Stacks Image p757_n21

PUBLICATIES EN MEDIA


wat DOET steenhuismeurs?



Alle kennis die we opdoen, delen we graag met anderen. Wij dragen onze passie voor cultuurhistorie, onze projecten en onderzoeksterreinen uit naar de meest uiteenlopende gezelschappen; van professionals tot historische verenigingen en bewonersgroepen. Wij verzorgen presentaties en lezingen, schrijven artikelen, nemen deel aan inspiratie-events, symposia en filmproducties en laten van ons horen via interviews en social media. Regelmatig verschijnen boeken van onze hand, meestal in samenwerking met nai010 uitgevers. Onderzoeken waarover we publiceren, verrichten we in opdracht of initiëren we zelf.


DRENTSE ERFGOEDLIJNEN
ERFGOEDVERHALEN ALS STRATEGIE VOOR TOERISME (2018)



Paul Meurs, Marinke Steenhuis m.m.v. Annet Kampinga
fotografie: Sake Elzinga
ontwerp: Paulien Varkevisser, Nijmegen
in opdracht van: Provincie Drenthe (Marc Kocken, Marko Vuijk en Mauro Smit)


De provincie Drenthe en de Drentse gemeenten vroegen ons om een ‘strategisch narratief’ te ontwikkelen, waarin het verhaal van het erfgoed (het ‘narratief’) strategisch wordt ingezet voor recreatie en toerisme. Drenthe is dé vrijetijdseconomieprovincie van Nederland. Het is de ideale plek om te fietsen, te wandelen, andere sporten te bedrijven en te genieten van een geweldig landschap. Het erfgoed van Drenthe is minder bekend, behalve dan de hunebedden. Dat is eigenlijk merkwaardig, want het prachtige landschap van Drenthe is in de loop van duizenden jaren mede door mensenhand gevormd. Op het zand en in de veengebieden vind je er de sporen van terug, bijvoorbeeld van prehistorische bewoning, middeleeuwse boerengemeenschappen, de pioniers van de veenontginningen en de armoedzaaiers die uit het hele land naar de koloniën van Weldadigheid kwamen om heropgevoed te worden. Iedere gemeente van Drenthe heeft bijzonder erfgoed en bij elkaar biedt dat een historische rijkdom die onvergelijkbaar is met wat je in de rest van het land of zelfs daarbuiten vindt. De Drentse erfgoedlijnen gaan stuk voor stuk over de manier waarop de mens zijn plek in de natuur van Drenthe heeft gemaakt. Daarom is er een inleidend verhaal over de natuur en het landschap van Drenthe, dat de poort naar een andere wereld biedt. Het erfgoed van Drenthe wordt in zes erfgoedlijnen beschreven, van prehistorie tot de naoorlogse tijd. Bij ieder verhaal horen bestemmingen. Maar de erfgoedlijnen zijn nooit af. Aan ieder verhaal kunnen andere verhalen worden toegevoegd of andere bestemmingen worden gekoppeld. De erfgoedlijnen zijn te combineren of uit te werken tot steeds weer andere arrangementen. Zo veranderen de verhalen in bestemmingen.

HET OOG VAN DE ORKAAN
ONTWIKKELINGEN EN OPGAVEN VOOR HISTORISCH DELFSHAVEN (2018)



Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Historisch Delfshaven en Schans-Watergeus: er zijn weinig aangrenzende buurten in Rotterdam waartussen de contrasten zo groot lijken als hier. Het uiterlijk van de buurten, de mensen die er wonen, de opgaven die er spelen: het lijkt een verschil van dag en nacht. Samen met wijkpartijen en bewoners wil de gemeente Rotterdam een duidelijke impuls aan beide buurten geven en de problemen en opgaven in samenhang aanpakken. In deze film schetst Marinke Steenhuis de ontwikkeling van historisch Delfshaven en zijn directe omgeving en legt uit hoe dit unieke stukje Rotterdam zichzelf in de loop der tijd steeds opnieuw heeft moeten uitvinden. Bewoners, ondernemers en bezoekers komen aan het woord over de kwaliteiten en verbeterpunten voor dit stukje Rotterdam.


Bekijk de film


VOORBIJ DE DIJKEN
HOE NEDERLAND MET HET WATER WERKT (2017)


Marinke Steenhuis en Paul Meurs (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs en Annet Kampinga
fotografie: Tineke Dijkstra, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Jentse Hoekstra en Cees Poot)
ook in het Engels verschenen


Er zijn weinig landen op de wereld waar het water zozeer het landschap en de nationale identiteit bepaalt als in Nederland. De kwetsbare delta ligt telkens weer op de tekentafel om aangepast te worden aan de dreiging van het water. Klimaatverandering zorgt nu voor een volgende ronde van ingrepen. De klassieke strijd tegen het water is daarbij veranderd in een aanpak met het water. Voor het eerst worden de omvang van het Nederlandse waterproject en de resultaten ervan in het kust- en rivierenlandschap zichtbaar; voorbij de dijken. Hoe Nederland met het water werkt brengt deze indrukwekkende operatie in beeld. Dit boek laat dertig ingrepen langs de rivieren en de kust zien – projecten waarin waterbouw, cultuurhistorie, natuur en menselijk gebruik zijn samengebracht in weergaloze waterlandschappen, die verleiden om zelf op expeditie te gaan.

ROTTERDAM ZUID
VAN BOERENZIJ TOT PROEFTUIN (2017)


Marinke Steenhuis
samenstelling en regie: BuroB, Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


In deze film vertelt Marinke Steenhuis het verhaal van Rotterdam Zuid als proeftuin van sociale en ruimtelijke concepten. Een verhaal over de ontstaansgeschiedenis en de historische betekenis in de huidige tijd, en dus ook een vertelling over trots, identiteit en toekomstbestendigheid van dit stadsdeel. De film is gemaakt om de inzichten van onze zes cultuurhistorische verkenningen naar wijken op Rotterdam Zuid te delen met bewoners en een groter publiek. Naast deze koepelfilm zijn er zes aparte wijkfilms. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis en andere wijken waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog: de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen.


Bekijk de film

ZES FILMS OVER ROTTERDAM-ZUID
BLOEMHOF, HILLESLUIS, TARWEWIJK, CARNISSE, AFRIKAANDERWIJK EN OUD-CHARLOIS (2017-2019)


SteenhuisMeurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman
samenstelling en regie: BuroB Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


Met veel elan bouwden gemeentelijke volkshuisvesters, havendirecteuren, prille corporaties en particuliere bouwers ruim een eeuw geleden aan een nieuw stadsdeel: Rotterdam Zuid. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog; de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen. In deze zes wijkfilms belichten Johanna van Doorn en Lara Voerman van SteenhuisMeurs steeds een van de zes wijken.


Bekijk de film over Bloemhof
Bekijk de film over Hillesluis
Bekijk de film over Tarwewijk
Bekijk de film over Carnisse
Bekijk de film over Oud-Charlois
Bekijk de film over Afrikaanderwijk

MATHENESSERWEG
NIEUW ELAN VOOR EEN OUDE STADSSTRAAT (2017)


Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Rotterdam heeft stadsmariniers in wijken waar de basisveiligheid niet op orde is en voor hardnekkige, wijkoverstijgende thema’s. De opdracht van de stadsmarinier is helder: zorg ervoor dat de wijk weer veilig wordt en tref hiervoor alle benodigde maatregelen. Veel wordt bereikt door goede samenwerking met alle belangrijke partijen in de wijk. De stadsmarinier organiseert stuurgroepen in de wijk. Tijdens zo’n stuurgroep gaat de burgemeester samen met de politiechef, de hoofdofficier van Justitie, betrokken wethouders en andere partners in gesprek met bewoners en ondernemers over de problemen in hun wijk. Samen maken zij afspraken over verbeteringen, die voor de volgende stuurgroep moeten zijn gerealiseerd. De stadsmarinier ziet toe op de voortgang hiervan en zorgt voor versnelling van de aanpak indien nodig. In deze film maken we kennis met de Mathenesserweg en zijn geschiedenis. En ook met de problemen, uitdagingen en kansen voor de straat. Aan het woord: Danielle van den Heuvel (stadsmarinier gemeente Rotterdam), Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) en natuurlijk bewoners, ondernemers en bezoekers van de Mathenesserweg.


Bekijk de film

DE NIEUWE GRACHTENGORDEL
DE REALISATIE VAN HET ALGEMEEN UITBREIDINGSPLAN VAN AMSTERDAM (2017)


Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs, Vincent van Rossem, Jeroen Schilt, Minke Walda en Lara Voerman
vormgeving: Beukers Scholma
ontwerp: Thoth, Bussum
in opdracht van: gemeente Amsterdam


Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontwikkeld, omdat Amsterdam hoognodig moest uitbreiden. Een stadsuitbreiding met de allure van de grachtengordel, dat was de ambitie achter het AUP uit 1934. Daar werd geen letterlijke kopie van monumentale straatwanden aan gebogen waterwegen mee bedoeld, maar een nieuwe stad waarin iedereen - sociaal gelijk en omgeven door voldoende ruimte, groen en licht - zichzelf verder kon ontplooien. De oplossing werd gevonden in een reeks van nieuwe tuinsteden. De realisatie van het plan leidde vanaf 1949 tot een verdubbeling van de omvang van de stad. In een verbazingwekkend kort tijdsbestek van tien jaar verrezen rond Amsterdam 50.000 woningen in wijken als Bos en Lommer, Watergraafsmeer, Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp en Buitenveldert.Hoe organiseerde Amsterdam deze megaklus, welke (buitenlandse) steden dienden als voorbeeld? Wat waren de telkens terugkerende thema’s en problemen? De auteurs brachten maanden door in het eindeloze archief van de Dienst Publieke Werken Amsterdam. Deze onuitputtelijke bron van gegevens is de ware hoofdpersoon van dit boek.Het Algemeen Uitbreidingsplan, met L.S.P. Scheffer, Theo van Lohuizen, Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder als belangrijkste grondleggers, is het paradepaardje van de moderne stedenbouw, met prachtige ontwerpvondsten als de Sloterplas, Tuindorp Frankendaal en de parken rond de Nieuwe Meer en de Amstel. Het plan kreeg veel lof, ook uit het buitenland, en speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij de uitbreiding en de verdichting van de stad.

REUSE, REDEVELOP AND DESIGN
HOW THE DUTCH DEAL WITH HERITAGE (2017)


Paul Meurs and Marinke Steenhuis 
with contributions of: Paul Meurs, Marinke Steenhuis, Jean-Paul Corten, Sander Gelinck en Frank Strolenberg
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam
commissioned by: Cultural Heritage Agency and the Ministry of Foreign Affairs


Where there are vacancies, there is room for new uses, such as housing and leisure and health-care facilities. This often results in surprising combinations, such as a school or a community centre in a factory complex, a shop in a church or a recreation area in a military zone. Reuse, Redevelop and Design presents 20 inspiring redevelopment projects. The book addresses the story behind the success of redevelopment in essays on heritage policy, public-private partnerships, financing and design.The creative way Dutch architecture offices deal with heritage is also catching on abroad, as evidenced by OMA’s projects in Italy and Germany, West 8’s in Russia, Mecanoo’s in the United States and Maurer’s in China.


Bekijk de film

DE DELTAWERKEN (2016)


Marinke Steenhuis en Lara Voerman
ontwerp: Beukers Scholma
fotografie: Siebe Swart 
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Programma Erfgoed en Ruimte (Ellen Vreenegoor)


Ontworpen als bescherming tegen het water na de watersnoodramp van 1953 behoren de Deltawerken tot de iconische monumenten van Nederland, met technische hoogstandjes als de Oosterscheldekering, de Brouwersdam en de Maeslantkering. De kracht van de Deltawerken is de unieke combinatie van civiele techniek, architectuur en landschappelijk ontwerp in een systematisch bouwwerk met een weergaloze samenhang.

Klimaatverandering maakt de wateropgave opnieuw urgent. Het boek toont de unieke kwaliteiten en innovaties van de veertien onderdelen van de Deltawerken, en belicht de daadkracht van de speciaal opgerichte Deltadienst, die de delta integraal op de tekentafel legde. In interviews verkennen experts de alternatieven en opties voor het waterverdedigingssysteem. Dit boek biedt de ontstaansgeschiedenis van de Deltawerken, een actueel overzicht ervan én de uitdaging voor de toekomst.

HERITAGE-BASED DESIGN (2016)


Paul Meurs, TU Delft
design: Sirene Ontwerpers, Rotterdam
Commissioned by: Technical University, Delft, in collaboration with Rondeltappe Bernoster Kemmers Foundation


Paul’s lectures on design with cultural value were put together in this publication in the series on design didactics of Heritage & Architecture (TU Delft). The book addresses the question of how to design in a historical context. How to get a grip on a site? How can a designer incorporate actual qualities of the heritage in the design? In three chapters, it is described how the conservation of heritage has increasingly become an issue of planning and intervention, with the specific cultural heritage qualities of a site as the starting point for transformation.The design on or around heritage is all about open-mindedness, doing justice to the cultural heritage value, daring to opt for a radical intervention if necessary, making history visible in the innovative city, and responding to the poetry of the site – and all this in appropriate measures. The architectural style (modern or traditional, contrast or symbiosis) does not really matter all that much, as long as the attitude is to design on the basis of the existing qualities and to carefully develop the detailed design. 

Free download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/484

HAVEN VAN ROTTERDAM
WERELD TUSSEN STAD EN ZEE (2015)


Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Peter de Langen, Frank de Kruif, Marinke Steenhuis, Lara Voerman, Isabelle Vries, Peter Paul Witsen
fotografie: Jannes Linders, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam 
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam
ook verschenen in het Engels


De haven van Rotterdam biedt het actuele overzicht, de ontstaansgeschiedenis én een blik in de toekomst van de haven; voor velen onbekend terrein. Het werk aan de haven is nooit klaar. Vanuit het oogpunt van economie, landschap en logistiek wordt de haven in al zijn diversiteit beschreven en getoond. Het boek navigeert langs de plekken waar indrukwekkende haventechniek wordt ontworpen, waar trends zichtbaar worden en waar nieuw landschap gestalte krijgt. Een internationale vergelijking plaatst Rotterdam naast acht andere wereldhavens. Daarnaast toont het boek hoe het stoere Rotterdamse imago zorgvuldig werd opgebouwd. Van Maasvlakte II tot de Fruithavens, van het Vogel-eiland in de Slufter tot RDM, en van de Botlek tot de Kop van Zuid: portretten van 36 bijzondere plekken, infographics, havenverhalen en fotografie van Jannes Linders en Siebe Swart tonen de unieke en vaak betoverende facetten van het havenlandschap.

HEALING MODERNITY
ESSAY IN ON THE MOVE – LANDSCAPE ARCHITECTURE EUROPE 4 (2015)


Marinke Steenhuis
publisher: Blauwdruk, Wageningen


‘Le site n’est pas vierge’ – ‘the site is not empty’ – was how landscape architect Yves Brunier began his description of the design for Museumpark in Rotterdam in the April 1989 issue of l’Architecture d’Aujourd’hui. The renewal plan Brunier made with OMA for the dilapidated nineteenth-century landscape garden, which nestles under Rotterdam’s primary flood defence, illustrates a new phase in the history of European landscape architecture. The main layout of the old garden has been retained, but within this framework the designers have created a spectacular route lined with new ‘un-park-like’ materials, such as chunks of glass and reflective plastic walls, whitewashed tree stems, an event site paved with black asphalt, and a bridge over a river of stones. The design has been lovingly maintained in its original state, except for the disappearance of the chunks of glass in the stone river, originally placed to represent water, which have been removed over the years by admirers and collectors. Museumpark was a statement, a cult park in which the European vocabulary of the landscape style was reworked in a humorous and, to some people, shocking or alienating manner to give it new significance in the here and now. Landscape architecture, it transpired, could also be a cocktail of humour, sensuality, ‘time depth’, alienation and subversiveness.In this essay, Marinke Steenhuis explores the legacy of landscape design in the last decades and defines the different design approaches of nowadays design practice: the international style, the single gesture with a big impact, the hyperbole and the revealing of what has been hidden.

51°55’11.6”N 4°29’19
THE BINNENROTTE (ROTTERDAM) AND THE REPTILIAN BRAIN
ESSAY IN PRIX DE ROME 2014 ARCHITECTURE (2015)


Marinke Steenhuis
publisher: nai010 publishers, Rotterdam


Close your eyes, this place requires a different use of your brain. The space where you are standing is a structure that has been modified, filled in, demolished and rebuilt, layer upon layer, for seven centuries; its time depth is virtually unfathomable. Binnenrotte and Hoogstraat went from centre to periphery, a typical Rotterdam phenomenon unknown to most old Dutch cities. It’s possible to take a time trip through those seven centuries: the library houses the Erasmus Collection, the cube dwellings can be construed as a bridge between a river of cars and the public space, and the Markthal stands precisely on the site of the former Grote Markt. The monument to Rotterdam’s naval hero, Witte de With, is in the Laurenskerk. Blaak Station stands on the site of the old 1877 Beurs Station, which gave access to trains that ran on an elevated track, a rail viaduct along the route of the filled-in Binnenrotte. The Prix de Rome assignment is to make time legible in the public space and to inject new vitality into a now-peripheral city street. The assignment is based, contrary to the tradition of this place, on continuities rather than disruptions – and that alone makes one curious to see the design proposals. 

The various episodes in Rotterdam’s urban development are well known, and clearly visible on historical maps. But what the maps fail to evoke is the perception of the urban space, its effect on generations of Rotterdammers, in other words on the genre de vie of the city. It could be said that every Rotterdammer carries fragments of this in their subconscious. How do you describe the emotional effect, the lyricism of an urban space?

EEN GROEN HEELAL
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
ESSAY IN LANDSCHAPSBIOGRAFIE VAN DE DRENTSE AA (2015)


Marinke Steenhuis
uitgever: Koninklijke Van Gorcum, Assen


Waar na 1950 in heel Nederland beekdalen werden ‘genormaliseerd’ door de Cultuurtechnische Dienst, uitvoerder van de ruilverkavelingen, lukte het in het Drentse Aa-gebied om een synthese van belangen te vinden. In het ‘Gedachtenplan voor het Stroomdallandschap Drentsche Aa' legden drie medewerkers van Staatsbosbeheer, landschapsconsulent Harry de Vroome (1920-2001), onderzoeker amateur-archeoloog Freek Modderkolk (1934-2006) en natuurconsulent en ecoloog ir. Edgar Stapelveld (1927) in 1965 de basis voor het Nationaal Park Drentsche Aa, volgens een aanpak die we nu de ‘mutual gains’ benadering zouden noemen. Het geniale van het Drentse Aa-gebied is dat rond 1965 de belangen van landbouw, woningbouw en natuur in één gevoelige en toch radicale planningsstrategie samen werden gebracht. De mens is de bewuste ontwerper van dat landschap; niet alleen in beleidsnota’s of op de tekentafel, maar ook daadwerkelijk, kavel voor kavel, buiten waar het landschap ervaren wordt. Het uiterlijk van elke hectare in het Drentse Aa-gebied is het resultaat van naoorlogs beleid. In deze storm van maakbaarheid ging het hele gebied in feite op de schop; niet om het te vernietigen, maar om het te herscheppen in een landschap met een biodiversiteit die tot dan niet bestond.

JOOP VAN STIGT ARCHITECT
WERKEN VANUIT EEN FLEXIBELE STRUCTUUR 1960-1985 (2014)


Marinke Steenhuis
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Jurriaan van Stigt, Minke Walda en Marcel van der Burg 
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: SDO, Amsterdam


Architect Joop van Stigt (1934-2011) heeft een onconventioneel en oorspronkelijk oeuvre nagelaten, dat gekenmerkt wordt door drie fasen die elkaar onderling beïnvloedden en versterkten. In de eerste vijfentwintig jaar van zijn werk ontwierp hij gebouwen en woonbuurten die zijn bijgezet als producten uit de architectuurstroming van het structuralisme. Vanaf 1980 legde hij zich samen met zijn zoon André van Stigt toe op herbestemming en transformatie van bestaande gebouwen. Zijn grote specialisme op dit vlak leidde in 1987 tot zijn benoeming als hoogleraar Renovatie en Onderhoudstechnieken aan de Technische Universiteit Delft. Na zijn afscheid in 1999 begon hij aan zijn derde loopbaan in Mali, Afrika. Daar leidde Van Stigt metselaars op en bouwde scholen en een provinciehuis. In alle drie fasen was hij vernieuwend en succesvol; de drie ‘carrières’ zijn niet als breuk op te vatten, waarin hij zichzelf steeds opnieuw uitvond, maar als de drie pijlers van zijn oeuvre die elkaar continu afwisselden en beïnvloedden. In dit boek staat de eerste fase van zijn loopbaan centraal – zijn ontwikkeling tot architect en zijn oeuvre tot aan het begin van de jaren tachtig. Zijn constructieve bijdrage aan hét thema van de structuralisten, de ontwikkeling van een driedimensionaal modulair bouwsysteem, is als ontwerpmethodiek van grote betekenis. Met zijn oeuvre liet hij zien hoe zijn systeem telkens weer aanleiding gaf tot nieuwe configuraties, materiaalkeuze en schikking van ruimtes, maar in zijn proportionaliteit constant bleef.

HERITAGE AS AN ASSET FOR INNER CITY DEVELOPMENT
AN URBAN MANAGER’S GUIDE BOOK (2014)


Paul Meurs with Jean-Paul Corten, Ellen Geurts en Remco Vermeulen (ed.)
with contributions of: Jean-Paul Corten, Ellen Geurts, Paul Meurs, Donovan Rypkema en Ronald Wall
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam 
commissioned by: Cultural Heritage Agency


Heritage is playing an increasingly emphatic role in the development of the contemporary city. It is an important location-determining factor for a new generation of city dwellers, newly developing companies in the service sector and creative industries and also for recreation and tourism. At the same time, unrestrained urban growth is putting historic inner cities under increasingly greater pressure. Accordingly, it is time for a new orientation toward the historic city.How do we utilize a city’s existing qualities for a vital future? How do we reverse the increasing threats that can be felt in all historical inner cities? What is the economic significance of heritage for a city that wants progress? What possibilities and limitations does heritage offer for the challenges we continually face in our design assignments? These are the central questions of this book. Heritage As an Asset for Inner-City Development draws on the broad experience of teachers and participants in the Urban Heritage Strategies course. A variety of cities pass in review: Paramaribo, Recife, Accra, Pretoria, Moscow, Pulicat, Jaffna and Surabaya. Each in their own way, these cities all have historical tie with the Netherlands.

OVERBODIG ZONDEBESEF
DE EMANCIPATIE VAN DE NAOORLOGSE LANDSCHAPSARCHITECTUUR
TEKST VAN DE BIJHOUWERLEZING (2014)


Marinke Steenhuis
uitgever: Blauwdruk, Wageningen


‘Boeren is voor mij ook groen’, zei de taxichauffeur toen ik hem vroeg of hij veel merkte van de aanleg van Park Lingezegen, het regionale parklandschap waar we nu zijn. Vandaag ontvangt Meto Vroom de Bijhouwerprijs vanwege zijn verdiensten voor de landschapsarchitectuur. Meto was van 1966 tot 1994 hoogleraar in Wageningen. In deze ongelofelijke dynamische periode werkte hij ruim 25 jaar lang aan de professionalisering van het onderwijs. Er waren geen dictaten, er was geen methodiek om de opgave of het ontwerp scherp te stellen. Zijn voorganger Bijhouwer had weliswaar een aanpak overgebracht, maar die bestond uit ‘tacit knowledge’, impliciete kennis, een begrip van de Amerikaanse denker Donald Schön uit het in Wageningen veelgebruikte boek ‘The reflective practitioner’ (1983). Meto, zelf opgeleid door Bijhouwer, hielp de discipline enorm vooruit. Niet alleen door zijn universitaire werk, de methodische onderbouwing van landschapsanalyse, landschapswaardering en landschapsontwerp, maar ook door zijn zichtbaarheid in vele adviescolleges, waarin hij als een bruggenbouwer de kwaliteit van het nieuwe landschap keer op keer agendeerde. 

Kijkend naar de opgaven van nu en naar de positiebepaling van de rijksoverheid voelen we, zonder beklagenswaardig te willen zijn, dat het schuurt. Om de teneur van de tijd te begrijpen zijn er op allerlei plekken debatten waarin we zoeken naar andere aanpakken en elkaar moed inspreken – ook de Landschapstriënnale 2014 hier in Park Lingezegen agendeert en bediscussieert dit onderwerp volop. We komen uit de genereuze periode van de welvaartsstaat, waarin diezelfde rijksoverheid op elke denkbare behoefte of hobbel in ons leven anticipeerde. Welk denkraam was er in de afgelopen decennia over landschap en ontwerp, wie waren de partijen en hoe zijn de lange lijnen te herleiden tot eerder in de twintigste eeuw, toen de planningsmachine nog moest worden ontworpen?

CASA DE LA CULTURA DE VELASCO, CUBA (2014)


Paul Meurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman (red.)
eerder gepubliceerd in: Forum annual XLVI nr. Febr. 2012 
met bijdragen van Paul Meurs, John Loomis, Johanna van Doorn, Lara Voerman en Flora Labrada
voorwoord: Henk Döll en Mechtild Linssen
in opdracht van: Architectura en Amicitia, Amsterdam


Een excursie van Architectura en Amicitia (AetA) naar Cuba leidde tot de vraag aan SteenhuisMeurs om het cultuurgebouw in het afgelegen dorp Velasco te onderzoeken. De Nederlandse architecten waren enthousiast over de bijzondere architectuur, wilden het hele verhaal achter dit gebouw kennen en hoopten op de een of andere manier te kunnen bijdragen aan het behoud. Het onderzoek op Cuba leverde veel materiaal op over architect Betancourt en de bouw van cultuurhuizen in de jaren na de revolutie. Ook is het Casa de Cultura nauwkeurig in beeld gebracht. Het onderzoek is in een speciaal nummer van Forum verschenen en werd later in eigen beheer door SteenhuisMeurs uitgegeven.

RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
RESTAURATIE EN TRANSFORMATIE VAN EEN NATIONAAL MONUMENT (2013)

  
Paul Meurs en Marie-Therèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Aart Oxenaar, Ivan Nevzgodin, Everhard Korthals Altes, Cor Wagenaar en Hans Ibelings
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Deze monumentale monografie vormt het ultieme naslagwerk over de geschiedenis, restauratie en vernieuwing van het beroemdste museum van Nederland. Uitvoerig onderzoek en uitgebreide documentatie tonen hoe de restauratie van het negentiende-eeuwse monument van architect Pierre Cuypers werd verenigd met de eisen van een modern topmuseum in de eenentwintigste eeuw.

Gratis download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/isbn.9789462080935

VIJFTIG JAAR ZAANSE SCHANS
EEN MONUMENTENRESERVAAT DAT GEEN OPENLUCHTMUSEUM MOCHT WORDEN 
ESSAY IN: BULLETIN KNOB 112 (4) (2013)




Paul Meurs


Voor de Zaanse Schans stelde SteenhuisMeurs een beeldkwaliteitsplan en een stedenbouwkundige visie op (2010). Verder ontwierpen we samen met Daf-architecten de entreepleinen (2013) en maakten we een plan om het Molenmuseum onder te brengen in een te reconstrueren molenmakerswerkplaats (2012). Het cultuurhistorisch onderzoek dat hierbij werd uitgevoerd, is bewerkt tot een artikel in het bulletin van het Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. Hierin wordt het bijzondere verhaal over de totstandkoming en ontwikkeling van dit ‘houtbouw reservaat’ verteld. Anders dan bij andere openluchtmusea zijn de verplaatste monumenten niet als objecten uitgestald op een afgesloten terrein. De Zaanse Schans is bedacht als een nieuw dorpje aan de Zaan, dat is opgebouwd met oude monumenten en openbaar toegankelijk is. Het is echter wel een tijdmachine, waarin de bezoeker zich in het jaar 1850 waant. Vanaf het allereerste begin was het de bedoeling om de huizen op de Zaanse Schans gewoon te bewonen en voorzieningen voor toeristen te realiseren. In de loop van vijftig jaar is de spanning tussen de ‘gewone‘ Zaanse woonbuurt en de bijzondere toeristische bestemming geleidelijk opgelopen. Inmiddels schuifelen elk jaar miljoenen toeristen in colonne door het dorpje en verdringt het toerisme het gewone leven.


Heritage-based design (2016)

 
Paul Meurs, TU Delft
design: Sirene Ontwerpers, Rotterdam
Commissioned by: Technical University, Delft, in collaboration with Rondeltappe Bernoster Kemmers Foundation


Paul’s lectures on design with cultural value were put together in this publication in the series on design didactics of Heritage & Architecture (TU Delft). The book addresses the question of how to design in a historical context. How to get a grip on a site? How can a designer incorporate actual qualities of the heritage in the design? In three chapters, it is described how the conservation of heritage has increasingly become an issue of planning and intervention, with the specific cultural heritage qualities of a site as the starting point for transformation.The design on or around heritage is all about open-mindedness, doing justice to the cultural heritage value, daring to opt for a radical intervention if necessary, making history visible in the innovative city, and responding to the poetry of the site – and all this in appropriate measures. The architectural style (modern or traditional, contrast or symbiosis) does not really matter all that much, as long as the attitude is to design on the basis of the existing qualities and to carefully develop the detailed design. 

Free download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/484






PUBLICATIES EN MEDIA


wat DOET steenhuismeurs?



Alle kennis die we opdoen, delen we graag met anderen. Wij dragen onze passie voor cultuurhistorie, onze projecten en onderzoeksterreinen uit naar de meest uiteenlopende gezelschappen; van professionals tot historische verenigingen en bewonersgroepen. Wij verzorgen presentaties en lezingen, schrijven artikelen, nemen deel aan inspiratie-events, symposia en filmproducties en laten van ons horen via interviews en social media. Regelmatig verschijnen boeken van onze hand, meestal in samenwerking met nai010 uitgevers. Onderzoeken waarover we publiceren, verrichten we in opdracht of initiëren we zelf.


DRENTSE ERFGOEDLIJNEN
ERFGOEDVERHALEN ALS STRATEGIE VOOR TOERISME (2018)



Paul Meurs, Marinke Steenhuis m.m.v. Annet Kampinga
fotografie: Sake Elzinga
ontwerp: Paulien Varkevisser, Nijmegen
in opdracht van: Provincie Drenthe (Marc Kocken, Marko Vuijk en Mauro Smit)


De provincie Drenthe en de Drentse gemeenten vroegen ons om een ‘strategisch narratief’ te ontwikkelen, waarin het verhaal van het erfgoed (het ‘narratief’) strategisch wordt ingezet voor recreatie en toerisme. Drenthe is dé vrijetijdseconomieprovincie van Nederland. Het is de ideale plek om te fietsen, te wandelen, andere sporten te bedrijven en te genieten van een geweldig landschap. Het erfgoed van Drenthe is minder bekend, behalve dan de hunebedden. Dat is eigenlijk merkwaardig, want het prachtige landschap van Drenthe is in de loop van duizenden jaren mede door mensenhand gevormd. Op het zand en in de veengebieden vind je er de sporen van terug, bijvoorbeeld van prehistorische bewoning, middeleeuwse boerengemeenschappen, de pioniers van de veenontginningen en de armoedzaaiers die uit het hele land naar de koloniën van Weldadigheid kwamen om heropgevoed te worden. Iedere gemeente van Drenthe heeft bijzonder erfgoed en bij elkaar biedt dat een historische rijkdom die onvergelijkbaar is met wat je in de rest van het land of zelfs daarbuiten vindt. De Drentse erfgoedlijnen gaan stuk voor stuk over de manier waarop de mens zijn plek in de natuur van Drenthe heeft gemaakt. Daarom is er een inleidend verhaal over de natuur en het landschap van Drenthe, dat de poort naar een andere wereld biedt. Het erfgoed van Drenthe wordt in zes erfgoedlijnen beschreven, van prehistorie tot de naoorlogse tijd. Bij ieder verhaal horen bestemmingen. Maar de erfgoedlijnen zijn nooit af. Aan ieder verhaal kunnen andere verhalen worden toegevoegd of andere bestemmingen worden gekoppeld. De erfgoedlijnen zijn te combineren of uit te werken tot steeds weer andere arrangementen. Zo veranderen de verhalen in bestemmingen.

HET OOG VAN DE ORKAAN
ONTWIKKELINGEN EN OPGAVEN VOOR HISTORISCH DELFSHAVEN (2018)



Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Historisch Delfshaven en Schans-Watergeus: er zijn weinig aangrenzende buurten in Rotterdam waartussen de contrasten zo groot lijken als hier. Het uiterlijk van de buurten, de mensen die er wonen, de opgaven die er spelen: het lijkt een verschil van dag en nacht. Samen met wijkpartijen en bewoners wil de gemeente Rotterdam een duidelijke impuls aan beide buurten geven en de problemen en opgaven in samenhang aanpakken. In deze film schetst Marinke Steenhuis de ontwikkeling van historisch Delfshaven en zijn directe omgeving en legt uit hoe dit unieke stukje Rotterdam zichzelf in de loop der tijd steeds opnieuw heeft moeten uitvinden. Bewoners, ondernemers en bezoekers komen aan het woord over de kwaliteiten en verbeterpunten voor dit stukje Rotterdam.


Bekijk de film


VOORBIJ DE DIJKEN
HOE NEDERLAND MET HET WATER WERKT (2017)


Marinke Steenhuis en Paul Meurs (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs en Annet Kampinga
fotografie: Tineke Dijkstra, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Jentse Hoekstra en Cees Poot)
ook in het Engels verschenen


Er zijn weinig landen op de wereld waar het water zozeer het landschap en de nationale identiteit bepaalt als in Nederland. De kwetsbare delta ligt telkens weer op de tekentafel om aangepast te worden aan de dreiging van het water. Klimaatverandering zorgt nu voor een volgende ronde van ingrepen. De klassieke strijd tegen het water is daarbij veranderd in een aanpak met het water. Voor het eerst worden de omvang van het Nederlandse waterproject en de resultaten ervan in het kust- en rivierenlandschap zichtbaar; voorbij de dijken. Hoe Nederland met het water werkt brengt deze indrukwekkende operatie in beeld. Dit boek laat dertig ingrepen langs de rivieren en de kust zien – projecten waarin waterbouw, cultuurhistorie, natuur en menselijk gebruik zijn samengebracht in weergaloze waterlandschappen, die verleiden om zelf op expeditie te gaan.

ROTTERDAM ZUID
VAN BOERENZIJ TOT PROEFTUIN (2017)


Marinke Steenhuis
samenstelling en regie: BuroB, Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


In deze film vertelt Marinke Steenhuis het verhaal van Rotterdam Zuid als proeftuin van sociale en ruimtelijke concepten. Een verhaal over de ontstaansgeschiedenis en de historische betekenis in de huidige tijd, en dus ook een vertelling over trots, identiteit en toekomstbestendigheid van dit stadsdeel. De film is gemaakt om de inzichten van onze zes cultuurhistorische verkenningen naar wijken op Rotterdam Zuid te delen met bewoners en een groter publiek. Naast deze koepelfilm zijn er zes aparte wijkfilms. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis en andere wijken waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog: de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen.


Bekijk de film

ZES FILMS OVER ROTTERDAM-ZUID
BLOEMHOF, HILLESLUIS, TARWEWIJK, CARNISSE, AFRIKAANDERWIJK EN OUD-CHARLOIS (2017-2019)


SteenhuisMeurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman
samenstelling en regie: BuroB Perry Boomsluiter en Eelco Romeijn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Bureau Monumenten


Met veel elan bouwden gemeentelijke volkshuisvesters, havendirecteuren, prille corporaties en particuliere bouwers ruim een eeuw geleden aan een nieuw stadsdeel: Rotterdam Zuid. In de weilanden ontstond een lappendeken van wijken voor de snel groeiende bevolking. De Tarwewijk, Bloemhof, Hillesluis, Carnisse, Afrikaanderwijk en Oud-Charlois waren een laboratorium voor experimenten in volkshuisvesting en stedenbouw. De ambitie was hoog; de zuidoever moest een stad met eigen voorzieningen en een eigen centrum worden. In de decennia erna breidde Rotterdam Zuid uit en stond het keer op keer voor nieuwe opgaven. Tot de dag van vandaag, want ook nu wordt vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hard gewerkt aan sociale vooruitgang en fysieke vernieuwingen. In deze zes wijkfilms belichten Johanna van Doorn en Lara Voerman van SteenhuisMeurs steeds een van de zes wijken.


Bekijk de film over Bloemhof
Bekijk de film over Hillesluis
Bekijk de film over Tarwewijk
Bekijk de film over Carnisse
Bekijk de film over Oud-Charlois
Bekijk de film over Afrikaanderwijk

MATHENESSERWEG
NIEUW ELAN VOOR EEN OUDE STADSSTRAAT (2017)


Marinke Steenhuis
regie: BuroB, Perry Boomsluiter
camera: Eelco Romeyn
in opdracht van: gemeente Rotterdam, Stadsmarinier Nieuwe Westen


Rotterdam heeft stadsmariniers in wijken waar de basisveiligheid niet op orde is en voor hardnekkige, wijkoverstijgende thema’s. De opdracht van de stadsmarinier is helder: zorg ervoor dat de wijk weer veilig wordt en tref hiervoor alle benodigde maatregelen. Veel wordt bereikt door goede samenwerking met alle belangrijke partijen in de wijk. De stadsmarinier organiseert stuurgroepen in de wijk. Tijdens zo’n stuurgroep gaat de burgemeester samen met de politiechef, de hoofdofficier van Justitie, betrokken wethouders en andere partners in gesprek met bewoners en ondernemers over de problemen in hun wijk. Samen maken zij afspraken over verbeteringen, die voor de volgende stuurgroep moeten zijn gerealiseerd. De stadsmarinier ziet toe op de voortgang hiervan en zorgt voor versnelling van de aanpak indien nodig. In deze film maken we kennis met de Mathenesserweg en zijn geschiedenis. En ook met de problemen, uitdagingen en kansen voor de straat. Aan het woord: Danielle van den Heuvel (stadsmarinier gemeente Rotterdam), Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) en natuurlijk bewoners, ondernemers en bezoekers van de Mathenesserweg.


Bekijk de film

DE NIEUWE GRACHTENGORDEL
DE REALISATIE VAN HET ALGEMEEN UITBREIDINGSPLAN VAN AMSTERDAM (2017)


Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Paul Meurs, Vincent van Rossem, Jeroen Schilt, Minke Walda en Lara Voerman
vormgeving: Beukers Scholma
ontwerp: Thoth, Bussum
in opdracht van: gemeente Amsterdam


Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontwikkeld, omdat Amsterdam hoognodig moest uitbreiden. Een stadsuitbreiding met de allure van de grachtengordel, dat was de ambitie achter het AUP uit 1934. Daar werd geen letterlijke kopie van monumentale straatwanden aan gebogen waterwegen mee bedoeld, maar een nieuwe stad waarin iedereen - sociaal gelijk en omgeven door voldoende ruimte, groen en licht - zichzelf verder kon ontplooien. De oplossing werd gevonden in een reeks van nieuwe tuinsteden. De realisatie van het plan leidde vanaf 1949 tot een verdubbeling van de omvang van de stad. In een verbazingwekkend kort tijdsbestek van tien jaar verrezen rond Amsterdam 50.000 woningen in wijken als Bos en Lommer, Watergraafsmeer, Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp en Buitenveldert.Hoe organiseerde Amsterdam deze megaklus, welke (buitenlandse) steden dienden als voorbeeld? Wat waren de telkens terugkerende thema’s en problemen? De auteurs brachten maanden door in het eindeloze archief van de Dienst Publieke Werken Amsterdam. Deze onuitputtelijke bron van gegevens is de ware hoofdpersoon van dit boek.Het Algemeen Uitbreidingsplan, met L.S.P. Scheffer, Theo van Lohuizen, Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder als belangrijkste grondleggers, is het paradepaardje van de moderne stedenbouw, met prachtige ontwerpvondsten als de Sloterplas, Tuindorp Frankendaal en de parken rond de Nieuwe Meer en de Amstel. Het plan kreeg veel lof, ook uit het buitenland, en speelt tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij de uitbreiding en de verdichting van de stad.

REUSE, REDEVELOP AND DESIGN
HOW THE DUTCH DEAL WITH HERITAGE (2017)


Paul Meurs and Marinke Steenhuis 
with contributions of: Paul Meurs, Marinke Steenhuis, Jean-Paul Corten, Sander Gelinck en Frank Strolenberg
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam
commissioned by: Cultural Heritage Agency and the Ministry of Foreign Affairs


Where there are vacancies, there is room for new uses, such as housing and leisure and health-care facilities. This often results in surprising combinations, such as a school or a community centre in a factory complex, a shop in a church or a recreation area in a military zone. Reuse, Redevelop and Design presents 20 inspiring redevelopment projects. The book addresses the story behind the success of redevelopment in essays on heritage policy, public-private partnerships, financing and design.The creative way Dutch architecture offices deal with heritage is also catching on abroad, as evidenced by OMA’s projects in Italy and Germany, West 8’s in Russia, Mecanoo’s in the United States and Maurer’s in China.


Bekijk de film

DE DELTAWERKEN (2016)


Marinke Steenhuis en Lara Voerman
ontwerp: Beukers Scholma
fotografie: Siebe Swart 
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
in opdracht van: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Programma Erfgoed en Ruimte (Ellen Vreenegoor)


Ontworpen als bescherming tegen het water na de watersnoodramp van 1953 behoren de Deltawerken tot de iconische monumenten van Nederland, met technische hoogstandjes als de Oosterscheldekering, de Brouwersdam en de Maeslantkering. De kracht van de Deltawerken is de unieke combinatie van civiele techniek, architectuur en landschappelijk ontwerp in een systematisch bouwwerk met een weergaloze samenhang.

Klimaatverandering maakt de wateropgave opnieuw urgent. Het boek toont de unieke kwaliteiten en innovaties van de veertien onderdelen van de Deltawerken, en belicht de daadkracht van de speciaal opgerichte Deltadienst, die de delta integraal op de tekentafel legde. In interviews verkennen experts de alternatieven en opties voor het waterverdedigingssysteem. Dit boek biedt de ontstaansgeschiedenis van de Deltawerken, een actueel overzicht ervan én de uitdaging voor de toekomst.

HERITAGE-BASED DESIGN (2016)


Paul Meurs, TU Delft
design: Sirene Ontwerpers, Rotterdam
Commissioned by: Technical University, Delft, in collaboration with Rondeltappe Bernoster Kemmers Foundation


Paul’s lectures on design with cultural value were put together in this publication in the series on design didactics of Heritage & Architecture (TU Delft). The book addresses the question of how to design in a historical context. How to get a grip on a site? How can a designer incorporate actual qualities of the heritage in the design? In three chapters, it is described how the conservation of heritage has increasingly become an issue of planning and intervention, with the specific cultural heritage qualities of a site as the starting point for transformation.The design on or around heritage is all about open-mindedness, doing justice to the cultural heritage value, daring to opt for a radical intervention if necessary, making history visible in the innovative city, and responding to the poetry of the site – and all this in appropriate measures. The architectural style (modern or traditional, contrast or symbiosis) does not really matter all that much, as long as the attitude is to design on the basis of the existing qualities and to carefully develop the detailed design. 

Free download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/484

HAVEN VAN ROTTERDAM
WERELD TUSSEN STAD EN ZEE (2015)


Marinke Steenhuis (red.)
met bijdragen van: Peter de Langen, Frank de Kruif, Marinke Steenhuis, Lara Voerman, Isabelle Vries, Peter Paul Witsen
fotografie: Jannes Linders, Siebe Swart
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam 
in opdracht van: Havenbedrijf Rotterdam
ook verschenen in het Engels


De haven van Rotterdam biedt het actuele overzicht, de ontstaansgeschiedenis én een blik in de toekomst van de haven; voor velen onbekend terrein. Het werk aan de haven is nooit klaar. Vanuit het oogpunt van economie, landschap en logistiek wordt de haven in al zijn diversiteit beschreven en getoond. Het boek navigeert langs de plekken waar indrukwekkende haventechniek wordt ontworpen, waar trends zichtbaar worden en waar nieuw landschap gestalte krijgt. Een internationale vergelijking plaatst Rotterdam naast acht andere wereldhavens. Daarnaast toont het boek hoe het stoere Rotterdamse imago zorgvuldig werd opgebouwd. Van Maasvlakte II tot de Fruithavens, van het Vogel-eiland in de Slufter tot RDM, en van de Botlek tot de Kop van Zuid: portretten van 36 bijzondere plekken, infographics, havenverhalen en fotografie van Jannes Linders en Siebe Swart tonen de unieke en vaak betoverende facetten van het havenlandschap.

HEALING MODERNITY
ESSAY IN ON THE MOVE – LANDSCAPE ARCHITECTURE EUROPE 4 (2015)


Marinke Steenhuis
publisher: Blauwdruk, Wageningen


‘Le site n’est pas vierge’ – ‘the site is not empty’ – was how landscape architect Yves Brunier began his description of the design for Museumpark in Rotterdam in the April 1989 issue of l’Architecture d’Aujourd’hui. The renewal plan Brunier made with OMA for the dilapidated nineteenth-century landscape garden, which nestles under Rotterdam’s primary flood defence, illustrates a new phase in the history of European landscape architecture. The main layout of the old garden has been retained, but within this framework the designers have created a spectacular route lined with new ‘un-park-like’ materials, such as chunks of glass and reflective plastic walls, whitewashed tree stems, an event site paved with black asphalt, and a bridge over a river of stones. The design has been lovingly maintained in its original state, except for the disappearance of the chunks of glass in the stone river, originally placed to represent water, which have been removed over the years by admirers and collectors. Museumpark was a statement, a cult park in which the European vocabulary of the landscape style was reworked in a humorous and, to some people, shocking or alienating manner to give it new significance in the here and now. Landscape architecture, it transpired, could also be a cocktail of humour, sensuality, ‘time depth’, alienation and subversiveness.In this essay, Marinke Steenhuis explores the legacy of landscape design in the last decades and defines the different design approaches of nowadays design practice: the international style, the single gesture with a big impact, the hyperbole and the revealing of what has been hidden.

51°55’11.6”N 4°29’19
THE BINNENROTTE (ROTTERDAM) AND THE REPTILIAN BRAIN
ESSAY IN PRIX DE ROME 2014 ARCHITECTURE (2015)


Marinke Steenhuis
publisher: nai010 publishers, Rotterdam


Close your eyes, this place requires a different use of your brain. The space where you are standing is a structure that has been modified, filled in, demolished and rebuilt, layer upon layer, for seven centuries; its time depth is virtually unfathomable. Binnenrotte and Hoogstraat went from centre to periphery, a typical Rotterdam phenomenon unknown to most old Dutch cities. It’s possible to take a time trip through those seven centuries: the library houses the Erasmus Collection, the cube dwellings can be construed as a bridge between a river of cars and the public space, and the Markthal stands precisely on the site of the former Grote Markt. The monument to Rotterdam’s naval hero, Witte de With, is in the Laurenskerk. Blaak Station stands on the site of the old 1877 Beurs Station, which gave access to trains that ran on an elevated track, a rail viaduct along the route of the filled-in Binnenrotte. The Prix de Rome assignment is to make time legible in the public space and to inject new vitality into a now-peripheral city street. The assignment is based, contrary to the tradition of this place, on continuities rather than disruptions – and that alone makes one curious to see the design proposals. 

The various episodes in Rotterdam’s urban development are well known, and clearly visible on historical maps. But what the maps fail to evoke is the perception of the urban space, its effect on generations of Rotterdammers, in other words on the genre de vie of the city. It could be said that every Rotterdammer carries fragments of this in their subconscious. How do you describe the emotional effect, the lyricism of an urban space?

EEN GROEN HEELAL
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
ESSAY IN LANDSCHAPSBIOGRAFIE VAN DE DRENTSE AA (2015)


Marinke Steenhuis
uitgever: Koninklijke Van Gorcum, Assen


Waar na 1950 in heel Nederland beekdalen werden ‘genormaliseerd’ door de Cultuurtechnische Dienst, uitvoerder van de ruilverkavelingen, lukte het in het Drentse Aa-gebied om een synthese van belangen te vinden. In het ‘Gedachtenplan voor het Stroomdallandschap Drentsche Aa' legden drie medewerkers van Staatsbosbeheer, landschapsconsulent Harry de Vroome (1920-2001), onderzoeker amateur-archeoloog Freek Modderkolk (1934-2006) en natuurconsulent en ecoloog ir. Edgar Stapelveld (1927) in 1965 de basis voor het Nationaal Park Drentsche Aa, volgens een aanpak die we nu de ‘mutual gains’ benadering zouden noemen. Het geniale van het Drentse Aa-gebied is dat rond 1965 de belangen van landbouw, woningbouw en natuur in één gevoelige en toch radicale planningsstrategie samen werden gebracht. De mens is de bewuste ontwerper van dat landschap; niet alleen in beleidsnota’s of op de tekentafel, maar ook daadwerkelijk, kavel voor kavel, buiten waar het landschap ervaren wordt. Het uiterlijk van elke hectare in het Drentse Aa-gebied is het resultaat van naoorlogs beleid. In deze storm van maakbaarheid ging het hele gebied in feite op de schop; niet om het te vernietigen, maar om het te herscheppen in een landschap met een biodiversiteit die tot dan niet bestond.

JOOP VAN STIGT ARCHITECT
WERKEN VANUIT EEN FLEXIBELE STRUCTUUR 1960-1985 (2014)


Marinke Steenhuis
met bijdragen van: Marinke Steenhuis, Jurriaan van Stigt, Minke Walda en Marcel van der Burg 
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: SDO, Amsterdam


Architect Joop van Stigt (1934-2011) heeft een onconventioneel en oorspronkelijk oeuvre nagelaten, dat gekenmerkt wordt door drie fasen die elkaar onderling beïnvloedden en versterkten. In de eerste vijfentwintig jaar van zijn werk ontwierp hij gebouwen en woonbuurten die zijn bijgezet als producten uit de architectuurstroming van het structuralisme. Vanaf 1980 legde hij zich samen met zijn zoon André van Stigt toe op herbestemming en transformatie van bestaande gebouwen. Zijn grote specialisme op dit vlak leidde in 1987 tot zijn benoeming als hoogleraar Renovatie en Onderhoudstechnieken aan de Technische Universiteit Delft. Na zijn afscheid in 1999 begon hij aan zijn derde loopbaan in Mali, Afrika. Daar leidde Van Stigt metselaars op en bouwde scholen en een provinciehuis. In alle drie fasen was hij vernieuwend en succesvol; de drie ‘carrières’ zijn niet als breuk op te vatten, waarin hij zichzelf steeds opnieuw uitvond, maar als de drie pijlers van zijn oeuvre die elkaar continu afwisselden en beïnvloedden. In dit boek staat de eerste fase van zijn loopbaan centraal – zijn ontwikkeling tot architect en zijn oeuvre tot aan het begin van de jaren tachtig. Zijn constructieve bijdrage aan hét thema van de structuralisten, de ontwikkeling van een driedimensionaal modulair bouwsysteem, is als ontwerpmethodiek van grote betekenis. Met zijn oeuvre liet hij zien hoe zijn systeem telkens weer aanleiding gaf tot nieuwe configuraties, materiaalkeuze en schikking van ruimtes, maar in zijn proportionaliteit constant bleef.

HERITAGE AS AN ASSET FOR INNER CITY DEVELOPMENT
AN URBAN MANAGER’S GUIDE BOOK (2014)


Paul Meurs with Jean-Paul Corten, Ellen Geurts en Remco Vermeulen (ed.)
with contributions of: Jean-Paul Corten, Ellen Geurts, Paul Meurs, Donovan Rypkema en Ronald Wall
design: Beukers Scholma
publisher: nai010 publishers, Rotterdam 
commissioned by: Cultural Heritage Agency


Heritage is playing an increasingly emphatic role in the development of the contemporary city. It is an important location-determining factor for a new generation of city dwellers, newly developing companies in the service sector and creative industries and also for recreation and tourism. At the same time, unrestrained urban growth is putting historic inner cities under increasingly greater pressure. Accordingly, it is time for a new orientation toward the historic city.How do we utilize a city’s existing qualities for a vital future? How do we reverse the increasing threats that can be felt in all historical inner cities? What is the economic significance of heritage for a city that wants progress? What possibilities and limitations does heritage offer for the challenges we continually face in our design assignments? These are the central questions of this book. Heritage As an Asset for Inner-City Development draws on the broad experience of teachers and participants in the Urban Heritage Strategies course. A variety of cities pass in review: Paramaribo, Recife, Accra, Pretoria, Moscow, Pulicat, Jaffna and Surabaya. Each in their own way, these cities all have historical tie with the Netherlands.

OVERBODIG ZONDEBESEF
DE EMANCIPATIE VAN DE NAOORLOGSE LANDSCHAPSARCHITECTUUR
TEKST VAN DE BIJHOUWERLEZING (2014)


Marinke Steenhuis
uitgever: Blauwdruk, Wageningen


‘Boeren is voor mij ook groen’, zei de taxichauffeur toen ik hem vroeg of hij veel merkte van de aanleg van Park Lingezegen, het regionale parklandschap waar we nu zijn. Vandaag ontvangt Meto Vroom de Bijhouwerprijs vanwege zijn verdiensten voor de landschapsarchitectuur. Meto was van 1966 tot 1994 hoogleraar in Wageningen. In deze ongelofelijke dynamische periode werkte hij ruim 25 jaar lang aan de professionalisering van het onderwijs. Er waren geen dictaten, er was geen methodiek om de opgave of het ontwerp scherp te stellen. Zijn voorganger Bijhouwer had weliswaar een aanpak overgebracht, maar die bestond uit ‘tacit knowledge’, impliciete kennis, een begrip van de Amerikaanse denker Donald Schön uit het in Wageningen veelgebruikte boek ‘The reflective practitioner’ (1983). Meto, zelf opgeleid door Bijhouwer, hielp de discipline enorm vooruit. Niet alleen door zijn universitaire werk, de methodische onderbouwing van landschapsanalyse, landschapswaardering en landschapsontwerp, maar ook door zijn zichtbaarheid in vele adviescolleges, waarin hij als een bruggenbouwer de kwaliteit van het nieuwe landschap keer op keer agendeerde. 

Kijkend naar de opgaven van nu en naar de positiebepaling van de rijksoverheid voelen we, zonder beklagenswaardig te willen zijn, dat het schuurt. Om de teneur van de tijd te begrijpen zijn er op allerlei plekken debatten waarin we zoeken naar andere aanpakken en elkaar moed inspreken – ook de Landschapstriënnale 2014 hier in Park Lingezegen agendeert en bediscussieert dit onderwerp volop. We komen uit de genereuze periode van de welvaartsstaat, waarin diezelfde rijksoverheid op elke denkbare behoefte of hobbel in ons leven anticipeerde. Welk denkraam was er in de afgelopen decennia over landschap en ontwerp, wie waren de partijen en hoe zijn de lange lijnen te herleiden tot eerder in de twintigste eeuw, toen de planningsmachine nog moest worden ontworpen?

CASA DE LA CULTURA DE VELASCO, CUBA (2014)


Paul Meurs, Johanna van Doorn en Lara Voerman (red.)
eerder gepubliceerd in: Forum annual XLVI nr. Febr. 2012 
met bijdragen van Paul Meurs, John Loomis, Johanna van Doorn, Lara Voerman en Flora Labrada
voorwoord: Henk Döll en Mechtild Linssen
in opdracht van: Architectura en Amicitia, Amsterdam


Een excursie van Architectura en Amicitia (AetA) naar Cuba leidde tot de vraag aan SteenhuisMeurs om het cultuurgebouw in het afgelegen dorp Velasco te onderzoeken. De Nederlandse architecten waren enthousiast over de bijzondere architectuur, wilden het hele verhaal achter dit gebouw kennen en hoopten op de een of andere manier te kunnen bijdragen aan het behoud. Het onderzoek op Cuba leverde veel materiaal op over architect Betancourt en de bouw van cultuurhuizen in de jaren na de revolutie. Ook is het Casa de Cultura nauwkeurig in beeld gebracht. Het onderzoek is in een speciaal nummer van Forum verschenen en werd later in eigen beheer door SteenhuisMeurs uitgegeven.

RIJKSMUSEUM AMSTERDAM
RESTAURATIE EN TRANSFORMATIE VAN EEN NATIONAAL MONUMENT (2013)

  
Paul Meurs en Marie-Therèse van Thoor, TU Delft (red.)
met bijdragen van: Aart Oxenaar, Ivan Nevzgodin, Everhard Korthals Altes, Cor Wagenaar en Hans Ibelings
ontwerp: Beukers Scholma
uitgever: nai010 uitgevers, Rotterdam
ook verschenen in het Engels


Deze monumentale monografie vormt het ultieme naslagwerk over de geschiedenis, restauratie en vernieuwing van het beroemdste museum van Nederland. Uitvoerig onderzoek en uitgebreide documentatie tonen hoe de restauratie van het negentiende-eeuwse monument van architect Pierre Cuypers werd verenigd met de eisen van een modern topmuseum in de eenentwintigste eeuw.

Gratis download: https://books.bk.tudelft.nl/index.php/press/catalog/book/isbn.9789462080935

VIJFTIG JAAR ZAANSE SCHANS
EEN MONUMENTENRESERVAAT DAT GEEN OPENLUCHTMUSEUM MOCHT WORDEN 
ESSAY IN: BULLETIN KNOB 112 (4) (2013)




Paul Meurs


Voor de Zaanse Schans stelde SteenhuisMeurs een beeldkwaliteitsplan en een stedenbouwkundige visie op (2010). Verder ontwierpen we samen met Daf-architecten de entreepleinen (2013) en maakten we een plan om het Molenmuseum onder te brengen in een te reconstrueren molenmakerswerkplaats (2012). Het cultuurhistorisch onderzoek dat hierbij werd uitgevoerd, is bewerkt tot een artikel in het bulletin van het Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. Hierin wordt het bijzondere verhaal over de totstandkoming en ontwikkeling van dit ‘houtbouw reservaat’ verteld. Anders dan bij andere openluchtmusea zijn de verplaatste monumenten niet als objecten uitgestald op een afgesloten terrein. De Zaanse Schans is bedacht als een nieuw dorpje aan de Zaan, dat is opgebouwd met oude monumenten en openbaar toegankelijk is. Het is echter wel een tijdmachine, waarin de bezoeker zich in het jaar 1850 waant. Vanaf het allereerste begin was het de bedoeling om de huizen op de Zaanse Schans gewoon te bewonen en voorzieningen voor toeristen te realiseren. In de loop van vijftig jaar is de spanning tussen de ‘gewone‘ Zaanse woonbuurt en de bijzondere toeristische bestemming geleidelijk opgelopen. Inmiddels schuifelen elk jaar miljoenen toeristen in colonne door het dorpje en verdringt het toerisme het gewone leven.



STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100