

Restauratie en transformatie van een Nationaal monument (2013)

 
Paul Meurs en Marie-Therèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Aart Oxenaar, Ivan Nevzgodin, Everhard Korthals Altes, Cor Wagenaar en Hans Ibelings
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Deze monumentale monografie vormt het ultieme naslagwerk over de geschiedenis, restauratie en vernieuwing van het beroemdste museum van Nederland. Uitvoerig onderzoek en uitgebreide documentatie tonen hoe de restauratie van het negentiende-eeuwse monument van architect Pierre Cuypers werd verenigd met de eisen van een modern topmuseum in de eenentwintigste eeuw.

Gratis download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/isbn.9789462080935





Vijftig jaar Zaanse Schans

Een monumentenreservaat dat geen openluchtmuseum mocht worden 

Essay in: Bulletin KNOB 112 (4) (2013)


 
Paul Meurs


Voor de Zaanse Schans stelde SteenhuisMeurs een beeldkwaliteitsplan en een stedenbouwkundige visie op (2010). Verder ontwierpen we samen met Daf-architecten de entreepleinen (2013) en maakten we een plan om het Molenmuseum onder te brengen in een te reconstrueren molenmakerswerkplaats (2012). Het cultuurhistorisch onderzoek dat hierbij werd uitgevoerd, is bewerkt tot een artikel in het bulletin van het Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. Hierin wordt het bijzondere verhaal over de totstandkoming en ontwikkeling van dit ‘houtbouw reservaat’ verteld. Anders dan bij andere openluchtmusea zijn de verplaatste monumenten niet als objecten uitgestald op een afgesloten terrein. De Zaanse Schans is bedacht als een nieuw dorpje aan de Zaan, dat is opgebouwd met oude monumenten en openbaar toegankelijk is. Het is echter wel een tijdmachine, waarin de bezoeker zich in het jaar 1850 waant. Vanaf het allereerste begin was het de bedoeling om de huizen op de Zaanse Schans gewoon te bewonen en voorzieningen voor toeristen te realiseren. In de loop van vijftig jaar is de spanning tussen de ‘gewone‘ Zaanse woonbuurt en de bijzondere toeristische bestemming geleidelijk opgelopen. Inmiddels schuifelen elk jaar miljoenen toeristen in colonne door het dorpje en verdringt het toerisme het gewone leven.






Herbestemming in Nederland

Nieuw gebruik van stad en land (2011)

  
Marinke Steenhuis en Paul Meurs
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam 
in samenwerking met: Nationaal Programma Herbestemming


Waar leegstand is, is ruimte voor nieuw gebruik, zoals woningbouw, vrijetijdsvoorzieningen en zorginstellingen. Dat levert vaak verrassende combinaties op, zoals een school of een woning in een fabriekscomplex, een winkel in een kerk of een recreatiegebied in een militaire linie. Herbestemming in Nederland toont 25 inspirerende projecten van herbestemming waarbij ontwerpers tot bijzondere oplossingen zijn gekomen. Transformatie en herbestemming van gebouwen en gebieden is de belangrijkste nationale opgave voor de komende jaren. Zeven miljoen vierkante meter kantoorruimte staat leeg, kerkbesturen worstelen met hun verlaten gebouwen en de landbouw dreigt uit het landschap te verdwijnen. Voeg daarbij de bevolkingskrimp in gebieden aan de rand van Nederland en het is duidelijk dat de bouwopgave is veranderd in een ombouwopgave. De visies van de ontwerpers in Herbestemming in Nederland maken de meerwaarde duidelijk van de herbestemming van een gebouw, complex of landschap en vormen het debat over herbestemming in Nederland en daarbuiten.




Toekomst beschermd gezicht? 

Stads- en dorpsgezichten, archeologie en Landschap (2011)

 
Paul Meurs, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Paul Meurs, Eric Luiten, Catherine Visser en Wim Eggenkamp
ontwerp: Studio Sander Boon, Amsterdam 
uitgever: Atelier Rijksbouwmeester
in opdracht van: Nationaal Restauratiefonds en Rijksadviseur Cultureel Erfgoed 


Nederland telt honderden beschermde stads- en dorpsgezichten. Meer dan vijftig jaar geleden was dit instrument een baanbrekende manier van monumentenzorg. Het vooruitstrevende zat hem in de samenhangende benadering van objecten, buitenruimte en structuren, alsmede in de ontwikkelingsgerichtheid van de aanwijzing. Voor elk gezicht moest verplicht een conserverend bestemmingsplan worden opgesteld. Zo werd Monumentenzorg aan de Ruimtelijke Ordening gekoppeld. Tegenwoordig is ‘Erfgoed en Ruimte’ een even vanzelfsprekende als belangrijke pijler geworden van het erfgoedbeleid en worden voor elk bestemmingplan de cultuurhistorische waarden verplicht meegewogen. In feite zijn de beschermde stads- of dorpsgezicht daarmee overbodig geworden – er worden dan ook geen nieuwe gezichten aangewezen. In deze publicatie wordt onderzocht hoe het instrument van het beschermde gezicht in de loop van de tijd is geëvolueerd en wordt de vraag opgeworpen of er nog een toekomst voor de gezichten is. De conclusie is dat het borgen van cultuurhistorische waarden tegenwoordig heel goed is geregeld. Het ontbreekt echter aan de mogelijkheid om uitzonderlijke plekken een bijzondere status te geven, die afstraalt op het gebied en een vanzelfsprekende zorgvuldigheid van ingrepen bevordert.




Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur

Een collectief talent 1977-2010 (2010)

   
Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Esther Darley, Noel Van Dooren, Lilli Licka, Lara Voerman en Lodewijk Wiegersma
ontwerp: Sander Boon
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam
uitgave Nederlands/Engels


Sinds de oprichting in 1977 door Riek Bakker en Ank Bleeker fungeert bureau Bakker en Bleeker (sinds 1990 Bureau B+B) als laboratorium voor de vakgemeenschap. Ontwerpers als Adriaan Geuze, Alle Hosper en Michael van Gessel werkten er, en het bureau vormde een broedplaats voor ontwerpbureaus als Karres en Brands en Rietveld Landscape. Dit overzichtswerk biedt een ruime selectie uit B+B’s 1500 projecten, waaronder het Nederlands Paviljoen Wereldexpo Hannover 2000 en het Waldpark in Potsdam.




Sanatorium Zonnestraal

Geschiedenis en restauratie van een modern monument (2010)

  
Paul Meurs en Marie-Thérèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Paul Meurs, Marie-Therese van Thoor, Wessel de Jonge, Hubert-Jan Henket, Barry Bergdoll, Ton Idsinga, Jan Molema, Annette Koenders, Herman van Bergeijk, Charlotte van Emstede, Marjan Vrolijk, Fons Asselbergs, Arie den Dikken, Wim Eggenkamp, Peter de Ruyter, Mariël Polman, Matthijs de Keijzer, Marieke Kuipers en Bruno Reichlin
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Sanatorium Zonnestraal is een wereldwijd icoon van het Nieuwe Bouwen. Het door de architecten Jan Duiker en Bernard Bijvoet ontworpen gebouw is een rijksmonument dat internationaal wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de architectuur van de twintigste eeuw. De restauratie van Zonnestraal is uitgevoerd naar ontwerp van de architecten Hubert-Jan Henket en Wessel de Jonge. De strijd om erkenning van de onvergankelijke waarde van Zonnestraal en de complexe restauratie leest als een spannend boek, maar vormt ook een cruciaal dossier voor de omgang met jonge monumenten. In deze monografie analyseren gerenommeerde (inter)nationale deskundigen de ontstaansgeschiedenis van het Zonnestraalcomplex en de architectonische, technische, landschappelijke en bestuurlijke aspecten van het restauratieproces. Het boek is rijk geïllustreerd met historisch beeldmateriaal, tekeningen, schetsen en foto’s die heden en verleden van Zonnestraal prachtig in beeld brengen.




Maakbaar landschap

Nederlandse landschapsarchitectuur 1945-1970 (2009)

 
Marinke Steenhuis en Fransje Hooimeijer (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Fransje Hooimeijer, Wijnand Galema, Dorine van Hoogstraten, Mariette Kamphuis, Anne Luijten en Rob van Leeuwen. 
fotografie: Jannes Linders
ontwerp Beukers Scholma
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam


Het Nederlandse landschap geldt misschien wel als het meest maakbare van de wereld. Niet toevallig zijn Nederlandse landschapsarchitecten internationaal werkzaam. Het fundament voor hun gezaghebbende positie werd gelegd tijdens de wederopbouw, de periode waarin het land met een ongekende energie gereed werd gemaakt voor een nieuwe samenleving. De bouw van 1 miljoen woningen, grootschalige ruilverkavelingen in het landelijk gebied, de aanleg van een systeem van snelwegen en speciaal ontworpen recreatiegebieden – in al deze opgaven had de landschapsarchitect een prominente rol. Maakbaar Landschap vertelt hoe een kleine groep legendarische tuin- en landschapsarchitecten deze ruimtelijke opgaven gestalte gaf en daarmee de Nederlandse positie van het grootschalige landschapsontwerp vestigde. Een nieuwe generatie ontwerpers trad naar voren, met mensen als Hans Warnau, Pieter Buys, Wim Boer, Bram Galjaard, Mien Ruys, Ellen Brandes, Harry de Vroome en Nico de Jonge. Zij waren in dienst van Staatsbosbeheer, gemeenten of hadden een eigen bureau. Dit boek is een gids door het naoorlogse landschap, aan de hand van de grote naoorlogse thema’s landbouw, stadsgroen, recreatie, verkeer, natuur en de (bedrijfs)tuin. Het bevat veel nieuw archiefmateriaal. Eén generatie ontwerpers vormde het aanzicht van Nederland tot op de dag van vandaag – het landschap dat nu in veel gevallen opnieuw op de tekentafel ligt voor opgaven als waterberging, herstructurering en nieuwe natuur.




De clubgedachte 

Essay in DASH The Luxury Apartment (2009)

  
Paul Meurs


Geleidelijk aan ontdekken Nederlandse welgestelden het comfort van luxe appartementen in woontorens vol voorzieningen. Voor Brazilië is de gestapelde luxe al honderd jaar gewoon. Door de gebrekkige publieke voorzieningen en het grote contrast tussen rijk en arm, heeft de markt de bouw van luxe woongebieden en zelfs hele stadsdelen op zich genomen. Ze worden ‘condomínios fechados‘ (gated communities) genoemd en bevatten naast zeer grote en goed geoutilleerde woningen, ook collectieve voorzieningen zoals een feestzaal, zwembad of fitnesszaal. Achter de hoge hekken en muren zijn interessante variaties op collectieve stedenbouw ontstaan, waarin allerlei idealen uit de architectuurgeschiedenis herkenbaar zijn, zoals de Russische dom-kummuna, de Engelse neighbourhood units en onze eigen wijkgedachte. Het enige verschil is dat de voorzieningen niet openbaar maar collectief zijn. De gebouwen worden in de markt gezet als exclusieve clubs, waar je behalve je woning ook een lifestyle en een identiteit koopt.




De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland (2009)

 
Paul Meurs en Wouter van Stiphout (red.)
ontwerp: Piet Gerards Ontwerpers
uitgever: NAi Uitgevers, Rotterdam


Spoorbouwmeester Nathalie de Vries gaf de aanzet voor De Collectie, een selectie van vijftig stations in Nederland waarin de rijke geschiedenis van de spoorwegen en de architectonische hoogtepunten van stationsarchitectuur zijn verenigd. Het vooroorlogse deel van De Collectie werd door SteenhuisMeurs samengesteld. Crimson Architectural Historians maakte een voorstel voor de naoorlogse stations. NS en Prorail hebben De Collectie vastgesteld en onderdeel gemaakt van hun ruimtelijk beleid (spoorbeeld). In de hectiek van permanente verbouwing, wil de spoorsector goed omgaan met het eigen erfgoed. Deze publicatie is bedoeld om de Collectie te introduceren en met korte teksten en prachtige fotografie van Rob ’t Hart te laten zien wat een geweldige stationsgebouwen er langs het spoor staan. Later is voor elk station van De Collectie een waardestelling gemaakt. De aanpak om zorgvuldig met het spoorse erfgoed om te gaan, is aangeslagen. Voor veel stations buiten De Collectie zijn inmiddels ook waardestellingen opgesteld en wordt goed nagedacht hoe veranderingen kunnen aansluiten op het bestaande.




Pieter Buys tuin- en landschapsarchitect

Maken en laten (2008)

 
Marinke Steenhuis
met een bijdrage van: Jeroen Hoefsloot
ontwerp Bart Smit, de Twee Snoeken
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam


Pieter Buys (1923-2018) wordt door tuin- en landschapsarchitecten beschouwd als een van hun voormannen. Samen met ontwerpers als Wim Boer, Carl van Empelen, Hein Otto, Mien Ruys en Hans Warnau, is hij verantwoordelijk voor de naoorlogse emancipatie en professionalisering van de discipline. Sinds de oprichting van zijn bureau in Den Bosch in 1949, is hij onafgebroken als tuin- en landschapsarchitect en ontwerpdocent werkzaam geweest. Buys’ werkenlijst telt zo’n 2000 nummers. In het werk van Pieter Buys zijn twee bepalende lijnen te ontdekken: de invloed van de Deense tuinarchitectuur en de architectuur van de zogenaamde Bossche School. Naar voorbeeld van de Deense tuin- en landschapsarchitect C.Th. Sørensen werkt Buys intensief samen met verschillende architecten. Daarmee wordt zijn tuin- en landschapsontwerp gelijkwaardig aan de architectuur, en zijn gebouw en tuin met elkaar in dialoog. Hier ligt de kracht van Buys’ ontwerpen. In deze rijk geïllustreerde publicatie wordt Buys’ oeuvre voor het eerst gedocumenteerd en in tijd en context geplaatst.




Bouwen aan een weerbarstige stad (2008)

  
Paul Meurs, TU Delft
ontwerp: CO3, Woltera Niemeijer
uitgave: VSSD, Delft
uitgave Nederlands/Engels


Van 2006 tot 2016 bekleedde Paul Meurs de leerstoel ‘Restauratie en Transformatie’ van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Zijn oratie ‘Bouwen aan een weerbarstige stad’ is een pleidooi om studenten in het ontwerponderwijs vanuit bestaande kwaliteiten van een plek naar de toekomst te leren kijken. De verschuiving van de bouwopgave van de stadsuitbreiding naar bestaand stedelijk gebied drukt ontwerpers immers met hun neus op het verleden en dwingt hen om een positie ten opzichte van de geschiedenis in te nemen. Het begrip cultuurhistorie heeft een brede betekenis. Het potentiële werkterrein van de monumentenzorg bestaat uit ongeveer alles wat ooit is gebouwd. Concreet gevolg is dat in Nederland een ontwerpopgave zonder cultuurhistorische component bijna ondenkbaar is. 

Door de stad niet radicaal te vernieuwen maar te transformeren ontstaat een positief te waarderen historische gelaagdheid. Ontwerpers zoeken in elke opgave opnieuw een balans tussen de bestaande en de nieuw toe te voegen kwaliteiten. De creatieve opgave om cultuurhistorie op te nemen in integrale planvorming staat centraal in de oratie ‘bouwen aan een weerbarstige stad’. Hoe cultuurhistorie heldere kaders aan transformatieprocessen kan geven, komt aan de orde in een tweede essay over interventie en restauratie: ‘restaureren zonder dogma’.




Stedenbouw in het landschap

Pieter Verhagen (1882-1950) (2007)

  
Marinke Steenhuis
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam
with extensive summary in English

ook verschenen als proefschrift (Rijksuniversiteit Groningen)


De stedenbouwkundige Pieter Verhagen (1882–1950) was een hartstochtelijk wandelaar, iemand voor wie de natuur een eerste levensbehoefte was. In zijn jeugd correspondeerde hij met Jac.P. Thijsse over botaniseren, aan het eind van zijn leven schreef hij een boek over tuinieren. De expansie van steden en dorpen die hij tijdens zijn wandeltochten registreerde, deed hem na zijn opleiding tot bouwkundig ingenieur besluiten zich te bekwamen in de stedenbouw. Verhagens passie als wandelaar werd zijn missie als stedenbouwkundige: het ontwerpen van de ontmoeting tussen stad en land, tussen landschap en bebouwing. Dat lijkt een tegenspraak, iemand die het landschap liefheeft en het vervolgens volbouwt. Verhagen aanvaardde de verstedelijking als een realiteit – in de spanning met het landschap lag voor hem de opgave. In 1916 richtte Verhagen samen met architect M.J. Granpré Molière in Rotterdam een bureau op, dat al snel toonaangevend werd op het gebied van de stedenbouw. In de periode tot 1950 werden er meer dan honderd uitbreidingsplannen ontworpen. Een groot deel van Verhagens wijken behoort tot de nu zo geliefde jaren-dertig-woonmilieus. Verhagen onderkende al vroeg de noodzaak van regionale planning en ontwierp belangrijke streekplannen voor onder meer de Utrechtse Heuvelrug (1934) en Walcheren (1945). Tijdens de bezetting ontwierp hij het wederopbouwplan voor Middelburg, na de bevrijding begeleidde hij als stedenbouwkundig supervisor van het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting 150 wederopbouwplannen van getroffen gemeenten. De ontwerptraditie die het oeuvre van Verhagen vertegenwoordigt, is in de geschiedenisboeken tot nu toe onbelicht gebleven. Verhagens oplossingen voor de verweving van stad en landschap getuigen van een culturele visie die vooruitloopt op de huidige discussie over de verrommeling van het landschap.




De groene uitleg

Fietsen door naoorlogs Utrecht,1950-1970 (2005)

 
Marinke Steenhuis en Paul Meurs
ontwerp: Beukers Scholma
uitgave: Urban Fabric en Steenhuis stedenbouw/landschap, Schiedam


In 2004 onderzocht (de voorloper van) SteenhuisMeurs tien naoorlogse wijken in Utrecht, als onderdeel van de stedelijke vernieuwing. Daarbij kwamen bekende stadsdelen aan bod, zoals Hoograven, Kanaleneiland en Overvecht. Het onderzoek richtte zich ook op minder bekende naoorlogse wijkjes, bijvoorbeeld Majellapark, Pijlsweerd, Lauwerecht en Kromme Rijn. De grote rijkdom en diversiteit van naoorlogs Utrecht verdient het om ook door een breder publiek te worden ontdekt. Vandaar het initiatief om ‘toeristische’ fietsroutes door deze wijken te bedenken en in een gids te voorzien van bondige informatie en een overzicht van de bijzondere projecten.




In Transit

mobiliteit, stedelijke ontwikkeling en stadscultuur in Rotterdam (2003)

 
Paul Meurs en Marc Verheyen (ed.) 
met bijdragen van: Luuk Boelens, Frans Botma, Florian Boer, Dolf Broekhuizen, Martin Guit, Jannes Linders, Paul Meurs, Henk Oosterling, Arnold Reijndorp, Pieter Schrijnen, Harko Stolte, Minke Themans, Bas van Toledo en Marc Verheijen
ontwerp: Minke Theemans
uitgave: NAi Uitgevers, Rotterdam 
ook verschenen in het Engels


Mobiliteit heeft een grote invloed op stadscultuur en stedelijke ontwikkeling. Steden worden voornamelijk ervaren vanuit een bewegend perspectief, terwijl het stadsbeeld mede wordt bepaald door infrastructuur en verkeersstromen. Mobiliteit is in de hedendaagse stad niet alleen een logistieke en technocratische opgave, maar ook een conditionerende factor voor stedelijke ontwikkeling. Rotterdam is door zijn geschiedenis in hoge mate bepaald door beweging en verplaatsing. Voor 1940 werd al begonnen met de opbouw van de moderne verkeersmachine, tijdens en na de wederopbouw kreeg dit een daadkrachtig vervolg. De waterwegen, bruggen, straten, singels, lanen en de wegen rondom Rotterdam, domineren het stadsbeeld en zijn dragers van de stadsstructuur. Rotterdam omarmt mobiliteit en ontleent er zijn kracht aan. De stad leent zich als goed voorbeeld om de relatie tussen mobiliteit en stedelijke ontwikkeling te onderzoeken en in beeld te brengen. In tekst- en beeldessays stelt dit boek mobiliteit aan de orde als een belangrijk maatschappelijk onderwerp. De verbanden tussen mobiliteit en stedelijke ontwikkeling worden zichtbaar gemaakt aan de hand van Rotterdamse voorbeelden.




De moderne historische stad

ontwerpen voor vernieuwing en behoud 1883-1940 (2000)

  
Paul Meurs
ontwerp Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers, Rotterdam 
ook verschenen als proefschrift (Vrije Universiteit Amsterdam)


Door de stadsuitbreidingen, de komst van nieuwe vervoersmiddelen en de concentratie van centrumfuncties veranderden de oude steden in Nederland vanaf het einde van de negentiende eeuw in moderne historische binnensteden, zonder op deze taak berekend te zijn. Tal van aanpassingen en ingrepen waren het gevolg, zoals schaalvergroting, nieuwbouw, kaalslag, verkeersdoorbraken, demping van grachten, de herinrichting van openbare ruimte en het ontstaan van kantoorboulevards, vermaakspleinen en winkelstraten. In De moderne historische stad onderzoekt Paul Meurs de wijze waarop de oude steden vanaf het einde van de negentiende eeuw transformeerden in eigentijdse centra en de plaats die daarbij voor het historisch erfgoed werd ingeruimd. Hij concentreert zich daarbij op het openbaar debat over de kwaliteit van het toekomstig stadsbeeld dat rond 1900 begon. Het boek is gericht op de ideeën, concepten en intenties van architecten en stedenbouwkundigen met betrekking tot monumenten en historische stadsdelen. De binnenstad wordt, met terugwerkende kracht, voorgesteld als een ontwerpopgave: van de rol van de stadscentra in de stadsgewesten (stad en regio), via de verkeersaanpassingen (centrum en uitbreidingsgebieden) en de cityvorming (stadskern) tot de esthetische verzorging van het stadsbeeld (gebouw en bouwblok). Het boek brengt een interessante periode in beeld, die vooruitloopt op de tendens in de actuele architectuur om de geschiedenis van de genius loci te laten spreken.






Brazilië

laboratorium van architectuur en stedenbouw (1998)

 
Paul Meurs en Esther Agricola (red.)
met bijdragen van: Esther Agricola, Jef Apers, Lodewijk Baljon, Felix Claus, Jo Coenen, Hans van Dijk, Martin van Dort, Marc Dubois, Aldo van Eyck, Heitor Frúgoli jr, Dick van Gameren, Frans de Haas, Hubert-Jan Henket, Jacques van der Jagt, Wessel de Jonge, Simon Jonker, James Holston, Sybille Kalfsbeek-Bandel, Hans Köhne, Teun Koolhaas, Adriaan Kuyvenhoven, Hans van der Laan, Oscar Martijn, Tracy Metz, Paul Meurs, Jaap Modder, Bas Molenaar, Margareth da Silva Pereira, Gerard Peters, Hans Putter, Esther Sassenburg, Hugo Segawa, Frans van der Seyp, Ria Smit, Max van Son, Roelf Steenhuis, Hein Struben, Peter Thole, Machiel van der Torre, Marc Verheijen, Ronald Volk, Marjolein van der Waals
ontwerp Beukers Scholma
uitgever NAi Uitgevers. Rotterdam


In de jaren negentig organiseerde Paul Meurs voor het NIROV zeven studiereizen naar Brazilië. De Braziliaanse steden werden als laboratoria voorgesteld, waarin over de toekomst van de Nederlandse steden nagedacht en gediscussieerd kon worden. Tendensen die in het Nederlandse debat over stedelijke ontwikkeling sporadisch of slechts theoretisch naar voren komen, tekenen zich in Brazilië haarscherp af. Zo is Rio de Janeiro op te vatten als het gedroomde stadslandschap van de modernen en Brasília als een gerealiseerde utopie, de enige ville radieuse ter wereld. Ook Curitiba geldt tegenwoordig als een modelstad, van het duurzaam bouwen. De multiculturele stad Salvador heeft de begrippen ‘traditie’ en ‘behoud’ een nieuwe betekenis gegeven. São Paulo ten slotte is een van de snelst gegroeide metropolen ter wereld. Hier wordt de inrichting van de stad tot in de details door de markt bepaald. In essays, projectbeschrijvingen en impressies van zowel Braziliaanse als Nederlandse auteurs wordt een veelzijdig beeld gegeven van deze vijf steden. Vanuit verschillende invalshoeken wordt aandacht besteed aan de openbare ruimte, landschapsinrichting, infrastructuur, ecologie, de rol van de markt, monumentenzorg en het werk van architecten als Oscar Niemeyer, Lina Bo Bardi en Lelé.




Nieuw Amsterdam op Manhattan 1625-1660

Essay in Vestingbouw overzee

Militaire architectuur van Manhattan tot Korea (1996)

 
Paul Meurs
uitgave: Walburg Pers, Zutphen


Nieuw-Amsterdam werd in 1625 gesticht op de maagdelijke zuidpunt van het eiland Manhattan. De WIC stuurde een landmeter, Cryn Fredericxsz, met de eerste kolonisten mee en gaf hem gedetailleerde instructies voor de aanleg van een ideale stad. Een blik op de kaart van Nieuw-Amsterdam uit 1660 maakt meteen duidelijk dat deze intentie mislukte. Het stadsplan ziet er rommelig uit, met gekromde straten en scheve erven. Waar New York later het prototype van de perfecte gridstad zou worden, bleef de zuidpunt van het eiland onregelmatig. Aan de hand van de chronologie van de uitgifte van erven aan kolonisten, wordt in dit artikel onderzocht hoe het zo kwam. Het blijkt dat de instructies voor de landmeter erg rigide waren en uitgingen van de bouw van een groot fort op de rivieroever, met daarin de hele stad. Na een jaar besloten de kolonisten om deze opzet te verlaten. Op de punt van Manhattan was een veel simpeler verdediging mogelijk, met een klein fort en het opwerpen van een aarden wal met pallisade (Wallstreet). De bouwput van het grote fort, lag jaren lang de stadsuitbreiding in de weg – met als resultaat een zeer onregelmatige stadsplattegrond.




Zeven artikelen over Brazilië (1992-1994)

 
Paul Meurs
‘Modernisme en traditie, monumentenzorg in Brazilië’, Archis 1994-6, 70-80;
‘De Braziliaanse identiteit en het Moderne; het werk van Lina Bo Bardi’, De Architect 1994-5, 62-77; 
‘Curitiba, een ecologische metropool’, De Architect 1994-2, 51-59;
‘Democratische ruimte in São Paulo en Rio de Janeiro onder druk’, De Architect 1993-11, 100-109;
‘Architectuur van macht en muzen, het fenomeen Oscar Niemeyer’, De Architect 1993-9, 63-71;
‘Bouwen aan een ongelijke wereld, ommuurde woonwijken in São Paulo en Rio de Janeiro’, De Architect 1993-9, 50-61
‘Rio de Janeiro, proeftuin voor modernistische stedebouw’, Archis 1992-5 36-43.

Met een startstipendium (1989) en een werkbeurs (1991) van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst werkte Paul Meurs in Brazilië (FAU USP) en deed hij onderzoek naar de Braziliaanse architectuur. Centraal thema hierbij was het verband tussen de moderne beweging en de monumentenzorg, vanaf de jaren dertig. Maar gaandeweg dienden zich tal van andere onderwerpen aan, mede door het contact met architecten als Lúcio Costa, Oscar Niemeyer, Lelé en Jaime Lerner. Ook het thema van de sociale segregatie in steden als São Paulo en Rio de Janeiro werd verkend met antropologen, bestuurders, stedenbouwers en projectontwikkelaars. De onderzoeken werden uitgewerkt in zeven artikelen voor de Nederlandse vakbladen De Architect en Archis, die deels later ook in Brazilië verschenen.




Nederland als utopie

Holland Village in Japan 

essay in de architect 7/8 (1992)

  
Paul Meurs
ook verschenen in het Engels en het Japans


In de buurt van Nagasaki, in Japan, is een pretpark dat Nederland als thema heeft. Op de luchtfoto van deze vakantiestad zijn allerlei beroemde Nederlandse monumenten te herkennen: paleis Huis ten Bosch in Den Haag, de stadspoorten van Delft en Sneek, het stadhuis van Gouda, Hotel l’Europe uit Amsterdam, kasteel Nijenrode en de Accijnstoren van Alkmaar. Anders dan in openluchtmusea zijn de monumenten ingebed in een geloofwaardige stedelijke context. Het themapark Huis ten Bosch oogt als een geleidelijk gegroeide Hollandse stad, met een plein als in Gouda en grachten als in Utrecht. Stedenbouwkundige Jan Heeling ontwierp dit stadsplan, waarin acht eeuwen stedelijke ontwikkeling is gesimuleerd. Voor de architectuur werd soms teruggegrepen op reconstructie van bestaande monumenten. Meestal gaat het echter om stadsblokken, die volgens de logica van de Nederlandse binnensteden zijn ontworpen. De bouwblokken lijken van binnen niet op wat ze van buiten suggereren en zijn gebouwd om aardbevingen te weerstaan, met stalen constructies. De verschillen met Nederland zijn gemakkelijk gevonden, maar de overeenkomsten met de oude Nederlandse binnensteden zijn misschien veel opmerkelijker. Dit artikel in De Architect onderzoekt hoe Huis Ten Bosch ons een spiegel voorhoudt over hoe wij met ons erfgoed en het fenomeen authenticiteit omgaan.




Vormgeven aan de herinnering

restauratie en bewaarzucht 

ESSAY IN DE ARCHITECT 5 (1992)

 
Paul Meurs


Wat is de inzet van behoud en herstel van onze monumenten? Welk gevoel of welke beleving wordt ermee opgeroepen en in hoeverre heeft de ruimtelijke en maatschappelijke context invloed op wat we ‘authentiek’ ervaren? In een reeks ‘onmogelijke restauraties’ onderzocht Paul Meurs de uitgangspunten van restauraties: het tsaar-Peter-op-de-halve-grootte-huisje, de straat op een sokkel, Zonnestraal in (je) terminale fase, de ruïne in de krottenwijk, de (toen net gevallen) muur in Berlijn, de herbouwde molen op een houtvlot, de Kiefhoek booby trap (behoud van de tijdelijke houdbaarheid), het zeven Schröderhuizen project en de restauratie van het ongebouwde stadhuis van OMA in Den Haag. Dit artikel is een samenvatting van het vrolijke verslag van een stipendiumjaar in São Paulo.




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100