Stacks Image p757_n21

STEDELIJKE GEBIEDEN EN LANDSCHAPPEN – RUIMTELIJKE kaders

WAT DOET STEENHUISMEURS?


De wereld verandert voortdurend. Het oude transformeert tot iets nieuws, waarbij we op de ene plek zuiniger willen en moeten zijn dan op de andere. In omgevingsvisies, omgevingsvergunningen, bestemmingsplannen, erfgoedbeleid en de nieuwe Omgevingswet is cultuurhistorie een belangrijke afwegingsfactor. Wij borgen de cultuurhistorie in ruimtelijke plannen. Voor overheden stellen wij erfgoednota’s op en ontwikkelen we een instrumentarium voor beschermde stads- en dorpsgezichten. We maken beeldkwaliteitsplannen, landschapsbeleidsplannen en beheerplannen. Voor fusiegemeenten zorgen we voor harmonisatie van organisatie en beleid rond erfgoed. In de vorm van trendlijnen geven we inzicht in te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. Een veelgevraagd instrument is het gebiedspaspoort dat we samen met de gemeente Zaanstad hebben ontwikkeld. Doel was daar om de bijzondere kwaliteiten van het Hembrugterrein, een militair industrieel landgoed, te beschermen. Een gebiedspaspoort omschrijft per deelgebied de randvoorwaarden voor transformatie van monumenten, nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte en gaat daarmee verder dan een bestemmingsplan. Tegelijk fungeert het als toetsingskader voor een supervisor. Gebiedspaspoorten worden in een participatietraject met gebiedspartijen, zoals bewoners, opgesteld. Samen maken we duidelijk hoe hoog de ambitie voor een gebied is. Plannen worden er beter van.


CASUS 1
STICHTSE VECHT

Trendlijnen cultuurhistorie voor de Omgevingsvisie
in opdracht van: gemeente Stichtse Vecht (2018)
ondersteund door: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


De gemeente Stichtse Vecht wil cultuurhistorie graag inzetten als onderlegger voor de toekomstige omgevingsvisie. Een door ons opgesteld narratief vormde in 2017 de eerste stap om hier ook echt werk van te maken en zogenaamde trendlijnen cultuurhistorie te definiëren. Stichtse Vecht kent een rijk cultuurlandschap met onder andere dorpen, buitenplaatsen, veenweidegebieden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In dit gebied is de economische en ruimtelijke druk immens, door de nabijheid van Amsterdam, Utrecht en de A2-corridor. Hoe kan de Stichtse Vecht omgaan met deze transformatiedruk, maar ook de eigenheid van het gebied bewaren zonder elke ruimtelijke ontwikkeling op slot te zetten? SteenhuisMeurs analyseert de ontwikkelingen die de gemeente hebben gemaakt tot wat zij nu is en trekken deze door naar uitgangspunten voor de toekomst. Zo kunnen nieuwe trends en opgaven worden afgestemd op bestaande kwaliteiten. Deze trendlijnen fungeren voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als pilotproject en referentie voor andere gemeenten die aan de slag gaan met hun omgevingsvisie. In dit onderzoek worden de trendlijnen voor Stichtse Vecht getypeerd en vertaald naar een onderlegger voor de toekomst. Dit gebeurt in samenspraak met bewoners, experts en andere betrokkenen

Stichtse Vecht


CASUS 2
HEMBRUGTERREIN, ZAANSTAD

Gebiedspaspoorten
in opdracht van: Gemeente Zaanstad (2015) 
in samenwerking met: Rijksvastgoedbedrijf


Het Hembrugterrein is een voor Nederland uniek gebied, met een al even unieke transformatieopgave. Nadat we de cultuurhistorie van dit voormalige defensieterrein al eerder met vele nieuwe archiefbronnen naar boven hadden gehaald, stelden we in 2015 een reeks van gebiedspaspoorten op. Het Hembrugterrein vormde een pilot voor de nieuwe Omgevingswet, waarbij een omgevingsplan is opgesteld dat uitgaat van organische gebiedsontwikkeling. Op deze manier moet het mogelijk zijn om op het terrein maximaal 500 woningen (180.000 m2 bvo nieuwbouw) toe te voegen. Er wordt gestreefd naar een ‘toelatingsbeleid’, waarbij alles kan, zolang het past bij de eigenheid van het gebied en de ruimtelijke kwaliteit versterkt. De gebiedspaspoorten zijn een belangrijke bouwsteen voor het omgevingsplan. Ze worden gemaakt voor diverse deelgebieden en doen uitspraken over de transformatie van bestaande gebouwen, nieuwe gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Hiertoe zijn per deelgebied de randvoorwaarden voor nieuwbouw vastgelegd, bijvoorbeeld hoogte, rooilijn, te behouden zichtlijnen, aan te houden tussenruimten et cetera. Ook zijn criteria opgesteld voor stedenbouw, architectuur en buitenruimte. Hierbij zijn het historisch karakter en de bestaande kwaliteiten van het ensemble leidend. In 2017 is het Hembrugterrein door het Rijksvastgoedbedrijf verkocht, waarbij de gebiedspaspoorten als bindende randvoorwaarde bij de bieding golden.


Hembrugterrein, Zaanstad. Foto: P. van Galen, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

CASUS 3
LAAG-SOEREN

Gebiedspaspoort
in opdracht van: gemeente Rheden (2018)


In de negentiende eeuw was Laag-Soeren een retraite-oord voor welgestelde toeristen die kwamen kuren in badhotel Bethesda. De gronden van het voormalige landgoed vormen een open cultuurlandschappelijke zone tussen het dichte Veluwse bos en de dorpen Laag-Soeren en Dieren. Het landschap is fijnmazig met sprengenbeken, (onverharde) wegen, enkele villa’s en boerderijen. De gemeente Rheden wil de cultuurhistorische kwaliteit van het beschermde dorpsgezicht Laag-Soeren koesteren door zorgvuldig om te gaan met transformaties en ruimtelijke dynamiek. In het gebied vindt een constante stroom van verbouwingen, uitbreidingen en herbestemmingen plaats. Daarnaast spelen ook nieuwe ontwikkelingen, zoals de klimaatopgave. De ambitie is om de ruimtelijke dynamiek te gebruiken om bestaande historische structuren en elementen te versterken: behoud door ontwikkeling. Om deze ambitie waar te kunnen maken, heeft de gemeente SteenhuisMeurs gevraagd om een gebiedspaspoort voor het beschermd dorpsgezicht te ontwikkelen. Daarin wordt vanuit een cultuurhistorische analyse gezocht naar spelregels voor ontwikkelingen in de toekomst, die vervolgens in het omgevingsplan worden vastgelegd. Samen met de inwoners en gebiedseigenaren worden aan zogenaamde gebiedstafels de waarden van het gebied en de toekomstige opgaven besproken en omgezet in concrete aanbevelingen.


Laag-Soeren. Foto: P. van Galen, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed



STEDELIJKE GEBIEDEN EN LANDSCHAPPEN – RUIMTELIJKE kaders

WAT DOET STEENHUISMEURS?


De wereld verandert voortdurend. Het oude transformeert tot iets nieuws, waarbij we op de ene plek zuiniger willen en moeten zijn dan op de andere. In omgevingsvisies, omgevingsvergunningen, bestemmingsplannen, erfgoedbeleid en de nieuwe Omgevingswet is cultuurhistorie een belangrijke afwegingsfactor. Wij borgen de cultuurhistorie in ruimtelijke plannen. Voor overheden stellen wij erfgoednota’s op en ontwikkelen we een instrumentarium voor beschermde stads- en dorpsgezichten. We maken beeldkwaliteitsplannen, landschapsbeleidsplannen en beheerplannen. Voor fusiegemeenten zorgen we voor harmonisatie van organisatie en beleid rond erfgoed. In de vorm van trendlijnen geven we inzicht in te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. Een veelgevraagd instrument is het gebiedspaspoort dat we samen met de gemeente Zaanstad hebben ontwikkeld. Doel was daar om de bijzondere kwaliteiten van het Hembrugterrein, een militair industrieel landgoed, te beschermen. Een gebiedspaspoort omschrijft per deelgebied de randvoorwaarden voor transformatie van monumenten, nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte en gaat daarmee verder dan een bestemmingsplan. Tegelijk fungeert het als toetsingskader voor een supervisor. Gebiedspaspoorten worden in een participatietraject met gebiedspartijen, zoals bewoners, opgesteld. Samen maken we duidelijk hoe hoog de ambitie voor een gebied is. Plannen worden er beter van.



CASUS 1
STICHTSE VECHT

Trendlijnen cultuurhistorie voor de Omgevingsvisie
in opdracht van: gemeente Stichtse Vecht (2018)
ondersteund door: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


De gemeente Stichtse Vecht wil cultuurhistorie graag inzetten als onderlegger voor de toekomstige omgevingsvisie. Een door ons opgesteld narratief vormde in 2017 de eerste stap om hier ook echt werk van te maken en zogenaamde trendlijnen cultuurhistorie te definiëren. Stichtse Vecht kent een rijk cultuurlandschap met onder andere dorpen, buitenplaatsen, veenweidegebieden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In dit gebied is de economische en ruimtelijke druk immens, door de nabijheid van Amsterdam, Utrecht en de A2-corridor. Hoe kan de Stichtse Vecht omgaan met deze transformatiedruk, maar ook de eigenheid van het gebied bewaren zonder elke ruimtelijke ontwikkeling op slot te zetten? SteenhuisMeurs analyseert de ontwikkelingen die de gemeente hebben gemaakt tot wat zij nu is en trekken deze door naar uitgangspunten voor de toekomst. Zo kunnen nieuwe trends en opgaven worden afgestemd op bestaande kwaliteiten. Deze trendlijnen fungeren voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als pilotproject en referentie voor andere gemeenten die aan de slag gaan met hun omgevingsvisie. In dit onderzoek worden de trendlijnen voor Stichtse Vecht getypeerd en vertaald naar een onderlegger voor de toekomst. Dit gebeurt in samenspraak met bewoners, experts en andere betrokkenen

Stichtse Vecht



CASUS 2
HEMBRUGTERREIN, ZAANSTAD

Gebiedspaspoorten
in opdracht van: Gemeente Zaanstad (2015) 
in samenwerking met: Rijksvastgoedbedrijf


Het Hembrugterrein is een voor Nederland uniek gebied, met een al even unieke transformatieopgave. Nadat we de cultuurhistorie van dit voormalige defensieterrein al eerder met vele nieuwe archiefbronnen naar boven hadden gehaald, stelden we in 2015 een reeks van gebiedspaspoorten op. Het Hembrugterrein vormde een pilot voor de nieuwe Omgevingswet, waarbij een omgevingsplan is opgesteld dat uitgaat van organische gebiedsontwikkeling. Op deze manier moet het mogelijk zijn om op het terrein maximaal 500 woningen (180.000 m2 bvo nieuwbouw) toe te voegen. Er wordt gestreefd naar een ‘toelatingsbeleid’, waarbij alles kan, zolang het past bij de eigenheid van het gebied en de ruimtelijke kwaliteit versterkt. De gebiedspaspoorten zijn een belangrijke bouwsteen voor het omgevingsplan. Ze worden gemaakt voor diverse deelgebieden en doen uitspraken over de transformatie van bestaande gebouwen, nieuwe gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Hiertoe zijn per deelgebied de randvoorwaarden voor nieuwbouw vastgelegd, bijvoorbeeld hoogte, rooilijn, te behouden zichtlijnen, aan te houden tussenruimten et cetera. Ook zijn criteria opgesteld voor stedenbouw, architectuur en buitenruimte. Hierbij zijn het historisch karakter en de bestaande kwaliteiten van het ensemble leidend. In 2017 is het Hembrugterrein door het Rijksvastgoedbedrijf verkocht, waarbij de gebiedspaspoorten als bindende randvoorwaarde bij de bieding golden.


Hembrugterrein, Zaanstad. Foto: P. van Galen, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


CASUS 3
LAAG-SOEREN

Gebiedspaspoort
in opdracht van: gemeente Rheden (2018)


In de negentiende eeuw was Laag-Soeren een retraite-oord voor welgestelde toeristen die kwamen kuren in badhotel Bethesda. De gronden van het voormalige landgoed vormen een open cultuurlandschappelijke zone tussen het dichte Veluwse bos en de dorpen Laag-Soeren en Dieren. Het landschap is fijnmazig met sprengenbeken, (onverharde) wegen, enkele villa’s en boerderijen. De gemeente Rheden wil de cultuurhistorische kwaliteit van het beschermde dorpsgezicht Laag-Soeren koesteren door zorgvuldig om te gaan met transformaties en ruimtelijke dynamiek. In het gebied vindt een constante stroom van verbouwingen, uitbreidingen en herbestemmingen plaats. Daarnaast spelen ook nieuwe ontwikkelingen, zoals de klimaatopgave. De ambitie is om de ruimtelijke dynamiek te gebruiken om bestaande historische structuren en elementen te versterken: behoud door ontwikkeling. Om deze ambitie waar te kunnen maken, heeft de gemeente SteenhuisMeurs gevraagd om een gebiedspaspoort voor het beschermd dorpsgezicht te ontwikkelen. Daarin wordt vanuit een cultuurhistorische analyse gezocht naar spelregels voor ontwikkelingen in de toekomst, die vervolgens in het omgevingsplan worden vastgelegd. Samen met de inwoners en gebiedseigenaren worden aan zogenaamde gebiedstafels de waarden van het gebied en de toekomstige opgaven besproken en omgezet in concrete aanbevelingen.


Laag-Soeren. Foto: P. van Galen, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100




STEENHUISMEURS bv
050 30 80 100