Stacks Image 361

GEBOUWEN – CULTUURHISTORISCHE WAARDERING

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Historische gebouwen verliezen hun oorspronkelijke functie en zijn toe aan een tweede of zelfs derde leven. Hoe kunnen zij met behoud van identiteit en ruimtelijke kwaliteit naar de werkelijkheid van nu worden getransformeerd, zodanig dat zij nieuwe maatschappelijke betekenis en financiële waarde krijgen? Wij maken kansen en randvoorwaarden zichtbaar door de cultuurhistorische essentie en kernkwaliteiten in kaart te brengen; een soort nulmeting. Wat hebben eerdere generaties op deze plek gedaan? Wat was de relatie van het gebouw of het ensemble van gebouwen tot de omgeving? Wat zijn de cruciale ontwerpthema’s en hoe valt het ontwerp in het oeuvre van de architect te plaatsen? Welke herinneringen, associaties en gevoelens roept het gebouw op? Uit dergelijke onderzoeksvragen destilleren wij de ingrediënten voor een nieuw hoofdstuk in de architectonische en gebruiksgeschiedenis. Daarbij gaat het beslist niet alleen om monumentale panden. Gebouwen kunnen heel gewoon zijn, maar toch een grote symbolische betekenis hebben. Dan is het de immateriële waarde die telt en die in een nieuwbouwcontext een bijzondere rol kan gaan vervullen. Wij vertalen onze bevindingen naar een waardestelling, quickscan, cultuurhistorisch onderzoek of een voorstel voor een monumenteninventarisatie. Vaak vragen opdrachtgevers ons om in het vervolgtraject mee te denken over transformatiemogelijkheden of planologische borging.


CASUS 1

HET OOGZIEKENHUIS, ROTTERDAM


Cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling

In opdracht van: Coup BV, Delft




‘Een zekere zakelijkheid met een romantische inslag,’ zo typeerde architect Ad van der Steur zijn ontwerp voor het Oogziekenhuis in Rotterdam. Het monumentale gebouw was bij de oplevering in 1948 een state-of-the-art ziekenhuis met een stijlvol interieur en de modernste apparatuur. De volumeopbouw, de markante hoofdentree en de gevelornamentiek gaven uiting aan het belang van het instituut. In de tuin en op dakterras konden patiënten in de buitenlucht ontspannen, een volwaardig healing environment midden in de stad. In het maar gedeeltelijk gerealiseerde wederopbouwplan van W.G. Witteveen vormde het gebouw de markante hoeksteen van de monumentale stadsboulevard over het tracé van de Coolsingel en de Schiedamse Vest. Het complex is tot op heden in gebruik geweest als oogziekenhuis. De cultuurhistorische analyse van dit toekomstige gemeentelijke monument biedt inzicht in de ontwikkelgeschiedenis van het ziekenhuiscomplex en duidt de belangrijke ruimtelijke thema’s en kernwaarden van dit markante ensemble.


Het Oogziekenhuis, Rotterdam

CASUS 2

STADION FEIJENOORD, ROTTERDAM

Cultuurhistorisch onderzoek en waardering
in opdracht van: Stichting Gebiedsontwikkeling aan de Maas (2021)


Stadion Feijenoord werd ontworpen door architectenbureau Brinkman & Van der Vlugt en is sinds 1937 in gebruik. In 1994 kreeg het stadion een upgrade en werden de overkapping en het Maasgebouw toegevoegd. Inmiddels staat de toekomst van het stadion alweer jaren ter discussie. Er zijn plannen voor nieuwbouw en herbestemming van de oude Kuip of voor een volgende upgrade. Als onderdeel van de planvorming heeft de gemeente gevraagd om een onafhankelijke cultuurhistorische waardestelling van Stadion Feijenoord, die door SteenhuisMeurs is opgesteld. In het onderzoek wordt de bouw- en gebruiksgeschiedenis van het stadion beschreven, waarbij zowel de oprichting en bouw van het stadion als het latere gebruik en de beleving van het stadion aan de orde komen. De verschillende betekenissen van De Kuip komen in de waardering naar voren. Het stadion is een monument van de architectuur, van het voetbal, van Feyenoord en van Rotterdam. Het onderzoek maakt geen keuze voor de toekomst, maar kan de lopende discussie over de toekomst van het station verdiepen en van een kader voorzien.


Stadion Feijenoord, Rotterdam

CASUS 3


CENTRALE BIBLIOTHEEK, ROTTERDAM

Cultuurhistorisch onderzoek en waardering
in opdracht van: de gemeente Rotterdam (2019)

De Centrale Bibliotheek vormt een markant gebouw in de Rotterdamse binnenstad. Het werd in 1983 opgeleverd naar ontwerp van Jaap Bakema en Hans Boot (Van den Broek en Bakema). De bibliotheek staat op de plaats waar Rotterdam in de dertiende eeuw ontstond en maakt onderdeel uit van een ensemble van iconen, waaronder de Laurenskerk, het Blaakse Bos en de Markthal. Het gebouw is gerelateerd aan de omslag van Rotterdam van havenstad naar culturele stad. In de jaren zeventig groeide de behoefte aan openheid, toegankelijkheid en multifunctionaliteit, als reactie op de functiescheiding van de naoorlogse stedenbouw. Daarnaast is deze bibliotheek een van de eerste die voortkwam uit de Bibliotheekwet van 1975, waarin de bibliotheek werd gedefinieerd als basisvoorziening voor iedereen. Ten slotte vormt het een bijzonder voorbeeld van Post ‘65-architectuur (1965-1990). Karakteristiek voor deze periode was de aandacht voor sociale aspecten, de menselijke maat, collectiviteit, levendigheid, kleinschaligheid en ontmoeting. De aanleiding voor dit onderzoek is de ideevorming rondom de vernieuwing van de Centrale Bibliotheek, waarbij de gemeente het gebouw wil verduurzamen. Tegelijkertijd ligt er een opgave om het aantal activiteiten aan te passen en uit te breiden . Hoe kunnen deze voorgenomen ingrepen gecombineerd worden met de cultuurhistorische waarden? Deze cultuurhistorische analyse biedt heldere uitgangspunten om de vernieuwingsopgave vorm te geven.


Centrale Bibliotheek, Rotterdam



GEBOUWEN – CULTUURHISTORISCHE WAARDERING

WAT DOET STEENHUISMEURS?


Historische gebouwen verliezen hun oorspronkelijke functie en zijn toe aan een tweede of zelfs derde leven. Hoe kunnen zij met behoud van identiteit en ruimtelijke kwaliteit naar de werkelijkheid van nu worden getransformeerd, zodanig dat zij nieuwe maatschappelijke betekenis en financiële waarde krijgen? Wij maken kansen en randvoorwaarden zichtbaar door de cultuurhistorische essentie en kernkwaliteiten in kaart te brengen; een soort nulmeting. Wat hebben eerdere generaties op deze plek gedaan? Wat was de relatie van het gebouw of het ensemble van gebouwen tot de omgeving? Wat zijn de cruciale ontwerpthema’s en hoe valt het ontwerp in het oeuvre van de architect te plaatsen? Welke herinneringen, associaties en gevoelens roept het gebouw op? Uit dergelijke onderzoeksvragen destilleren wij de ingrediënten voor een nieuw hoofdstuk in de architectonische en gebruiksgeschiedenis. Daarbij gaat het beslist niet alleen om monumentale panden. Gebouwen kunnen heel gewoon zijn, maar toch een grote symbolische betekenis hebben. Dan is het de immateriële waarde die telt en die in een nieuwbouwcontext een bijzondere rol kan gaan vervullen. Wij vertalen onze bevindingen naar een waardestelling, quickscan, cultuurhistorisch onderzoek of een voorstel voor een monumenteninventarisatie. Vaak vragen opdrachtgevers ons om in het vervolgtraject mee te denken over transformatiemogelijkheden of planologische borging.



CASUS 1

HET OOGZIEKENHUIS, ROTTERDAM


Cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling

In opdracht van: Coup BV, Delft




‘Een zekere zakelijkheid met een romantische inslag,’ zo typeerde architect Ad van der Steur zijn ontwerp voor het Oogziekenhuis in Rotterdam. Het monumentale gebouw was bij de oplevering in 1948 een state-of-the-art ziekenhuis met een stijlvol interieur en de modernste apparatuur. De volumeopbouw, de markante hoofdentree en de gevelornamentiek gaven uiting aan het belang van het instituut. In de tuin en op dakterras konden patiënten in de buitenlucht ontspannen, een volwaardig healing environment midden in de stad. In het maar gedeeltelijk gerealiseerde wederopbouwplan van W.G. Witteveen vormde het gebouw de markante hoeksteen van de monumentale stadsboulevard over het tracé van de Coolsingel en de Schiedamse Vest. Het complex is tot op heden in gebruik geweest als oogziekenhuis. De cultuurhistorische analyse van dit toekomstige gemeentelijke monument biedt inzicht in de ontwikkelgeschiedenis van het ziekenhuiscomplex en duidt de belangrijke ruimtelijke thema’s en kernwaarden van dit markante ensemble.


Het Oogziekenhuis, Rotterdam


CASUS 2

STADION FEIJENOORD, ROTTERDAM

Cultuurhistorisch onderzoek en waardering
in opdracht van: Stichting Gebiedsontwikkeling aan de Maas (2021)


Stadion Feijenoord werd ontworpen door architectenbureau Brinkman & Van der Vlugt en is sinds 1937 in gebruik. In 1994 kreeg het stadion een upgrade en werden de overkapping en het Maasgebouw toegevoegd. Inmiddels staat de toekomst van het stadion alweer jaren ter discussie. Er zijn plannen voor nieuwbouw en herbestemming van de oude Kuip of voor een volgende upgrade. Als onderdeel van de planvorming heeft de gemeente gevraagd om een onafhankelijke cultuurhistorische waardestelling van Stadion Feijenoord, die door SteenhuisMeurs is opgesteld. In het onderzoek wordt de bouw- en gebruiksgeschiedenis van het stadion beschreven, waarbij zowel de oprichting en bouw van het stadion als het latere gebruik en de beleving van het stadion aan de orde komen. De verschillende betekenissen van De Kuip komen in de waardering naar voren. Het stadion is een monument van de architectuur, van het voetbal, van Feyenoord en van Rotterdam. Het onderzoek maakt geen keuze voor de toekomst, maar kan de lopende discussie over de toekomst van het station verdiepen en van een kader voorzien.


Stadion Feijenoord, Rotterdam


CASUS 3


CENTRALE BIBLIOTHEEK, ROTTERDAM

Cultuurhistorisch onderzoek en waardering
in opdracht van: de gemeente Rotterdam (2019)

De Centrale Bibliotheek vormt een markant gebouw in de Rotterdamse binnenstad. Het werd in 1983 opgeleverd naar ontwerp van Jaap Bakema en Hans Boot (Van den Broek en Bakema). De bibliotheek staat op de plaats waar Rotterdam in de dertiende eeuw ontstond en maakt onderdeel uit van een ensemble van iconen, waaronder de Laurenskerk, het Blaakse Bos en de Markthal. Het gebouw is gerelateerd aan de omslag van Rotterdam van havenstad naar culturele stad. In de jaren zeventig groeide de behoefte aan openheid, toegankelijkheid en multifunctionaliteit, als reactie op de functiescheiding van de naoorlogse stedenbouw. Daarnaast is deze bibliotheek een van de eerste die voortkwam uit de Bibliotheekwet van 1975, waarin de bibliotheek werd gedefinieerd als basisvoorziening voor iedereen. Ten slotte vormt het een bijzonder voorbeeld van Post ‘65-architectuur (1965-1990). Karakteristiek voor deze periode was de aandacht voor sociale aspecten, de menselijke maat, collectiviteit, levendigheid, kleinschaligheid en ontmoeting. De aanleiding voor dit onderzoek is de ideevorming rondom de vernieuwing van de Centrale Bibliotheek, waarbij de gemeente het gebouw wil verduurzamen. Tegelijkertijd ligt er een opgave om het aantal activiteiten aan te passen en uit te breiden . Hoe kunnen deze voorgenomen ingrepen gecombineerd worden met de cultuurhistorische waarden? Deze cultuurhistorische analyse biedt heldere uitgangspunten om de vernieuwingsopgave vorm te geven.


Centrale Bibliotheek, Rotterdam


STEENHUISMEURS BV 050 30 80 100




STEENHUISMEURS BV 050 30 80 100